VOOZH about

URL: https://nl.wikipedia.org/wiki/Datsja

⇱ Datsja - Wikipedia


Naar inhoud springen
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
👁 Image
De datsja van Boris Pasternak in Peredelkino (ten zuidwesten van Moskou)
👁 Image
Een gewone datsja

Een datsja (Russisch en Oekraïens: дача) is een Russisch en Oekraïens woord voor een huisje op het platteland. Meestal worden met de term Russische buitenhuisjes bedoeld, die voor een gedeelte van het jaar door de eigenaar bewoond en/of verhuurd worden aan stedelingen, als vakantiebestemming voor in de zomer. Datsja's zijn een typisch onderdeel van de cultuur in sommige voormalige Sovjetrepublieken zoals Rusland en Oekraïne.

Tsaristisch Rusland

[bewerken | brontekst bewerken]

De eerste datsja's in Rusland werden gebouwd tijdens het bewind van tsaar Peter I. Oorspronkelijk waren het landgoederen die door de tsaar aan loyale vazallen werden gegeven. In archaïsch Russisch betekent het woord datsja "iets wat gegeven wordt". Het is daarmee etymologisch verwant aan het Latijnse woord datum, meervoud data (in de zin van "dagaanduiding" of "gegevens").

Tijdens de Verlichting gebruikte de Russische adel hun datsja's voor sociale en culturele bijeenkomsten, die vaak werden verlevendigd met gemaskerde bals en vuurwerk. Tijdens de Industriële revolutie nam de stedelijke bevolking snel toe en daarmee ook een groeiende vraag naar buitenhuisjes, om zo tijdelijk aan de zwaar vervuilde steden te kunnen ontsnappen. Tegen het einde van de 19e eeuw was de datsja een populaire recreatievorm geworden voor de boven- en middenklasse van de Russische maatschappij.

Na de Russische Revolutie van 1917 werden de meeste datsja's onteigend en staatseigendom gemaakt. Sommige datsja's werden omgetoverd tot vakantiebestemming voor de werkende klasse, terwijl andere, gewoonlijk de wat luxere uitvoeringen, onder vooraanstaande functionarissen van de Communistische Partij en de nieuwe culturele en wetenschappelijke elite werden verdeeld. Op een paar uitzonderingen na werden alle datsja's eigendom van de staat en mochten zij alleen gebruikt worden door degenen die loyaal waren aan het Sovjetregime. De bouw van nieuwe datsja's werd tot eind 1940 beperkt en vereiste speciale goedkeuring van het bestuur van de Communistische Partij.

Na de Tweede Wereldoorlog werden er weer meer datsja's gebouwd. Aangezien er geen wet was die de bouw van datsja's verbood, begonnen krakers oude gebouwen, schuren en hutten op stukken land nabij de steden te bezetten. Veel stedelijke bewoners, die in plaats van op een flat in de stad ook liever wat tijd dicht bij de natuur door zou brengen om z'n eigen fruit en groenten te kweken, moedigden deze acties aan.

Rond 1980 had praktisch iedere rijke familie een eigen datsja of besteedde de vrije tijd in de datsja van vrienden. Na de ondergang van het communisme in de Sovjet-Unie werden de meeste datsja's geprivatiseerd. Ten gevolge van de snelle verstedelijking van Rusland, worden veel dorpshuizen momenteel verkocht om als datsja's gebruikt te worden. Veel Russische dorpen hebben nu tijdelijke inwoners, datsjniki (дачники). Sommige dorpen zijn zelfs veranderd in ware "datsja-nederzettingen". Rusland is nu het land met het grootste aantal eigenaars van tweede huizen. Veel bewoners van vooral flats die in oudere wijken vaak geconcentreerd in een vierkant bij elkaar staan, hebben een Datsja om daar wat groenten en fruit te kweken voor eigen gebruik, al worden buren en familie niet vergeten. Wél gaan familie en kinderen vaak mee op een dagje "Datsja", deels voor recreatie, deels voor hulp. De nadruk ligt dan vaak op het telen van groente en fruit en niet op de recreatie.

