Dutch
[edit]Etymology
[edit]From Middle Dutch schickinge. Equivalent to schikken + -ing.
Pronunciation
[edit]Noun
[edit]schikking f (plural schikkingen, diminutive schikkinkje n)
- arrangement, layout
- compromise
- (law) settlement agreement
- Synonyms: dading, vaststellingsovereenkomst
Hyponyms
[edit]- gerechtelijke schikking (“court-ordered settlement”)
- minnelijke schikking (“out-of-court settlement”)
Retrieved from "https://en.wiktionary.org/w/index.php?title=schikking&oldid=81749483"
