VOOZH about

URL: https://nl.wikipedia.org/wiki/Limiet

⇱ Limiet - Wikipedia


Naar inhoud springen
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
πŸ‘ Image
Zie Limiet (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Limiet.
πŸ‘ Image
Bij deze πŸ‘ {\displaystyle \varepsilon }
is er het getal πŸ‘ {\displaystyle S}
, zodat de functie voor waarden van πŸ‘ {\displaystyle x}
groter dan πŸ‘ {\displaystyle S}
in het interval πŸ‘ {\displaystyle (L-\varepsilon ,\ L+\varepsilon )}
ligt

Het woord limiet is afkomstig van het Latijnse limes, dat grens betekent. In de wiskunde kan het begrip limiet met het volgende voorbeeld worden gedemonstreerd. De getallen uit de rij 1, 1/2, 1/4, 1/8, ... naderen steeds dichter de waarde 0. In dit geval vormt deze waarde een grenswaarde, in de zin van een grens die niet wordt overschreden. Het getal 0 is dan ook de limiet van deze rij. De rij 1, βˆ’1/2, 1/4, βˆ’1/8, ... heeft ook de limiet 0, maar daarbij gaat het minder duidelijk om een grens. "Steeds dichter bij" wordt hier niet zo strict bedoeld dat de opvolger van een bepaald element x altijd dichter bij de limiet is dan x, want bijvoorbeeld de rij 1, 2, 1/2, 1, 1/4, 1/2, 1/8, ... (om en om twee keer de voorganger en een kwart van de voorganger) heeft ook limiet 0.

Een functie kan net zoals een rij een limiet hebben. De grafiek hierboven illustreert dat.

Limiet van een rij getallen

[bewerken | brontekst bewerken]

Een rij getallen πŸ‘ {\displaystyle x_{1},x_{2},x_{3},\ldots }
heeft een limiet πŸ‘ {\displaystyle L}
, genoteerd als:

πŸ‘ {\displaystyle \lim _{n\to \infty }x_{n}=L}

als de getallen van de rij willekeurig dichtbij πŸ‘ {\displaystyle L}
in de buurt komen. De definitie dat πŸ‘ {\displaystyle L}
de limiet is voor πŸ‘ {\displaystyle n}
naar oneindig van πŸ‘ {\displaystyle x_{n}}
, is dat er voor elke πŸ‘ {\displaystyle \varepsilon >0}
een getal πŸ‘ {\displaystyle N}
bestaat, zodanig dat voor alle πŸ‘ {\displaystyle n>N}
geldt dat πŸ‘ {\displaystyle |x_{n}-L|<\varepsilon }
.[1]

Als een rij een limiet heeft, heet hij convergent, anders divergent.

Limiet van een functie

[bewerken | brontekst bewerken]

Een functie kan in een bepaald punt een limiet hebben. We zeggen net als bij een rij dat de functie πŸ‘ {\displaystyle f}
in een ophopingspunt πŸ‘ {\displaystyle a}
van het domein de limiet πŸ‘ {\displaystyle L}
heeft, genoteerd als:

πŸ‘ {\displaystyle \lim _{x\to a}f(x)=L}

Dat wil zeggen: de limiet van πŸ‘ {\displaystyle f(x)}
, als πŸ‘ {\displaystyle x}
nadert tot πŸ‘ {\displaystyle a}
, is gelijk aan πŸ‘ {\displaystyle L}
, als de functiewaarden willekeurig dicht bij πŸ‘ {\displaystyle L}
komen voor punten die dicht bij πŸ‘ {\displaystyle a}
liggen. De exacte definitie is:

als voor elke πŸ‘ {\displaystyle \varepsilon >0}
er een πŸ‘ {\displaystyle \delta >0}
bestaat, zodanig dat voor alle πŸ‘ {\displaystyle x}
met πŸ‘ {\displaystyle 0<|x-a|<\delta }
geldt πŸ‘ {\displaystyle |f(x)-L|<\varepsilon }
.

