VOOZH about

URL: https://nl.wiktionary.org/wiki/kennis

⇱ kennis - WikiWoordenboek


Naar inhoud springen
Uit WikiWoordenboek
  • ken·nis
enkelvoud meervoud
naamwoord kennis -
verkleinwoord - -

[A] kennis v

  1. wat je weet of hebt geleerd
    Leren geeft kennis, kennis geeft macht, macht om onafhankelijk te blijven.[4]
    Dat zegt ook kennisinstituut Deltares, dat in Nederland een grote rol heeft in het onderzoek naar de bodem en water. "Deltares heeft een sterke relatie met de VU. We delen kennis, studenten studeren bij ons af of lopen bij ons stage. En een aantal van onze medewerkers komt daar ook vandaan, heeft daar een gedeelde aanstelling of is gedetacheerd", zegt wetenschappelijk directeur Bart van den Hurk, zelf ook gedetacheerd aan de VU.[5]
  • buiten kennis
bewusteloos
  • bij kennis
  • Kennis van zaken hebben
van iets veel weten
  • Kennis is macht
veel weten kan veel invloed betekenen
buiten kennis
kennis van zaken hebben
  • Duits: Sachverstand haben
enkelvoud meervoud
naamwoord kennis kennissen
verkleinwoord kennisje kennisjes

[B] dekennisv/m

  1. iemand met wie men bekend is
    • Hij is een kennis van mij.
99%van de Nederlanders;
100%van de Vlamingen.[6]

kennis

  1. kennis; wat je weet of hebt geleerd

kennis

  1. kennis; wat je weet of hebt geleerd