- been·kam
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | beenkam | beenkammen |
| verkleinwoord |
debeenkamm
- (anatomie) lokale langwerpige verdikking van een bot
- ▸Uit de analyses van schedelverhoudingen maakt hij op dat de schedels van Homo erectus en Homo heidelbergensis alleen in de zogeheten sphenoïde, een beenkam in de hersenholte achter de neus, echt verschillen van die van Homo sapiens sapiens.[1]
- ▸Sommige soorten, zoals de grof gebouwde Australopithecus bosei, droegen een beenkam op het hoofd, waaraan zware kauwspieren waren bevestigd.[2]
- Het woord 'beenkam' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "beenkam" herkend door:
| 44% | van de Nederlanders; |
| 43% | van de Vlamingen.[3] |
- ↑ 👁 Bronlink
Weblink bron “Eén schedelbeen maakt mens modern”(16 mei 1998), de Volkskrant - ↑ 👁 Bronlink
Weblink bronEric Hendriks“Kluiven voor een ruimer verstand”(8 november 2003), de Volkskrant - ↑ 👁 Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Overgenomen van "https://nl.wiktionary.org/w/index.php?title=beenkam&oldid=4818348"
Verborgen categorieën:
