VOOZH about

URL: https://nl.wikipedia.org/wiki/Modelorganisme

⇱ Modelorganisme - Wikipedia


Naar inhoud springen
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
👁 Image
De plant Arabidopsis thaliana is een populair modelorganisme door zijn korte generatietijd

Modelorganismen zijn soorten die in wetenschappelijk onderzoek gebruikt worden om biologische eigenschappen en mechanismen te bestuderen. Ze spelen een belangrijke rol in genetisch, ontwikkelingsbiologisch en biomedisch onderzoek. Doordat de fundamentele eigenschappen van organismen in de evolutie vaak hetzelfde zijn gebleven, kan de studie van een enkele soort veel vertellen over de biologie van verwante organismen, inclusief de mens.

Modelorganismen zijn uitgekozen omdat ze specifieke eigenschappen hebben die de bestudering gemakkelijk maken, zoals een korte levenscyclus, handzame omvang of snelle opeenvolging van generaties. In sommige gevallen wordt een organisme uitgekozen omdat het in zijn genetica of fysiologie overeenkomt met de mens. Veel ziekteprocessen die geldig zijn in de mens, zijn uitstekend te verklaren en te modelleren in andere gewervelde dieren, zoals de zebravis Danio rerio of de muis Mus musculus.

Vroege experimenten aan de bacterie Escherichia coli (E. coli) wierpen licht op fundamentele moleculair-biologische processen die geldig zijn in alle levende cellen, zoals DNA-replicatie. Onderzoek aan het eencellige biergist Saccharomyces cerevisiae, die nog steeds gebruikt wordt als een modelorganisme voor eukaryotische celbiologie, heeft de moleculaire basis onthuld voor de processen die uniek zijn voor eukaryoten, zoals de celcyclus, signaalroutes en meiose. Van de meeste modelorganismen is het genoom goed bekend, en methodieken om in te grijpen op het DNA zijn vaak goed ingeburgerd.

Belangrijke modelorganismen

[bewerken | brontekst bewerken]

Sommige soorten lenen zich beter voor wetenschappelijk onderzoek dan andere. Zo zijn er planten en dieren die zich snel in het laboratorium voortplanten, of zich gemakkelijk laten manipuleren met behulp van genetische technieken. Hoe meer kennis er over een bepaald organisme verzameld wordt, hoe aantrekkelijker dit organisme wordt voor verdere bestudering.[1] In de loop van de geschiedenis werd het onderzoek daarom gericht op een klein aantal soorten. Omdat de biologie en moleculaire werking van deze organismen vaak vergelijkbaar is met die van hun (naaste) verwanten, zijn deze modelsoorten representatief voor een grotere groep. De lijst van modelorganismen is redelijk lang en groeit nog steeds, maar er zijn er een aantal die er historisch gezien uitspringen. Deze soorten zijn van historisch en fundamenteel belang geweest voor de ontrafeling van de moleculaire biologie van levende wezens.

De bacterie Escherichia coli

[bewerken | brontekst bewerken]
👁 Image
SEM-opname van E. coli-bacteriën, een van de eenvoudige modelorganismen

In de vroege dagen van de moleculaire biologie werd veel onderzoek verricht aan de bacterie E. coli. Deze algemeen voorkomende darmbacterie stelt niet veel eisen aan de omgeving en groeit snel in een eenvoudig voedingsmedium. Basale principes van de biologische wetenschap – bijvoorbeeld hoe het DNA zich kopieert en hoe de DNA-code gelezen wordt om eiwitten te maken – werden oorspronkelijk opgehelderd in experimenten met E. coli.[2] Deze mechanismen zijn vrijwel universeel geconserveerd in de evolutie, wat wil zeggen dat ze ook gelden in alle andere vormen van leven, inclusief de mens.

Virussen die deze bacterie infecteren, zogenaamde bacteriofagen, zijn eveneens van groot belang geweest in vroeg moleculair onderzoek. De bacteriofaag-λ en de bacteriofaag T4 konden, dankzij hun kleine en compacte genomen, relatief makkelijk ontcijferd en gemanipuleerd worden. Vanaf de jaren 1970 werden hierdoor de eerste genen ontdekt die coderen voor de replicatie van het virale DNA. Zo kon het principe van DNA-replicatie opgehelderd worden.[3]

Bacteriën spelen nog steeds een cruciale rol als gastheerorganisme in de biotechnologie en microbiologie.[4] Onderzoekers gebruiken E. coli bijvoorbeeld routinematig om een gewenst stukje DNA te kloneren. Hiervoor zijn speciale laboratoriumstammen ontwikkeld. De bacterie is een standaardsysteem voor de productie (expressie) van recombinante eiwitten.