Merk op dat de functiewaarde van πŸ‘ {\displaystyle f}
in punt πŸ‘ {\displaystyle a}
buiten de definitie is gelaten. De functie kan in het punt πŸ‘ {\displaystyle a}
zelf een waarde hebben verschillend van de limiet, of daar zelfs niet gedefinieerd zijn. Zo is bijvoorbeeld

πŸ‘ {\displaystyle f(x)=x^{2}/x}

niet gedefinieerd voor πŸ‘ {\displaystyle x=0}
, maar

πŸ‘ {\displaystyle \lim _{x\to 0}f(x)=0}

Er is een verband met limieten van rijen: als een functie πŸ‘ {\displaystyle f}
een limiet heeft voor πŸ‘ {\displaystyle x\to \infty }
, heeft de rij πŸ‘ {\displaystyle x_{n}=f(n)}
dezelfde limiet. Het omgekeerde geldt niet altijd, omdat het domein van de rij πŸ‘ {\displaystyle (x_{n})}
met limiet πŸ‘ {\displaystyle L}
alleen de hele getallen beslaat, terwijl de argumenten πŸ‘ {\displaystyle x}
van πŸ‘ {\displaystyle f}
tussen de hele getallen ook in het domein van πŸ‘ {\displaystyle f}
kunnen liggen en de betreffende πŸ‘ {\displaystyle f(x)}
daar veel van πŸ‘ {\displaystyle L}
kunnen verschillen.

ContinuΓ―teit

[bewerken | brontekst bewerken]

De continuΓ―teit van een functie kan met behulp van limieten worden gedefinieerd. De functie πŸ‘ {\displaystyle f}
is continu in een punt πŸ‘ {\displaystyle a}
van het domein πŸ‘ {\displaystyle D}
van πŸ‘ {\displaystyle f}
als πŸ‘ {\displaystyle \lim _{x\to a}f(x)}
bestaat en gelijk is aan πŸ‘ {\displaystyle f(a)}
. Een functie πŸ‘ {\displaystyle f}
heet continu als πŸ‘ {\displaystyle f}
in alle punten van πŸ‘ {\displaystyle D}
continu is.

Linker- en rechterlimiet

[bewerken | brontekst bewerken]

In het geval van een functie op een verzameling reΓ«le getallen bestaan ook nog eenzijdige limieten en wel de rechter-, ook wel de limiet van boven, en de linkerlimiet, de limiet van onder.

De rechterlimiet wordt genoteerd als πŸ‘ {\displaystyle \lim _{x\downarrow a}}
of als πŸ‘ {\displaystyle \lim _{x\to a^{+}}}
en wordt gedefinieerd door:

πŸ‘ {\displaystyle \lim _{x\downarrow a}f(x)=b}
als voor elke πŸ‘ {\displaystyle \varepsilon >0}
er een πŸ‘ {\displaystyle \delta >0}
bestaat, zodanig dat voor alle πŸ‘ {\displaystyle y}
met πŸ‘ {\displaystyle 0<y-a<\delta }
geldt dat πŸ‘ {\displaystyle |b-f(y)|<\varepsilon }
.

De linkerlimiet πŸ‘ {\displaystyle \lim _{x\uparrow a}}
of πŸ‘ {\displaystyle \lim _{x\to a^{-}}}
wordt op dezelfde manier gedefinieerd:

πŸ‘ {\displaystyle \lim _{x\uparrow a}f(x)=b}

als voor elke πŸ‘ {\displaystyle \varepsilon >0}
er een πŸ‘ {\displaystyle \delta >0}
bestaat, zodanig dat voor alle πŸ‘ {\displaystyle y}
met πŸ‘ {\displaystyle 0<a-y<\delta }
geldt dat πŸ‘ {\displaystyle |b-f(y)|<\varepsilon }
.

Merk op dat de limiet in een punt in het inwendige van het domein bestaat dan en slechts dan als de rechterlimiet en de linkerlimiet beide bestaan en aan elkaar gelijk zijn.

