VOOZH about

URL: https://nl.wiktionary.org/wiki/kol

⇱ kol - WikiWoordenboek


Naar inhoud springen
Uit WikiWoordenboek
  • kol
enkelvoud meervoud
naamwoord kol kollen
verkleinwoord kolletje kolletjes

[A]dekolv

  1. een vrouw die magie bedrijft
    • Wat moet je met die ouwe kol?
enkelvoud meervoud
naamwoord kol kolot
verkleinwoord

[B]dekolm

  1. (sport) een heuvel in de wielersport
  2. (dierkunde) een ronde witte plek op het voorhoofd, bijvoorbeeld tussen de beide ogen van het paard
  3. (zoötomie) het voorhoofd zelf
  4. (visserij) een groot sleepnet
  5. (plantkunde) plantenkop, beste hennep

[C]dekolm

  1. (Jiddisch-Hebreeuws) stem, geluid

[D]kolm, v

  1. (Jiddisch-Hebreeuws) geheel (alleen in onderstaande verbinding)
vervoeging van
kollen

kol

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kollen
    • Ik kol.
  2. gebiedende wijs van kollen
    • Kol!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kollen
    • Kol je?
76%van de Nederlanders;
73%van de Vlamingen.[11]
enkelvoud meervoud
naamwoord kol kolle

kol

  1. stip, vlek
    «Twee groot kolle op die houtbasis van Terre’Blanche se bed waar die bloed deur die beddegoed en matras gesyfer het, was gister nog sigbaar ná die grusame panga-moord op die regse leier.»
    Twee grote vlekken op de houten basis van het bed van Terre'Blanche waar het bloed door het beddegoed en de matras gesijpeld was, waren nog te zien na de gruwelijke kapmesmoord op de rechtse leider.[1]
  2. (paardrijden) bles, kol
  3. doelwit, roos
  4. een stuk land
stamtijd
infinitief voltooid
deelwoord
kol
gekol
volledig

kol

  1. stippelen, merken met een vlek
  • Het is een van de Indonesische woorden van Nederlandse oorsprong

kol

  1. kool
  • kol
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord kol
enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief kol kolet kol kola
kolene
genitief kols kolets kols kolas
kolenes
Naar frequentie 164667

kol, o

  1. kool
  2. een tekenpen uit houtkool
  • bryte kol
kolen ontginnen
  • fyre med kol
kolen verstoken
  • svart som kol
zwart als kolen
  • (overført) de hvite kol (vannkraft)
(figuurlijk) de waterkracht

kol, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van kol
  • kol
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord kol
enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief kol kolet kol kola

kol, o

  1. kool
  2. (scheikunde), (element) koolstof
  • bryte kol
kolen ontginnen
  • fyre med kol
kolen verstoken
  • svart som kol
zwart als kolen
  • (overført) de hvite kol (vannkraft)
(figuurlijk) de waterkracht

kol, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van kol
  • kol
[A] + [B] enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief kol kol
genitief kols kola
datief koli kolum
accusatief kol kol

[A] kol, o

  1. kool

[B] kol, o

  1. windstoot, windvlaag (letterlijk: koeling)
  • kol

kol

  1. genitief meervoud van kola

kol

  1. genitief meervoud van kolo

kol

  1. informeeltweede persoonenkelvoudgebiedende wijsvan kolit

kol

  1. (formeel) langs

kol + genitief

  1. (formeel) langs
  • kol
enkelvoud meervoud
nominatief kol kollar
genitief kolun kolların
datief kola kollara
accusatief kolu kolları
locatief kolda kollarda
ablatief koldan kollardan

kol

  1. (anatomie) arm