![]() |
VOOZH | about |
| Appel Malus domestica | |
| 👁 Image | |
| Leefgebied | Oorspronkelijk (Oost-)Azië |
| Leefomgeving | boomgaard, siertuin |
| Behoort tot de | Rozenfamilie |
Een appel is een vrucht van een appelboom. De appel groeit op het noordelijk halfrond. Je hebt ook sierappels die kan je (natuurlijk) niet eten maar zijn voor de sier.
De appel werd al in 10.000 voor Chr. in Europa in het wild verzameld. In het Midden-Oosten werd de appel al geteeld rond 4000 voor Chr.
Iedere bloem heeft 5 bloemblaadjes en in het midden staat een kransje meeldraden. Boven aan elk meel-draad zit een geel propje stuifmeel. Als de zon schijnt komen er bijen op zoek naar het zoete sap in de bloem. Tegelijk nemen ze stuifmeel uit de bloem mee. Op hun poten of zomaar ergens aan hun lijf. Zo brengen ze stuifmeel van de ene appelbloem op de ander. Als er geen bijen waren dan hadden we dus geen appels. Als de appelbloesem bestuift is dan vallen de bladeren uit en de meeldraden verdrogen.
De fruitteler teelt (plant en oogst) zijn appels in zijn boomgaard in lange rijen. De takken van de bomen worden uit elkaar gebogen en met touwtjes vastgezet (opbinden). Hierdoor kan er meer zonlicht tussen de appels komen en worden ze groter en lekkerder. De plukkers leggen de appels in grote, koele kisten. Daar kan het fruit maandenlang vers worden gehouden. Daarna worden de appels gewassen en dan worden ze gesorteerd op grote en zorgvuldig verpakt in dozen. Nu kunnen de appels naar de veiling. Hier kopen de winkeliers hun appels voor in de winkel. De appels in de koelcel kunnen maanden lang vers worden gehouden en dus die gebruiken ze voor in de winter.
Je kunt verschillende rassen krijgen door ze te enten. Enten betekent dat je twee verschillende soorten aan elkaar vast bindt zodat ze samen groeien. Zo komen de goede eigenschappen van een soort bij de goede eigenschappen van een andere soort. Zo krijg je dus een nieuw ras. Er zijn nu ongeveer 5000 rassen.