Limieten in oneindig

[bewerken | brontekst bewerken]

In het geval van bijvoorbeeld een functie op een verzameling reΓ«le getallen kan ook de limiet voor πŸ‘ {\displaystyle x}
naar oneindig gedefinieerd worden. De functie πŸ‘ {\displaystyle f(x)}
heeft voor πŸ‘ {\displaystyle x\to \infty }
de limiet πŸ‘ {\displaystyle L}
, genoteerd als:

πŸ‘ {\displaystyle \lim _{x\to \infty }f(x)=L}
,

als voor elke πŸ‘ {\displaystyle \varepsilon >0}
er een πŸ‘ {\displaystyle N}
bestaat, zodanig dat voor alle πŸ‘ {\displaystyle y>N}
geldt dat πŸ‘ {\displaystyle |f(y)-L|<\varepsilon }
.[1]

De limiet voor πŸ‘ {\displaystyle x}
naar πŸ‘ {\displaystyle -\infty }
wordt op dezelfde manier gedefinieerd. De functie πŸ‘ {\displaystyle f(x)}
heeft voor πŸ‘ {\displaystyle x\to -\infty }
de limiet πŸ‘ {\displaystyle L}
, genoteerd als:

πŸ‘ {\displaystyle \lim _{x\to -\infty }f(x)=L}
,

als voor elke πŸ‘ {\displaystyle \varepsilon >0}
er een πŸ‘ {\displaystyle N}
bestaat, zodanig dat voor alle πŸ‘ {\displaystyle y<N}
geldt dat πŸ‘ {\displaystyle |f(y)-L|<\varepsilon }
.

Limiet van een rij in verschillende ruimten

[bewerken | brontekst bewerken]

De bovengenoemde definitie van de limiet van een functie, kan naar metrische ruimten worden gegeneraliseerd. Een functie πŸ‘ {\displaystyle f}
van een deelverzameling πŸ‘ {\displaystyle D}
van een metrische ruimte πŸ‘ {\displaystyle (M_{1},d_{1})}
naar een metrische ruimte πŸ‘ {\displaystyle (M_{2},d_{2})}
heeft de limiet πŸ‘ {\displaystyle L}
als πŸ‘ {\displaystyle x}
naar een ophopingspunt πŸ‘ {\displaystyle a}
van πŸ‘ {\displaystyle D}
nadert, genoteerd:

πŸ‘ {\displaystyle \lim _{x\to a}f(x)=L}
,

als voor elke πŸ‘ {\displaystyle \varepsilon >0}
er een πŸ‘ {\displaystyle \delta >0}
bestaat, zodanig dat voor alle πŸ‘ {\displaystyle x\in D}
met πŸ‘ {\displaystyle 0<d_{1}(x,a)<\delta }
geldt dat πŸ‘ {\displaystyle d_{2}(f(x),L)<\varepsilon }
.

Men kan dus algemeen een rij πŸ‘ {\displaystyle x_{1},x_{2},x_{3},\ldots }
beschouwen van elementen in een metrische ruimte. Nog algemener kan het in een topologische ruimte πŸ‘ {\displaystyle (X,{\mathcal {T}})}
. De rij heet convergent als er een element πŸ‘ {\displaystyle x}
in de topologische ruimte bestaat waarvan elke willekeurig kleine omgeving een hele staart van de rij omvat. πŸ‘ {\displaystyle x}
heet een limiet van de rij πŸ‘ {\displaystyle x_{1},x_{2},x_{3},\ldots }
, als

:\forall n>n_{0}:x_{n}\in U} πŸ‘ {\displaystyle \forall U\in {\mathcal {T}}:x\in U\implies \exists n_{0}\in \mathbb {N} :\forall n>n_{0}:x_{n}\in U}

Toepassen van bovenstaande definitie met de door een metrische ruimte geΓ―nduceerde topologie is gelijkwaardig met de volgende definitie in termen van de metriek:

:\forall n>n_{0}:\mathrm {d} (x_{n},x)<\varepsilon } πŸ‘ {\displaystyle \forall \varepsilon >0:\exists n_{0}\in \mathbb {N} :\forall n>n_{0}:\mathrm {d} (x_{n},x)<\varepsilon }

In een metrische ruimte heeft een rij hoogstens één limiet, in een algemene topologische ruimte kan eenzelfde rij verschillende limieten hebben. In een metrische ruimte wordt de topologische structuur volledig vastgelegd door de convergente rijen: de afsluiting van een verzameling bestaat uit alle limieten van rijen uit die verzameling. In een algemene topologische ruimte is dit evenmin gegarandeerd.

