- on·der·kin
- samenstellingvanonderenkin [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | onderkin | onderkinnen |
| verkleinwoord | onderkinnetje | onderkinnetjes |
- het neerhangende vlezige gedeelte tussen de kin en hals dat bij gezette mensen als een tweede kin aanwezig is
- Ik ga in de politiek! Met alle reusachtige respect: wat Jan Dijkgraaf, ex-Metro-columnist, kan, moet ik toch ook kunnen, dacht ik toen ik hoorde dat ook hij een politieke partij ging oprichten. Qua charisma zou ik als aspirant-politicus minstens in zijn buurt moeten kunnen komen, vooral omdat ik (nog) geen onderkin heb en hij wel. [2]
- Het woord onderkin staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "onderkin" herkend door:
| 99% | van de Nederlanders; |
| 98% | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ NRC Frits Abrahams 6 december 2016
- ↑ 👁 Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Overgenomen van "https://nl.wiktionary.org/w/index.php?title=onderkin&oldid=4897653"
