VOOZH about

URL: https://nl.wiktionary.org/wiki/intransitief

⇱ intransitief - WikiWoordenboek


Naar inhoud springen
Uit WikiWoordenboek
  • in·tran·si·tief
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen intransitiefintransitieverintransitiefst
verbogen intransitieveintransitievereintransitiefste
partitief intransitiefsintransitievers-

intransitief

  1. (taalkunde) (van een werkwoord) zonder de mogelijkheid van een lijdend of meewerkend voorwerp
    • Het werkwoord 'zieken' is intransitief.
    • In 1978 formuleerde Perlmutter, grotendeels zich baserend op observaties van het gedrag van Nederlandse intransitieve werkwoorden, de Unaccusativity Hypothesis. Intransitieve werkwoorden zijn volgens zijn hypothese op te delen in onaccusatieven, ook wel ergatieven (zoals ‘vallen’ en ‘gaan’) en onergatieven (zoals ‘fluiten’ en ‘zingen’).1. Ergatieve werkwoorden hebben in hun onderliggende structuur alleen een direct object, dat in de oppervlaktestructuur is verplaatst naar de subjectspositie[3]
  2. (logica) (van relaties tussen twee elementen) waarbij als de relatie zowel tussen element 1 en 2 als element 2 en 3 bestaat, die relatie zeker niet tussen 1 en 3 bestaat
    • De relatie "is meer dan twee keer zo groot als" is intransitief.
    De relatie ‘vader zijn van’ tussen mensen is intransitief.[4]
enkelvoud meervoud
naamwoord intransitief intransitieven
verkleinwoord intransitiefje intransitiefjes

hetintransitiefo

  1. (taalkunde) onovergankelijk werkwoord
    • Het werkwoord 'zieken' is een intransitief.
51%van de Nederlanders;
67%van de Vlamingen.[5]