Toepassen van bovenstaande definitie met de door een norm van een genormeerde vectorruimte geΓ―nduceerde metriek is gelijkwaardig met de volgende definitie in termen van de norm:

:\forall n>n_{0}:\|x_{n}-x\|<\varepsilon } πŸ‘ {\displaystyle \forall \varepsilon >0:\exists n_{0}\in \mathbb {N} :\forall n>n_{0}:\|x_{n}-x\|<\varepsilon }
.

Er worden in de algemene topologie filters ingevoerd om het begrip rij mee te behandelen. Een filter πŸ‘ {\displaystyle {\mathcal {F}}}
convergeert naar een punt πŸ‘ {\displaystyle x}
als alle omgevingen van πŸ‘ {\displaystyle x}
tot πŸ‘ {\displaystyle {\mathcal {F}}}
behoren. We zeggen in dat geval ook dat πŸ‘ {\displaystyle x}
een limiet is van πŸ‘ {\displaystyle {\mathcal {F}}}
. Convergentie van filters legt eenduidig de topologische structuur vast.

Oneindig als 'limiet'

[bewerken | brontekst bewerken]

Als er in het geval van rijen reΓ«le getallen en reΓ«elwaardige functies geen convergentie is, dus er geen eindige limiet is, kan er sprake zijn van een onbegrensde toename van de waarden in de rij of de functiewaarden. Dat houdt in dat voor elk willekeurig groot getal de rij vanaf een zeker rangnummer of de functiewaarden vanaf een zeker punt alle groter zijn dan dat getal. Men zegt dan dat de limiet πŸ‘ {\displaystyle \infty }
is. Analoog heet de limiet πŸ‘ {\displaystyle -\infty }
voor onbegrensd afnemende waarden.

Definities voor rijen:

πŸ‘ {\displaystyle \lim _{n\to \infty }a_{n}=\infty }
, als voor elke πŸ‘ {\displaystyle N}
er een πŸ‘ {\displaystyle n}
bestaat, zodanig dat voor alle πŸ‘ {\displaystyle k>n}
geldt dat πŸ‘ {\displaystyle a_{k}>N}
.
πŸ‘ {\displaystyle \lim _{n\to \infty }a_{n}=-\infty }
, als voor elke πŸ‘ {\displaystyle N}
er een πŸ‘ {\displaystyle n}
bestaat, zodanig dat voor alle πŸ‘ {\displaystyle k>n}
geldt dat πŸ‘ {\displaystyle a_{k}<N}
.

Een formulering als "de rij heeft een limiet" kan daarmee onduidelijk zijn. Duidelijker zijn "de rij heeft een eindige limiet" en "de rij heeft een al of niet eindige limiet", tenzij het expliciet gaat over rijen in een ruimte met oneindig als element, zoals πŸ‘ {\displaystyle {\overline {\mathbb {R} }}}
(zie onder).

Definities voor functiesː

πŸ‘ {\displaystyle \lim _{x\to a}f(x)=\infty }
als voor elke πŸ‘ {\displaystyle N}
er een πŸ‘ {\displaystyle \delta >0}
bestaat, zodanig dat voor alle πŸ‘ {\displaystyle x}
met πŸ‘ {\displaystyle 0<|x-a|<\delta }
geldt dat πŸ‘ {\displaystyle f(x)>N}
.
πŸ‘ {\displaystyle \lim _{x\to a}f(x)=-\infty }
als voor elke πŸ‘ {\displaystyle N}
er een πŸ‘ {\displaystyle \delta >0}
bestaat, zodanig dat voor alle πŸ‘ {\displaystyle x}
met πŸ‘ {\displaystyle 0<|x-a|<\delta }
geldt dat πŸ‘ {\displaystyle f(x)<N}
.
πŸ‘ {\displaystyle \lim _{x\to \infty }f(x)=\infty }
als voor elke πŸ‘ {\displaystyle N}
er een πŸ‘ {\displaystyle M}
bestaat, zodanig dat voor alle πŸ‘ {\displaystyle x>M}
geldt dat πŸ‘ {\displaystyle f(x)>N}
.
πŸ‘ {\displaystyle \lim _{x\to \infty }f(x)=-\infty }
als voor elke πŸ‘ {\displaystyle N}
er een πŸ‘ {\displaystyle M}
bestaat, zodanig dat voor alle πŸ‘ {\displaystyle x>M}
geldt dat πŸ‘ {\displaystyle f(x)<N}
.
πŸ‘ {\displaystyle \lim _{x\to -\infty }f(x)=\infty }
als voor elke πŸ‘ {\displaystyle N}
er een πŸ‘ {\displaystyle M}
bestaat, zodanig dat voor alle πŸ‘ {\displaystyle x<M}
geldt dat πŸ‘ {\displaystyle f(x)>N}
.
πŸ‘ {\displaystyle \lim _{x\to -\infty }f(x)=-\infty }
als voor elke πŸ‘ {\displaystyle N}
er een πŸ‘ {\displaystyle M}
bestaat, zodanig dat voor alle πŸ‘ {\displaystyle x<M}
geldt dat πŸ‘ {\displaystyle f(x)<N}
.