👁 Image
De datsja Mezjyhirja in Vysjhorod ten noorden van Kyiv (foto september 2014)

De Mezjyhirja (Oekraïens: Межигір'я, Mezhyhiria), de voormalige privéresidentie van Viktor Janoekovytsj (premier van Oekraïne 2002–2005; 2006–2007; president van Oekraïne 2010–2014), wordt ook een datsja genoemd. Ten tijde van de Oekraïense SSR was deze datsja eigendom van de staat; hoe Janoekovytsj erin geslaagd was om Mezjyhirja zijn privébezit te maken, was onderwerp van een jarenlang slepende controverse.[1] Volgens een bericht uit februari 2008 van de krant Delo, die zich baseerde op informatie van het Staatsbestuur, ondertekende de toenmalige president van Oekraïne Viktor Joesjtsjenko op 9 juli 2007 het geheime decreet nr. 148, waarin stond: "De regeringsdatsja op het terrein van het recreatiecomplex Poesjtsja-Vodytsia wordt ter beschikking gesteld aan de voorzitter van de ministerraad, Viktor Janoekovytsj."[1] Een paar uur eerder op dezelfde dag had president Joesjtsjenko een telefoongesprek met premier Janoekovytsj om hem te feliciteren met zijn verjaardag.[1] Tot slot verscheen op dezelfde dag op de website van de president een ander document: een decreet dat de premier verplicht het besluit van de Raad voor Nationale Veiligheid en Defensie na te leven en te zorgen voor de financiering van vervroegde verkiezingen. Het is mogelijk dat dit precies de prijs is die premier Janoekovytsj heeft betaald voor de datsja in Poesjtsja-Vodytsia: instemmen met vervroegde verkiezingen en daarmee de macht verliezen.[1]

Nadat Janoekovytsj op 18 december 2007 was afgetreden als premier en opgevolgd door Joelia Tymosjenko, werd de status van Mezjyhirja steeds kritischer bekeken. In februari 2008 erkende ex-premier Janoekovytsj dat de staatsdatsja in 2007 was geprivatiseerd naar een particuliere organisatie, aan wie Janoekovytsj sindsdien maandelijks 11.000 hryvnia huur betaalde; inmiddels was hij aan het onderhandelen om de residentie op te kopen als privébezit.[1] Ondertussen tekende de president op 12 februari 2008 een decreet volgens welke de Veiligheidsdienst van Oekraïne de datsja niet meer zou bewaken.[1] Op 22 februari 2008 trok de nieuwe regering-Tymosjenko verschillende decreten van de regering-Janoekovytsj weer in, waaronder de overdracht van onroerend goed in Mezjyhirja.[1]

Toen Janoekovytsj in 2010 Tymosjenko versloeg bij de presidentsverkiezingen en vervolgens een steeds autoritairder regime voerde, werd Mezjyhirja het symbool van de corruptie onder het bewind van Janoekovytsj, met name tijdens Euromaidan. Toen in februari 2014 de Revolutie van de Waardigheid Janoekovytsj dwong om af te treden, nam Janoekovytsj in de nacht van 21 op 22 februari nog zo veel mogelijk waardevolle spullen mee uit de datsja in zijn helikopter naar Charkiv (en later Rusland), terwijl halfverbrande documenten die corruptie en machtsmisbruik tijdens zijn regime bewezen werden teruggevonden in de vijver bij Mezjyhirja. Korte tijd daarna werd de datsja een staatsmuseum gemaakt zodat de hele bevolking en toeristen van buiten konden zien hoe Janoekovytsj zichzelf en zijn handlangers verrijkte terwijl hij het volk probeerde te onderdrukken.

Bronnen, noten en/of referenties
Zie de categorie Dachas van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.