- van het Grieks θήκη thèkè (bewaarplaats, kist) [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | -theek | -theken |
| verkleinwoord | -theekje | -theekjes |
- ruimte of instelling waarin het door het eerste lid genoemde wordt bewaard en uitgeleend of uitgegeven
|
|
- Het woord '-theek' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
Overgenomen van "https://nl.wiktionary.org/w/index.php?title=-theek&oldid=4922164"
