- Geluid: denominatief(hulp, bestand)
- IPA: /ˌdenominaˈtif/ (5 lettergrepen)
- de·no·mi·na·tief
- Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘van een naamwoord afgeleid’ voor het eerst aangetroffen in 1625 [1]
- afgeleid van nominatie met het voorvoegsel de- en met het achtervoegsel -ief
- afgeleid van het Latijnse 'denominativus'
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | denominatief | denominatieven |
| verkleinwoord | - | - |
hetdenominatiefo
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | denominatief | denominatiever | denominatiefst |
| verbogen | denominatieve | denominatievere | denominatiefste |
| partitief | denominatiefs | denominatievers | - |
denominatief
- (taalkunde) van een naamwoord afgeleid
- Het woord denominatief staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
Overgenomen van "https://nl.wiktionary.org/w/index.php?title=denominatief&oldid=5343573"
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 12
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 5 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Voorvoegsel de- in het Nederlands
- Achtervoegsel -ief in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Taalkunde in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
Verborgen categorieën:
