VOOZH about

URL: https://nl.wiktionary.org/wiki/resten

⇱ resten - WikiWoordenboek


Naar inhoud springen
Uit WikiWoordenboek
  • res·ten

derestenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord rest
    Een paar borden met resten sla en hummus.[1]
    Dat is de extreemste vorm van nihilisme: het niets (het 'zinloze') eeuwig! (idem) Naast dit passieve nihilisme onderscheidt Nietzsche het actieve nihilisme, het nihilisme dat zich niet zozeer beklaagt over alles wat niet meer bestaat, maar de resten ervan actief vernietigt.[2]
  2. stoffelijke resten: (delen van) het lichaam van een overledene
    Zelfs de doden zijn er vandaag bij: onder de voeten van de kerkgangers verhullen grafplaten meerdere lagen lichamen, stoffelijke resten die op nog oudere botten zijn gestapeld.[3]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
resten
restte
gerest
zwak -t volledig

resten

  1. absoluut overblijven, over zijn
    • Er restte hem weinig anders dan opnieuw te beginnen.
  • De voltooide tijden zijn zeldzaam


98%van de Nederlanders;
98%van de Vlamingen.[4]
  1. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan”(2022), The House of Books,ISBN 9789044363340
  2. Paul van Tongeren
    “Nietzsche”(2020), Amsterdam University Press 👁 op Wikipedia
    ,ISBN 9789048529407
  3. Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de gouden bocht”(2014), Luitingh-Sijthoff 👁 op Wikipedia
    ,ISBN 9789021809526
  4. 👁 Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020
    Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
  • res·ten
Naar frequentie 482

resten

  1. nominatief bepaald gemeenschappelijk geslachtenkelvoud van rest
  • res·ten
Naar frequentie 547

resten

  1. nominatief bepaald mannelijkenkelvoud van rest
  • res·ten

resten

  1. nominatief bepaald mannelijkenkelvoud van rest
vervoeging van
restar

resten

  1. aanvoegende wijs derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van restar
  2. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van restar
  • res·ten
Naar frequentie 621

resten

  1. nominatief bepaald gemeenschappelijk geslachtenkelvoud van rest