- schoon·hou·den
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| schoonhouden |
hield schoon |
schoongehouden |
| klasse 7 | volledig | |
schoonhouden
- zorgen dat iets niet vies wordt en zorgen dat iets wat vies is weer schoon wordt
- Zij hielden hun nieuwe auto heel 'schoon.
- Het schoonmaak bederijf hield het ziekenhuis schoon.
- ▸De vrijwilligers namen in totaal 200 taken voor hun rekening: van het tappen achter de bar en broodjes smeren tot het regelen van het verkeer, tickets scannen, de wc's schoonhouden en toezicht houden op het terrein.[1]
- Het woord schoonhouden staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ 👁 Bronlink geraadpleegd op 6-7-2025
Weblink bron “Schuttersfeest op volle toeren dankzij vrijwilligers: 'Goed voor saamhorigheid'”(6-7-2025), NOS
Overgenomen van "https://nl.wiktionary.org/w/index.php?title=schoonhouden&oldid=5306764"
