- Geluid: deelsector(hulp, bestand)
- IPA: /'delsɛktɔr/ (3 lettergrepen)
- deel·sec·tor
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | deelsector | deelsectoren deelsectors |
| verkleinwoord |
dedeelsectorm
- (economie) deel van een bedrijfstak
- ▸In eerste instantie kreeg hij nul op het rekest. Inmiddels kijkt het college anders tegen de zaak aan. ‘Deze deelsector van de horeca wordt zwaarder dan gemiddeld geraakt’, staat in een stuk van het college van burgemeester en wethouders.[1]
- ▸Of en hoe ergens wordt ingegrepen, hangt af van ‘excessen en de noodzaak die tegen te gaan of te voorkomen’. Volgens het kabinet kunnen de maatregelen ook variëren per deelsector.[2]
- Het woord deelsector staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ 👁 Bronlink geraadpleegd op 18 augustus 2023
Weblink bronHerre Stegenga“Horecaschip in Zwolle hoeft tijdelijk geen havengeld te betalen: ‘Een druppel, maar goed voor de moraal’”(31-10-2020), Tubantia - ↑ 👁 Bronlink geraadpleegd op 18 augustus 2023
Weblink bronEdwin van der Aa“Winstuitkering in de thuiszorg aan banden”(09-07-2019), Tubantia
Overgenomen van "https://nl.wiktionary.org/w/index.php?title=deelsector&oldid=5478486"
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Economie in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
