![]() |
VOOZH | about |
Diabetes mellitus, of suikerziekte is een ziekte die je altijd kunt krijgen. De meest voorkomende vorm van suikerziekte is ouderdomssuikerziekte.
Als je het hebt, moet je insuline inspuiten met de hand of een pompje dat het automatisch doet.Je moet ook altijd oppassen met wat je eet. Je mag niet te veel en te weinig suiker eten. Wanneer er (veel) teveel suiker in het bloed zit, is dat slecht voor het lichaam. Wanneer er te weinig suiker in het bloed zit, wordt de persoon duizelig en kan flauwvallen.
Bij het hebben van een niet goed functionerende alvleesklier kan ook diabetes worden veroorzaakt.
Het medicijn dat hiervoor nodig is heet insuline. Insuline maak je aan in de alvleesklier. In de alvleesklier zit eigenlijk een soort fabriekje dat insuline aanmaakt, precies de goede hoeveelheid. Maar als je diabetes hebt, maak je geen of te weinig insuline aan of gebruikt het lichaam de insuline niet of te weinig. Maar het kan ook zijn dat je teveel insuline hebt (hypo). In beide gevallen gebeurt er hetzelfde. Iemand met suikerziekte kan hierdoor bijvoorbeeld bleek worden, afvallen, veel plassen (omdat het suiker het lichaam uit moet) en veel drinken (om het vocht dat je verliest met plassen aan te vullen).
Wat doet insuline? Als je eet, krijg je koolhydraten binnen. Dat zijn een soort suikers, maar die moeten ook weer worden verbrand, en dat doet insuline, die gebruikt dat als brandstof en hierdoor krijg je energie.
Hoe weet je nou of je diabetes hebt? Dat kun je controleren door middel van een prikje in je vinger met een apparaatje meet je dan de bloedglucosewaarde. Dat wil zeggen, de hoeveelheid suiker die in je bloed zit.
Bij mensen zonder diabetes zit dat tussen de 4 en 7, maar als je diabetes hebt is dat hoger of lager. Je kunt de ziekte ook krijgen, omdat iemand in je familie diabetes heeft.
De aanmaak van insuline is weg. De bĆØtacellen in de eilandjes van Langerhans zijn dood. Deze
vorm van diabetes mellitus komt vooral voor op jonge leeftijd, vanaf 1 jaar. Het is een auto -immuunaandoening. Ook als iemand geen alvleesklier meer heeft, heeft hij type 1. Want ook dan is er geen insuline meer.
Bij diabetes type 1 is het volgende aan de hand:
De insulineproductie komt te laat en te traag op gang als de glucosespiegel stijgt. Daardoor ontstaat hyperglycemie. De eilandjes lijken chronisch overbelast. Vaak is er overgewicht. Dan volgen de weefsels de instructies van insuline minder goed op. De insuline is er wel, zelfs in ruime mate, maar het effect ervan neemt af. Dat heet insulineresistentie. Gewichtsafname kan de gevoeligheid van de weefsels voor insuline laten terugkomen en een oplossing zijn voor de hyperglycemie. Type 2 diabetes mellitus neem toe met de leeftijd. Het is een familiare ziekte, en heel sterk erfelijk. Het is veel meer erfelijk dan type 1. Verhoogde bloedsuikers en diabetes kunnen worden
uitgelokt door medicijnen zoals moderne middelen tegen angst en psychose (de zgn. 'atypische antipsychotica).
Bij diabetes type 2 is het volgende aan de hand:
Zwangerschapshormonen verhogen het bloedglucose. Bij sommige zwangeren ontstaat hyperglycemie. Dat noemt men zwangerschapsdiabetes. De zwangerschap loopt gevaar. Dit dwingt tot tijdige opsporing en strenge instelling met insuline. Vrouwen met zwangerschapsdiabetes hebben een grotere kans om later diabetes type 2 te ontwikkelen.
Zwangerschapsdiabetes is diabetes tijdens de zwangerschap. De kenmerken hiervan zijn:
Als je met je bloedglucosewaarde niet tussen de 4 en 7 zit, is het eigenlijk niet goed. Als je 7 of hoger hebt, heb je dus te veel suikers in je bloed en te weinig insuline. Dit noemen we een hyper. Hier kun je op corrigeren door wat extra insuline toe te dienen, zodat je waarde weer naar beneden gaat.Als je met je bloedglucosewaarde onder de 4 zit, betekent dit dat je te veel insuline in je lichaam hebt. Dit noemen we een hypo. Een hypo kan zorgen dat je te trillerig voelt. Wanneer de bloedglucosewaarde erg laag is kun je zelfs flauwvallen. Als je een hypo hebt, moet je iets eten. Op deze manier krijg je meer suikers binnen.
Een hyper en een hypo zijn beide net zo gevaarlijk voor het lichaam. Iemand die teveel suiker in z'n bloed heeft, merkt daar niets van. Op de lange duur kan het toch schade toebrengen aan de cellen in ons lichaam. Een hypo is gevaarlijk, omdat als iemand buiten bewustzijn raakt, hij zelf niets aan z'n suikerspiegel kan doen. Leraren en ouders die veel met een kind met suikerziekte te maken hebben krijgen daarom vaak ook uitgelegd wat ze moeten doen als iemand met suikerziekte flauwvalt.
