VOOZH about

URL: https://nl.wikipedia.org/wiki/Azijnhout

⇱ Steeneik - Wikipedia


Naar inhoud springen
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Azijnhout)
👁 Image
Quercus ilex 'Rotundifolia'
Taxonomische indeling
Rijk:Plantae (Planten)
Stam:Embryophyta (Landplanten)
Klasse:Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade:Bedektzadigen
Clade:'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade:Fabiden
Orde:Fagales
Familie:Fagaceae (Napjesdragersfamilie)
Geslacht:Quercus (Eik)
soort
Quercus ilex
L. (1753)
Afbeeldingen op 👁 Wikimedia Commons
Wikimedia Commons
Steeneik op 👁 Wikispecies
Wikispecies
Portaal 👁 Portaalicoon
Biologie

De steeneik (Quercus ilex) is een boom uit de napjesdragersfamilie (Fagaceae). Deze van nature in Zuid-Europa voorkomende, groenblijvende eik wordt veel aangeplant als sierboom en ter beschutting, vooral in kuststreken. De boom is bestand tegen de zilte zeewind en de luchtvervuiling in de stad. In Nederland en Vlaanderen is de boom matig winterhard. De boom kan dertig meter hoog worden, maar blijft meestal veel kleiner. In rotsachtige of stedelijke gebieden blijft de eik vaak struikvormig.

De steeneik heeft een dichte, brede, koepelvormige kroon. Meestal zijn de takken opgaand. Jonge stammen en takken, tot ca. 15 cm diameter, hebben een grijze, wat glanzende gladde schors. Naarmate de boom groeit of de takken dikker worden, komen er geleidelijk scheuren in de schors die dan minder glanst en donkerder is, bruinachtig zwart tot zwart. De schors van volwassen bomen is tot vierkante platen gebarsten. Het hout heeft anders dan bij de zomer- en wintereik, geen duidelijk zichtbare groeiringen; er is een goede loupe of stereomicroscoop nodig om ze te zien.

De steeneik heeft slanke, dof grijsachtig bruine twijgen die zijn voorzien van wollige haartjes. Op de twijgen zitten kleine, geelbruine knoppen. De eindknop heeft ongekrulde borsteltjes.

De bladeren variëren in vorm van lang en smal tot eirond. Ze zijn dik, leerachtig en lijken wel wat op bladeren van de hulst (Ilex aquifolium). De bladeren aan de jonge loten hebben een getande rand als bescherming tegen vraat; naarmate de twijg ouder wordt worden de bladranden meer gegolfd, en uiteindelijk glad. De bovenzijde van het blad is ruw en glanzend groen. De onderzijde is grijsachtig groen. De bladsteel is wollig behaard en 1–2cm lang.

Er zijn bleke, goudgele katjes van 4–7cm lang. De steeneik heeft lichtgroene eikels die 1,5–2cm lang zijn. Er zijn diepe napjes met viltige schubben.

Oorspronkelijk komt de steeneik uit het Middellandse Zee-gebied, maar het verspreidingsgebied strekt zich uit tot aan de kust van de Golf van Biskaje en Bretagne. Op sommige plaatsen in Zuid-Engeland is de steeneik verwilderd. Soms uit eikels die als wintervoorraad zijn begraven door gaaien, maar niet terug opgegraven.[1]

De steeneik levert zeer hard, zwaar hout, in kleine afmetingen, dat azijnhout genoemd wordt, waarschijnlijk afgeleid van azinheira, de naam van de boom in het Portugees. Het leent zich voor het maken van onderdelen die zwaar belast worden, zoals in de wagenmakerij en in windmolens voor de kammen van de wielen. Het wordt ook als brandhout gewaardeerd. Door de vaste structuur laat steeneik zich goed draaien op de houtdraaibank, hoewel gezien de hardheid een metaaldraaibank geschikter kan zijn. Bij oudere bomen vormt zich soms zeer donker bruin kernhout dat niet lijkt op het hout van de meeste andere soorten eiken. Het donkere kernhout kan een diameter van 20 à 30 cm bereiken, de diameter van de stam is dan 50 à 60 cm.

De bast wordt gebruikt voor het looien van huiden.

De vruchten van de steeneik zijn, wanneer ze zijn geroosterd, eetbaar. Verder worden ze in Spanje en Portugal gebruikt als voer voor het Iberische varken, dat naar zeggen zijn smaak ontleent aan de eikels waarmee het wordt gevoerd.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Natuur in de stad. Thieme - Zutphen(1987),pp. 89.ISBN 90 03 90046 9.

gezaagdbladige eik (Q.acutissima) · Amerikaanse witte eik (Q.alba) · Japanse eik (Q.aliena) · gouden eik (Q.alnifolia) · Californische struikeik (Q.berberidifolia) · tweekleurige eik (Q.bicolor) · moseik (Q.cerris) · hulsteik (Q.coccifera) · scharlaken eik (Q.coccinea) · Japanse keizereik (Q.dentata) · Portugese eik (Q.faginea) · steeneik (Q.ilex) · Californische zwarte eik (Q.kelloggii) · Quercus lamellosa · Quercus lusitanica · Perzische eik (Q.macranthera) · Mongoolse eik (Q.mongolica) · moeraseik (Q.palustris) · wintereik (Q.petraea) · donzige eik (Q.pubescens) · Pyrenese eik (Q.pyrenaica) · zomereik (Q.robur) · Amerikaanse eik (Q.rubra) · kurkeik (Q.suber)

Mediabestanden die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Quercus ilex op Wikimedia Commons.