- broek·stuk
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | broekstuk | broekstukken |
| verkleinwoord | broekstukje | broekstukjes |
- een deel van het uitlaatsysteem van een motorfiets of auto dat twee pijpen samenvoegt, bijvoorbeeld door het dempergedeelte over het bochtgedeelte te schuiven
- (militair) deel van een kanon dat zich achter de tappen bevindt
- (bij een molen) twee, korte balken, die in de lengterichting van de kap liggen ter versteviging voor de door de bovenas uitgeoefende achterwaartse druk
- onderdeel om twee brandslangen aan een brandslang te koppelen
- Het woord broekstuk staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Overgenomen van "https://nl.wiktionary.org/w/index.php?title=broekstuk&oldid=5473861"
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Militair in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