De symptomen van een hyper zijn:
Als iemand een hyper heeft, moet je die persoon insuline geven als die dat gebruikt. Verder moet je water geven en een arts bellen.
Een onbehandelde hyper kan leiden tot hyperglycemie. In dat geval is het bloedsuikergehalte in het bloed te hoog. Dit kan weer leiden tot glucose in de urine (glucosurie), waardoor het aanmaken van urine toeneemt (polyurie). Hierdoor kan de vochtbalans in het lichaam verstoort raken en kan iemand veel vocht verliezen. Iemand krijgt hierdoor veel dorst, maar als nog raakt deze persoon uitgedroogd. Deze uitdroging kan weer leiden tot een shock, waardoor weefsel en bloed verzuurt door een gebrek aan zuurstof. Dit kan ervoor zorgen dat iemand in een coma komt of zelfs overlijdt.
In een ander geval is er geen insuline meer in het bloed aanwezig. Hierdoor maakt het lichaam stresshormonen aan in overmaat. Doordat er geen brandstof meer in de cellen aanwezig is, gaat de lever vetten en eiwitten verbranden. Bij dit verbranden komen ketonen vrij die zorgen dat het bloed gaat verzuren. Dit wordt ketoacidose genoemd. Hierdoor word je misselijk, ga je braken, krijg je buikpijn en kun je zelfs in een coma raken. Uiteindelijk kun je hierdoor overlijden.
Insuline spuiten zonder op tijd te eten, overdosering insuline en onverwacht lange en grote inspanningen laten de bloedglucosespiegel te sterk dalen. Alcohol in combinatie met insuline ,injecties heeft een fors bloedsuiker verlagend effect, een enkele keer zelfs fataal. Tot overmaat van ramp werkt glucagon dan ook al niet.Extreem lage bloedsuikers zijn veel schadelijker dan te hoge. Een hypoglycemie onder de 1 mmol/l, langer dan ongeveer een uur, zal kunnen uitmonden in hersenbeschadiging, coma en, bij
gigantische overdosis, zelfs overlijden. Een hypoglycemie die 's nachts ontstaat en doorzet kan
rampzalig aflopen. Zo gauw het bloedglucose daalt onder de 3,9 mmol/l gaat het bijniermerg extra adrenaline maken om het bloedglucosegehalte te verhogen. De begeleidende verschijnselen zijn onrust, tremoren, koud zweet, bleek zien, grote pupillen en
tachycardie. Er ontstaat een hongergevoel. Dit soort verschijnselen begeleiden een beginnende
hypoglycemie en vormen een voorbode voor erger dingen die komen gaan. De glucosespiegel
bedraagt dan nog 3,3 mmol/l.. Zorgvragers die bĆØtablokkers gebruiken (tegen hoge bloeddruk, of
tegen angina pectoris), voelen dit niet, omdat de medicijnen de verschijnselen onderdrukken.
Sommige patiƫnten zijn niet in staat om deze verschijnselen bij zichzelf op tijd te onderkennen
('hypoglycemie-unawareness'), soms komt dat omdat ze pas geleden een hypo hebben gehad, of omdat de zenuwen die ervoor moeten zorgen dat het hart sneller gaat niet meer zo snel werken. Als het glucosegehalte daalt tot vlak boven de 2 mmol/l verminderen de hersenfuncties. Coördinatie en concentratie nemen af, iemand gaat geeuwen, kan prikkelbaar of ongeïnteresseerd worden, niet meer kunnen nadenken en dat terwijl de situatie om ingrijpen vraagt. Daarna wil iemand slapen, kan niet meer slikken en wordt comateus. Bij een glucosespiegel onder de 1,1 mmol/l treden epileptische insulten op. Een spiegel onder de 0,7 mmol/l is te vergelijken met het krijgen van een herseninfarct. Binnen betrekkelijk korte tijd is er onherstelbare schade aan de hersenen.Alcohol lokt een hypoglycemie uit bij mensen die insuline spuiten en een persoon met een hypoglycemie maakt een dronken indruk. Rampzalige vergissingen ('eerst maar eens zijn roes laten uitslapen') liggen op de loer.
Een patiƫnt die bij kennis is krijgt, nadat de bloedglucose geprikt is, oraal glucose aangeboden.
Bij gedaald bewustzijn is slikken verboden. Een injectie met het bloedsuiker verhogende glucagon moet iemand binnen 10 minuten bij kennis brengen. Gebeurt dat niet, is intraveneuze injectie met glucose noodzakelijk
De symptomen van een hypo zijn:
Als iemand een hypo heeft, moet je het volgende doen:
Hierbij moet je opletten dat iemand geen alcohol heeft gedronken, aangezien de glucagon anders niet werkt. Ook kunnen betablokkers de verschijnselen van hypo maskeren.