De gist Saccharomyces cerevisiae

[bewerken | brontekst bewerken]
👁 Image
Gistkolonies op een agarplaat voor een mutagenese-screening

Om de werking van de eukaryotische cel te onderzoeken, maken wetenschappers graag gebruik van een kleine eencellige eukaryoot, de bakkersgist Saccharomyces cerevisiae. Deze soort wordt al duizenden jaren door de mens toegepast bij het brouwen van bier en het bereiden van brood. S. cerevisiae behoort tot het rijk van de schimmels, en lijkt qua genoom meer op dieren dan op planten.[5] Net als andere schimmels heeft de gist een chitineuze celwand en beschikt over mitochondriën voor energieproductie.

Het genoom van de gist S. cerevisiae is, naar eukaryotische maatstaven, uitzonderlijk klein. Dankzij uitgebreid onderzoek aan gistcellen zijn mechanismen ontdekt die uniek zijn voor eukaryoten, zoals de celdelingscyclus (de processen waarbij de kern en alle andere componenten van een cel worden verdubbeld en verdeeld over de twee dochtercellen) en meiose (het proces waarbij de voortplantingscellen van een organisme worden gevormd). Ook zijn inzichten in de eukaryotische chromosoomstructuur, de interne organisatie van de celkern, de mechanismen van eiwitsecretie en de werking van signaaltransductieroutes, grotendeels voortgekomen uit onderzoek aan gisten. De processen zijn zo fundamenteel dat ze vaak op precies dezelfde manieren opgaan in menselijke cellen.[6]

De plant Arabidopsis thaliana

[bewerken | brontekst bewerken]
👁 Image
De bloeiwijze van Arabidopsis thaliana

Bij de experimentele plantkunde is ervoor gekozen het onderzoek te concentreren op de zandraket (Arabidopsis thaliana), een vertegenwoordiger van de kruisbloemenfamilie.[7] Deze kleine, geharde plant is relatief eenvoudig te kweken, en een volgroeid individu kan duizenden nakomelingen opleveren. De plant is een zelfbestuiver, waardoor de erfelijke eigenschappen zonder wijzigingen aan het nageslacht worden doorgegeven. Dit maakt de soort geschikt voor genetische analyse.

De zandraket was de eerste plant waarvan het volledige genoom werd bepaald. Het genoom is relatief compact, met slechts 135 miljoen basenparen en weinig repetitief DNA. Alle belangrijke genen zijn in kaart gebracht, en duizenden mutante exemplaren van de plant zijn commercieel verkrijgbaar. Voor de veredeling van gewassen is de genetische beïnvloeding en screening van dergelijke mutanten buitengewoon belangrijk.

Onderzoek aan de zandraket heeft geleid tot detailkennis van vrijwel alle moleculaire processen in planten. Men heeft met behulp van deze modelplant onder andere licht geworpen op de mechanismen van bloemontwikkeling (en de coördinatie ervan met het jaargetijde), het vermogen van planten om naar het licht te groeien, de regulering van groei door middel van hormonen, en het speciale afweersysteem waarmee de plant ziekteverwekkers tegenhoudt.[8]

De rondworm Caenorhabditis elegans

[bewerken | brontekst bewerken]
👁 Image
Microscopische opname van de nematode C. elegans

Caenorhabditis elegans was het eerste dier, tevens het eerste meercellige organisme, waarvan het genoom volledig werd bepaald. C. elegans is een kleine, vrijlevende rondworm met een levenscyclus van slechts enkele dagen. Deze microscopisch kleine worm kan voor lange tijd worden opgeslagen in een vriezer zonder dood te gaan. Zijn transparante lichaam en vermogen tot zelfbevruchting maakt hem geschikt voor microscopische bestudering en genetische manipulatie.

C. elegans heeft enkele doorbraken teweeggebracht in de ontwikkelingsbiologie en moleculaire celbiologie. De rondworm ontwikkelt zich met een precisie die aan het wonderbaarlijke grenst: een bevruchte eicel groeit uit tot een volwassen individu van exact 959 lichaamscellen (en een variabel aantal ei- en zaadcellen). Onderzoekers hebben na vele decennia aan analyse een gedetailleerd beeld van hoe deze ontwikkeling verloopt; hoe en wanneer de cellen delen, bewegen en veranderen onder invloed van specifieke signalen.[9]

Onderzoek aan C. elegans heeft licht geworpen op de mechanismen van geprogrammeerde celdood (apoptose), zowel in normale ontwikkeling als in de vorming van kanker. Daarnaast heeft de soort een belangrijke rol gespeeld in de ontrafeling van RNA-interferentie, een fundamenteel celproces waarmee bijna alle eukaryotische levensvormen hun genexpressie reguleren.[9] RNA-interferentie werd met behulp van C. elegans uitgewerkt tot een genetische technologie waarmee onderzoekers genexpressie gericht kunnen stilleggen.