Topologische ruimten met oneindig als element

[bewerken | brontekst bewerken]

Voor een rij in πŸ‘ {\displaystyle {\overline {\mathbb {R} }}}
of πŸ‘ {\displaystyle {\widehat {\mathbb {R} }}}
(zie topologische ruimten met oneindig als element) of een functie met domein πŸ‘ {\displaystyle {\overline {\mathbb {R} }}}
of πŸ‘ {\displaystyle {\widehat {\mathbb {R} }}}
en een bereik πŸ‘ {\displaystyle {\overline {\mathbb {R} }}}
of πŸ‘ {\displaystyle {\widehat {\mathbb {R} }}}
vallen een oneindige limiet en een limiet in oneindig onder de normale limietbegrippen voor de betreffende topologische ruimte(n): het zijn topologische ruimten geΓ―nduceerd door een metriek, het limietbegrip volgt uit dat voor bijbehorende metrische ruimten, waarbij er niet een heel rijtje definities nodig is zoals hierboven.

In het bijzonder is dus de limiet van een functie πŸ‘ {\displaystyle f}
van een deelverzameling πŸ‘ {\displaystyle D}
van πŸ‘ {\displaystyle {\overline {\mathbb {R} }}}
naar πŸ‘ {\displaystyle {\overline {\mathbb {R} }}}
, voor πŸ‘ {\displaystyle x}
naar een ophopingspunt πŸ‘ {\displaystyle a}
van πŸ‘ {\displaystyle D}
, als volgt gedefinieerdː

πŸ‘ {\displaystyle \lim _{x\to a}f(x)=L}

als voor elke πŸ‘ {\displaystyle \varepsilon >0}
er een πŸ‘ {\displaystyle \delta >0}
bestaat, zodanig dat voor alle πŸ‘ {\displaystyle x\in D}
met πŸ‘ {\displaystyle 0<d(x,a)<\delta }
geldt dat πŸ‘ {\displaystyle d(f(x),L)<\varepsilon }
,

met πŸ‘ {\displaystyle d}
een willekeurige bijbehorende metriek. Hierbij kunnen πŸ‘ {\displaystyle a}
en πŸ‘ {\displaystyle L}
ook oneindig of min oneindig zijn. De limiet van een rij valt hier ook onder, met πŸ‘ {\displaystyle D=\{1,2,3,\ldots \}}
en πŸ‘ {\displaystyle a}
oneindig.[2]

Topologisch geformuleerd:

πŸ‘ {\displaystyle \lim _{x\to a}f(x)=L}

als er voor elke omgeving πŸ‘ {\displaystyle M}
van πŸ‘ {\displaystyle L}
een omgeving πŸ‘ {\displaystyle A}
van πŸ‘ {\displaystyle a}
bestaat, zodanig dat voor alle πŸ‘ {\displaystyle x\in D\cap A}
geldt dat πŸ‘ {\displaystyle f(x)\in M}
.

Als πŸ‘ {\displaystyle \lim _{n\to \infty }x_{n}=L}
, is de rij convergent als πŸ‘ {\displaystyle L}
element is van de beschouwde topologische ruimte, en anders divergent. In het bijzonder geldt dat als πŸ‘ {\displaystyle \lim _{n\to \infty }x_{n}=\infty }
, de rij convergent is als rij in πŸ‘ {\displaystyle {\overline {\mathbb {R} }}}
(ook als alle elementen van de rij eindig zijn), en divergent als rij in πŸ‘ {\displaystyle \mathbb {R} }
.

