VOOZH about

URL: https://nl.wiktionary.org/wiki/antwoord

⇱ antwoord - WikiWoordenboek


Naar inhoud springen
Uit WikiWoordenboek
  • ant·woord
  • In de betekenis van ‘bescheid’ voor het eerst aangetroffen in 1100 [1]
  • uit het Middelnederlands [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord antwoord antwoorden
verkleinwoord antwoordje antwoordjes

hetantwoordo

  1. de reactie op een vraag, van repliek voorzien (mondeling of schriftelijk)
    U heeft geen enkele reden om in de nacht te schreeuwen, mevrouw Salomé. U heeft de dood gewurgd. Zonder op antwoord te wachten rent ze naar het raam en kijkt naar het aanrollende onweer.[3]
    `Op die vraag zijn meerdere antwoorden mogelijk; zei ik.[4]
    • Op die vraag moet ik het antwoord schuldig blijven.
    ‘Welcome to Paradise, what will it be?’ Voor me stond een ronde dame vol tattoos, die in haar jonge jaren vast de het mooiste meisje van de klas was geweest. ‘A burger, please.’ Dit antwoord had ik al dagen in mijn hoofd zitten.[5]
  2. reactie, van repliek voorzien
    • Op die zet had ik geen antwoord.
  3. oplossing voor een gesteld probleem
    Eerst lag er vrijwel alleen grind, maar nu is er zand toegevoegd en een pletwals strijkt wat oneffenheden weg. Zijn er dan toch grenzen aan het sadisme? Wie het haalt tot de laatste bocht naar links, weet het antwoord. Daar ligt weliswaar weer wat asfalt, maar het is een onvervalste muur: 24 procent. Het is hier dat la belle fille op haar fiets om hulp van boven smeekt.[6]
    • De regering had nog geen goed antwoord op dit probleem kunnen vinden.
vervoeging van
antwoorden

antwoord

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van antwoorden
    • Ik antwoord.
  2. gebiedende wijs van antwoorden
    • Antwoord!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van antwoorden
    • Antwoord je?
99%van de Nederlanders;
100%van de Vlamingen.[7]
enkelvoud meervoud
naamwoord antwoord antwoorden / antweurde
verkleinwoord

antwoord

  1. antwoord
enkelvoud meervoud
naamwoord antwoord antwoorde
  • ant·woord

antwoord

  1. antwoord; de reactie op een vraag, van repliek voorzien (mondeling of schriftelijk)
  2. antwoord; oplossing voor een gesteld probleem
  3. antwoord; weerklank
stamtijd
infinitief voltooid
deelwoord
antwoord
geantwoord
volledig

antwoord

  1. antwoorden
enkelvoud meervoud
naamwoord antwoord antwoorden / antweurde
verkleinwoord

antwoord

  1. antwoord; de reactie op een vraag, van repliek voorzien (mondeling of schriftelijk)
enkelvoud meervoud
naamwoord antwoord antwoorden / antweurde
verkleinwoord

antwoord

  1. antwoord; de reactie op een vraag, van repliek voorzien (mondeling of schriftelijk)

antwoord

  1. antwoord; de reactie op een vraag, van repliek voorzien (mondeling of schriftelijk)