Verder is er toenemende toepassing in milieu- en nanotoxicologie. De worm wordt ingezet om effecten van pesticiden, zware metalen, microplastics en andere stoffen te screenen, inclusief cumulatieve en subletale effecten over meerdere generaties.[10]

De fruitvlieg Drosophila melanogaster

[bewerken | brontekst bewerken]
👁 Image
Bananenvlieg (Drosophila melanogaster)

De bananenvlieg Drosophila melanogaster neemt een unieke plaats in binnen de geschiedenis van de genetica en geldt als het oudste dierlijke modelorganisme. De beginselen van de klassieke genetica zijn voor een belangrijk deel terug te voeren op deze kleine insectensoort.[11]

Al ruim een eeuw geleden leverde onderzoek aan Drosophila doorslaggevend bewijs dat genen – destijds nog abstracte eenheden van erfelijkheid – fysiek gelokaliseerd zijn op chromosomen. Deze conclusie was mogelijk dankzij een bijzonder kenmerk van de fruitvlieg: de aanwezigheid van zeer grote chromosomen in bepaalde cellen, met een karakteristiek bandpatroon dat zichtbaar is onder de lichtmicroscoop.[11] Veranderingen in erfelijke eigenschappen, zichtbaar in afwijkende dieren, bleken exact te correleren met het verdwijnen of veranderen van specifieke banden in deze chromosomen.

Vervolgonderzoek aan bananenvliegen maakte duidelijk hoe genetische informatie wordt vertaald naar de ruimtelijke organisatie van een meercellig lichaam. Mutanten waarin lichaamsdelen verkeerd gepositioneerd of misvormd zijn, wezen aan welke genen belangrijk zijn voor de correcte aanleg van het lichaam.[12] Nadat deze genen gevonden waren, konden wetenschappers de homologe genen in gewervelden opsporen en testen (bijvoorbeeld door muizen te analyseren waarin deze genen uitgeschakeld waren). De resultaten hiervan hebben een opmerkelijke gelijkenis aangetoond in de moleculaire mechanismen die de ontwikkeling van insecten en gewervelden sturen. Het vakgebied dat zich bezighoudt met deze principes wordt evo-devo genoemd.

  1. (en) Alberts et al., pp. 31–42.
  2. (en) Blount ZD.(2015).The Natural History of Model Organisms: The unexhausted potential of E. coli. eLife4: e05826. DOI: 10.7554/eLife.05826.
  3. (en) Mathews CK(2015).Bacteriophage T4. eLS(John Wiley & Sons). DOI: 10.1002/9780470015902.a0000784.pub4.
  4. (en) Idalia V, Bernardo F.(2017),'Escherichia coli as a model organism and its application in biotechnologyin: Escherichia coli, IntechOpen.ISBN 978-953-51-4735-0.
  5. (en) Botstein D, Cherry M.(1997).Yeast as a Model Organism. Science: 1259-1260. DOI: 10.1126/science.277.5330.1259.
  6. (en) Karathia H, Vilaprinyo E, Sorribas A, Alves R.(2011).Saccharomyces cerevisiae as a Model Organism: A Comparative Study. Plos One6(2). DOI: 10.1371/journal.pone.0016015.
  7. (en) Müller B, Grossniklaus U.(2010).Model organisms — A historical perspective. Journal of Proteomics73(11): 2054-2063. DOI: 10.1016/j.jprot.2010.08.002.
  8. (en) Woodward A, Bartel B.(2018).Biology in Bloom: A Primer on the Arabidopsis thaliana Model System. Genetics208(4): 1337–1349. DOI: 10.1534/genetics.118.300755.
  9. 1 2 (en) Meneely MP, Dahlberg C, Rose JK.(2019).Working with Worms: Caenorhabditis elegans as a Model Organism. Current Protocols. DOI: 10.1002/cpet.35.
  10. (en) Hunt PR.(2017).The C. elegans model in toxicity testing. Journal of Applied Toxicology37(1): 50-59. DOI: 10.1002/jat.3357.
  11. 1 2 (en) Hales KG, Korey CA, Larracuente AM, Roberts DM.(2015).Genetics on the Fly: A Primer on the Drosophila Model System. Genetics201(3): 815-842. DOI: 10.1534/genetics.115.183392.
  12. (en) Jennnings BH.(2011).Drosophila – a versatile model in biology & medicine. Materials today14(5): 190-195. DOI: 10.1016/S1369-7021(11)70113-4.