Op soortgelijke wijze kan aan de complexe getallen één getal oneindig worden toegevoegd, wat met een geschikte metriek de topologie van de riemann-sfeer oplevert. Daarmee worden de limiet van een functie als een complex argument naar oneindig gaat, en een limiet van een rij of functie met de waarde oneindig, gewone limieten volgens de standaarddefinitie.

Limiet van een rij functies

[bewerken | brontekst bewerken]

Ook een rij functies πŸ‘ {\displaystyle f_{1},f_{2},f_{3},\ldots }
kan convergeren en een functie πŸ‘ {\displaystyle f}
als limiet hebben. De functionaalanalyse onderscheidt verschillende soorten convergentie. De meeste soorten convergentie kunnen worden opgevat als topologische convergenties, zoals hierboven bij "limiet van een rij in een topologische ruimte".

Puntsgewijze convergentie

[bewerken | brontekst bewerken]

De rij functies πŸ‘ {\displaystyle f_{1},f_{2},f_{3},\ldots }
convergeert puntsgewijs naar πŸ‘ {\displaystyle f}
, als voor elke πŸ‘ {\displaystyle x}
de rij πŸ‘ {\displaystyle f_{1}(x),f_{2}(x),f_{3}(x),\ldots }
convergeert met als limiet πŸ‘ {\displaystyle f(x)}
.

πŸ‘ {\displaystyle f(x)=(\lim _{n\to \infty }f_{n})(x)=\lim _{n\to \infty }(f_{n}(x))}

Uniforme convergentie

[bewerken | brontekst bewerken]

De rij functies πŸ‘ {\displaystyle f_{1},f_{2},f_{3},\ldots }
convergeert uniform naar πŸ‘ {\displaystyle f}
, als voor voldoend grote indices in de staart van de functierij het grootste absolute verschil tussen de limietfunctie en een lid van de rij willekeurig klein wordt:

πŸ‘ {\displaystyle \lim _{n\to \infty }\sup _{x}|f_{n}(x)-f(x)|=0}

Dit is de convergentie in de metrische ruimte met de supremumnorm.

Convergentie in kwadratisch gemiddelde

[bewerken | brontekst bewerken]

De rij functies πŸ‘ {\displaystyle f_{1},f_{2},f_{3},\ldots }
convergeert in kwadratisch gemiddelde naar πŸ‘ {\displaystyle f}
, als de kwadratisch gemiddelde afwijking tussen de functies en hun limiet willekeurig klein wordt:

πŸ‘ {\displaystyle \lim _{n\to \infty }\int |f_{n}(x)-f(x)|^{2}\ \mathrm {d} x=0}

Dit is de convergentie in de pseudometrische ruimte van de kwadratisch-gemiddelde-seminorm.

Convergentie in Lp-ruimten

[bewerken | brontekst bewerken]

De limiet in Lp-ruimten voor πŸ‘ {\displaystyle 0<p\leq \infty }
is voor πŸ‘ {\displaystyle p\geq 1}
gebaseerd op een norm (de πŸ‘ {\displaystyle p}
-de-machtswortel van de integraal van de πŸ‘ {\displaystyle p}
-de-macht) en voor πŸ‘ {\displaystyle 0<p<1}
slechts op een metriek (de integraal van de πŸ‘ {\displaystyle p}
-de-macht).

Limiet van een rij krommen

[bewerken | brontekst bewerken]

Omdat een geparametriseerde kromme een functie is is de limiet van een rij geparametriseerde krommen een bijzonder geval van de limiet van een rij functies. Dit is onder meer aan de orde bij ruimtevullende krommen.

De lengte van een limietkromme hoeft niet de limiet van de lengtes van de krommen te zijn.

Voetnoten
  1. 1 2 Anders gezegd: als voor elke πŸ‘ {\displaystyle \varepsilon >0}
    geldt dat voor een voldoend grote πŸ‘ {\displaystyle n}
    geldt dat πŸ‘ {\displaystyle |x_{n}-L|<\varepsilon }
    .
  2. ↑ Vaak wordt dan indexnotatie gebruikt in plaats van functienotatie.
Wikibooks heeft meer over dit onderwerp: Cursus analyse: Limieten.