Soms gaat aan de ziekte een periode vooraf waarin de patiƫnt moe is, afvalt, jeuk heeft en met infecties te kampen heeft. Vaak zijn dat Candida- of stafylokokkeninfecties. Vaak echter, zeker bij type 2, zijn er weinig tot geen symptomen en is een bloedonderzoek de aanleiding tot het stellen van de diagnose. De acute symptomen van diabetes ontstaan door hyperglycemie en door verzuring van het bloed.door het gebrek aan insuline, of de gebrekkige werking ervan, ontstaat hyperglycemieBij een te hoog bloedglucose, boven de 11 mmol/l, komt glucose in de urine. Dat trekt grote hoeveelheden water met zich mee. Behalve glucosurie is er ook polyurie. De polyurie leidt tot dorst. Ondanks het vele drinken dreigt binnen de kortste keren het lichaam uit te drogen. Uiteindelijk ontstaat een coma. gebrek aan glucose als schone brandstof dwingt de cellen om over te schakelen op vet en eiwitverbranding. De energie moet tenslotte ergens vandaan komen. Dat leidt tot spierzwakte en vermagering in de aanloopfase naar de duidelijk herkenbare diabetes. Er ontstaan ketonen, stoffen die veel weg hebben van aceton. Deze veroorzaken verzuring (acidose) en coma. De ketonen zijn met een teststripje eenvoudig aan te tonen in de urine. Uiteindelijk zal de comateuze patiƫnt deze zure stoffen door hyperventilatie proberen uit te scheiden. Dit heet Kussmaul-ademen. De uitademingslucht ruikt zoetig, naar nagellak-remover met aceton.
Bloedsuiker verhogend werken onder andere overmatig eten, inname van snelle suikers en adrenaline. Bij koorts is de insulinebehoefte groter. Zo kunnen stress (met het hormoon cortisol),
infectieziekten en overmatige inspanning een goed ingestelde patiƫnt ontregelen. Ook medicijngebruik kan hiertoe bijdragen. Prednison en moderne middelen tegen psychose ('atypische' antipsychotica zoals olanzapine en quetiapine) werken bloedglucose verhogend: ze werken diabetes in de hand.
Er is een apparaatje waarmee je je bloedspiegel kan meten, de glucosemeter. Daarmee kan je zien of je te weinig of te veel suiker binnen krijgt. Als je te veel binnenkrijgt, moet je insuline inspuiten om het te "verteren". Dan is bewegen ook goed. Maar als je boven de 15 zit, is het niet slim om te bewegen. Is je suikerspiegel te laag, dan moet je iets eten met suiker.
Hoe kun je diabetes behandelen? Er wordt dan kunstmatig insuline in je lichaam gebracht. Dit kan op 3 manieren:
De patiƫnt zal op de eerste plaats de koolhydraatopname zodanig over de dag moeten verdelen dat bloedglucosespiegel zo min mogelijk schommelt. Vooral suikers die snel worden
opgenomen, zoals in frisdrank, dient men te vermijden. Gewichtsafname alleen al kan een diabetes type 2 laten verdwijnen. Daarnaast is, afhankelijk
van de vorm van diabetes, vaak een behandeling nodig.
insulinetherapie
De behandeling bij type 1 bestaat uit insulinepreparaten. Het wordt subcutaan, onderhuids
geĆÆnjecteerd. Orale inname als capsule is zinloos, insuline wordt dan verteerd, zie hoofdstuk 17.
type 2: orale bloedsuikerverlagende middelen en/of insuline Metformine remt de aanmaak van glucose in de lever en maakt weefsels gevoeliger voor insuline. Daarnaast heet het een kleine remmende invloed op de opname van glucose in de darm, maar dat is van minder groot belang dan de andere twee werkingen. Het is vooral effectief bij patiƫnten met overgewicht en heeft als voordeel dat het geen hypoglycemie uitlokt. Bij een slechte nierfunctie kan dit medicijn wel een levensgevaarlijke verzuring van het bloed (acidose) veroorzaken.Daarnaast zijn er andere tabletten, zoals tolbutamide of glipizide. Die stimuleren de insulineproductie. Bij type 2 kan dat, bij type 1 niet. Deze tabletten veroorzaken wel hypo's,
want ze stimuleren immers de insulineproductie; en die hypo's duren dan ook lang. Vaak moet men van deze tabletten uiteindelijk overstappen op insulinetherapie. De insulineresistentie dwingt bij de overstap tot hoge doseringen van insuline.
Vroege ontdekking en scherpe instelling stelt de patiƫnt in staat om een deel van de ernstigste late complicaties te vermijden of jarenlang voor zich uit te schuiven. Diabetes is een grote risicofactor voor hartinfarct, CVA en etalagebenen. Dat komt omdat diabetes slagaderverkalking heel erg in de hand werkt. Op de tweede plaats ontstaat er na jaren een aantasting van de kleinere en kleinste slagadertakjes. Dat heet micro-angiopathie. Deze belemmert in heel het lichaam de doorbloeding en de zuurstofvoorziening van het weefsel. Hier volgen voorbeelden daarvan:
tijdige laserbehandeling moeten dit verhinderen.
Dit kun je krijgen als je diabetes niet op tijd behandeld :