- dou·a·ne·man
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | douaneman | douanemannen |
| verkleinwoord | douanemannetje | douanemannetjes |
dedouanemanm
- (beroep) mannelijke ambtenaar die belast is met de controle op het internationaal verkeer van mensen, dieren en goederen
- ▸Vanuit Mexico op het vliegveld met zes gillende katten. Een corrupte douaneman griste mijn dozen met poezen van de lopende band. "U mag maar twee katten importeren", zei de Braziliaan terwijl hij mijn stapel poezen zijn kantoortje induwde.[1]
- ▸Amerikaanse cybercops - douanelieden en agenten die kinderporno op het Internet opsporen - vinden dat Nederland de wetten over kinderporno snel moet aanpassen.[2]
- ▸Voor de douanelui was het ook een soort strafkamp natuurlijk. Er was daar aan de grens helemaal niks.[3]
- ▸Het is tegen achten in de avond als Peter en Ernst samen met 8 andere douanemannen aan boord gaan van een meer dan 300 meter lang schip dat net is aangemeerd in de containerhaven op de Eerste Maasvlakte.[4]
- Het woord douaneman staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ 👁 Bronlink geraadpleegd op 17 juli 2021
Weblink bronMarjon van Royen“Bijgespijkerd in wantrouwen”(15 juni 2002)op nrc.nl 👁 op Wikipedia - ↑ 👁 Bronlink geraadpleegd op 17 juli 2021
Weblink bron “Selectie; Televisie”(19 augustus 1998)op nrc.nl 👁 op Wikipedia - ↑ 👁 Bronlink geraadpleegd op 17 juli 2021
Weblink bronWillem Oosterbeek“In het voetspoor van de hippies: Over land van Europa naar India en Nepal”, 2e druk; e-book(2019), De Geus, Amsterdam,ISBN 9789044542905, hfst. 8 - ↑ 👁 Bronlink geraadpleegd op 17 juli 2021
Weblink bronRenée Postma“Een pas geverfd luik is verdacht”(5 september 2012)op nrc.nl 👁 op Wikipedia
Overgenomen van "https://nl.wiktionary.org/w/index.php?title=douaneman&oldid=5507583"
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Beroep in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
