- ho·tel·schip
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | hotelschip | hotelschepen |
| verkleinwoord |
hethotelschipo
- (horeca) (scheepvaart) schip dat dienst doet als hotel; varend hotel
- ▸Volgens Rijkswaterstaat komt het vaker voor dat de eigenaar van een schip niet bekend is, maar is een oproep in een krant vrij uitzonderlijk. Het schip kwam in 2012 vanuit België in Nederland aan bij scheepswerf De Schroef. Het is een oud Noors postschip dat eerst Häkon Jari heette en daarna werd omgedoopt. Het heeft enige tijd dienstgedaan als hotelschip in Antwerpen.[1]
- ▸Vrijwilligersorganisatie de Zonnebloem stopt met een groot deel van het aanbod van reizen voor mensen met een lichamelijke beperking. Alle bus- en vliegreizen worden in 2018 geschrapt. Alleen de vaarvakanties met het hotelschip MPS de Zonnebloem blijven bestaan.[2]
- ▸Door de ondergelopen kades in Vlaardingen ging ook een aggregaat kapot van een hotelschip aan de Oosthavenkade. Op dat schip worden momenteel vluchtelingen opgevangen. Zij hadden geen last ervan: het noodaggregaat op het schip ging automatisch aan.[3]
- Het woord hotelschip staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ 👁 Bronlink geraadpleegd op 25 oktober 2024
Weblink bron “Rijkswaterstaat zoekt eigenaar spookschip”(donderdag 4 december 2014, 11:16), NOS - ↑ 👁 Bronlink geraadpleegd op 25 oktober 2024
Weblink bron “De Zonnebloem schrapt groot deel zorgvakanties”(dinsdag 20 december 2016, 22:13), NOS - ↑ 👁 Bronlink geraadpleegd op 25 oktober 2024
Weblink bron “Ondergelopen kades in Vlaardingen vanwege hoge waterstand”(woensdag 5 januari 2022, 17:38), NOS
Overgenomen van "https://nl.wiktionary.org/w/index.php?title=hotelschip&oldid=5092904"
Verborgen categorieën:
