- be·gren·zen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| begrenzen |
begrensde |
begrensd |
| zwak -d | volledig | |
begrenzen
- overgankelijk beperken, limiteren
- Vanaf januari wordt de snelheid verder begrensd.
- overgankelijk als nabuur hebben
- Dit land wordt begrensd door de oceaan aan de ene zijde en het Andesgebergte aan de andere.
1. beperken, limiteren
- Het woord begrenzen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "begrenzen" herkend door:
| 99% | van de Nederlanders; |
| 100% | van de Vlamingen.[1] |
- ↑ 👁 Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Overgenomen van "https://nl.wiktionary.org/w/index.php?title=begrenzen&oldid=4160898"
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Voorvoegsel be- in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-d) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Onscheidbaar werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %
Verborgen categorie:
