- vo·gel·huis
- van Middelnederlands vogelhuus, op te vatten als samenstellingvanvogelznenhuiszn [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | vogelhuis | vogelhuizen |
| verkleinwoord | vogelhuisje | vogelhuisjes |
hetvogelhuiso
- door mensen gemaakte plaats waar vogels kunnen nestelen
- groter bouwwerk waarin worden gehouden
- Ook kan een bezoek worden gebracht aan de keukens van o.a. het reptielenhuis, vogelhuis en het kleine zoogdierenhuis. [2]
- (bedrijf) winkel die vogels verkoopt
- (figuurlijk) bedrijf waar tegen betaling seksuele diensten worden aangeboden
- 1. Een vogelhuis als geschikte nestplek.
- 2. Een vogelhuis op een landgoed.
- 3. Interieur van een vogelhuis in Madrid.
- 4. De rood verlichte ramen van een vogelhuis in Amsterdam.
- [1] nestkast
- [2] volière
- [3] vogelhandel
- [4] bordeel, hoerenkast
- [1] vogelhuisje (voederplaats)
- Het woord vogelhuis staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ NRC 15 april 1999
Overgenomen van "https://nl.wiktionary.org/w/index.php?title=vogelhuis&oldid=5438941"
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Bedrijf in het Nederlands
- Figuurlijk in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
Verborgen categorieën:
