- tong
- erfwoord, in de betekenis van ‘orgaan in de mond’ voor het eerst aangetroffen in 901 [1] [2] [3]
- afkomstig van:
- Middelnederlands: tonghe
- Oudnederlands: tunga
- Germaans: *tungōn
- Indo-Europees: *dn̥ǵʰwéh₂s
- Verwant in Germaans:
- Verwant in Romaans:
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | tong | tongen |
| verkleinwoord | tongetje | tongetjes |
- (anatomie) beweeglijk lichaamsdeel in de mond van mensen en veel dieren
- ▸'Wie van ons vieren vind jij het meest aantrekkelijk?' Ik kijk hem schuin van onder aan en met mijn tong ga ik over mijn lippen, waar ik de scherpe grappa nog proef.[4]
- (voeding) rundertong als voedingsmiddel
- ▸De foto werd gemaakt rond 21.15 uur lokale tijd. Op dat moment zat de Chinese president Xi elders in het gebouw te bekomen van het diner dat hij net had genuttigd met Trump. Caesarsalade vooraf, de keuze tussen tong of steak als hoofdgerecht en chocoladetaart als toetje.[5]
- (figuurlijk) wat gesproken wordt, gesproken taal
- De tong van die streek is moeilijk te verstaan.
- (figuurlijk) wat de vorm van een tong (1) heeft, bijvoorbeeld een landtong of de tong van een schoen
- De landtong loopt een heel eind in de oceaan.
- (straalvinnigen) om zijn verfijnde smaak gewilde soort van platvis, Solea solea👁 op Wikispecies
- In het restaurant bestelde de man altijd tong.
- (figuurlijk) bij een slot: dat gedeelte van de schieter dat naar buiten komt
- (figuurlijk) onderdeel van een muziekinstrument
- Een doorslaande tong is een strip van metaal, die in een precies passend frame vastgeklonken wordt.
- [1] verhemelte
- aardbeientong, aardbeitong, addertong, baktong, beentong, bijentong, biltong, bittertong, blauwtong, bloktong, boleettong, borsteltong, breedtong, derailleertong, diktong, drakentong, dubbeltong, duivelstong, fleemtong, frambozentong, ganzentong, gletsjertong, haartong, hakkeltong, haventong, hertstong, hoerentong, hondentong, kabeljauwstong, kabeljauwtong, kalfstong, kardinaalstong, kattentong, koeientong, koetong, korttong, kromtong, kwaaitong, lamstong, landkaarttong, landtong, langtong, lastertong, lunchtong, natertong, ondertong, ontsporingstong, ossentong, papegaaientong, rad van tong, rattentong, roltong, rundertong, rundstong, schapentong, scharretong, schartong, schendtong, schijftong, schoorsteentong, slangentong, sliptong, splitstong, tong-tong, triftong, varkenstong, vogeltong, vrouwentong, vuiltong, vuurtong, wisseltong, zandtong, zeetong, zouttong, zwaluwtong
- middelste tongspinnetje, tongschar
- achttongig, drietongig, dubbeltongig, eentongig, honderdtongig, langtongig, negentongig, smaltongig, tientongig, tong-tong, tongader, tongamandel, tongbasis, tongbeen, tongbeet, tongbekken, tongbeslag, tongbeweging, tongblaar, tongboerderij, tongbreker, tongbreuk, tongcarcinoom, tongclip, tonge, tongeloos, tongen, tongenkijker, tongenkruid, tongentaal, tongenworst, tongfilet, tonggeluid, tonggewelf, tonggezwel, tonghouder, tongkanker, tongkeelspier, tongkijker, tongklakken, tongklakkeren, tongklank, tongklier, tongkramp, tongkruid, tongkruiskruid, tongkus, tongkwekerij, tongletter, tongnaad, tongnaald, tongontsteking, tongoppervlak, tongorchis, tongpalpje, tongpapil, tongpiercing, tongpunt, tongragout, tongreiniger, tongrepen, tongriem, tongschrapen, tongschraper, tongslagader, tongspatel, tongspel, tongspier, tongspinnetje, tongstand, tongsteen, tongstrekken, tongstrelend, tongstreling, tongstuk, tongsurfer, tongtest, tongtongs, tongtractie, tongtransplantatie, tongtrekker, tongval, tongvaren, tongvast, tongvibrator, tongvijl, tongvis, tongvormig, tongwerk, tongworm, tongworstelen, tongwortel, tongzenuw, tongziekte, tongzoen, tongzoenen, tongzweer, twaalftongig, tweetongig, veeltongig, viertongig, vijftongig, zestongig, zeventongig, zwaartongig
door overmatig alcoholgebruik onduidelijke spreken
Lasteraars, kwaadwillende mensen zeggen dat...
Men begint meer, vrijer te praten (om een bepaalde reden)
Min of meer intimiderende manier om tegen iemand te zeggen dat die iets niet langer mag verzwijgen
Het eten is erg zacht
Dronken zijn
(Niet) alles vertellen wat men weet
Zich met moeite weten te beheersen en/of iets net niet uitspreken
Snel en veel kunnen praten
van een persoon dat hij of zij heel onvriendelijk is
|
1. beweeglijk lichaamsdeel in de mond van mensen en veel dieren
2. wat gesproken wordt
4. om zijn verfijnde smaak gewilde soort van platvis, Solea solea
| vervoeging van |
|---|
| tongen |
tong
- Het woord tong staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "tong" herkend door:
| 99% | van de Nederlanders; |
| 98% | van de Vlamingen.[10] |
- Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ tong op website: Etymologiebank.nl
- ↑ "tong" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ Marion Pauw e.a.“4 wandelaars en een Siciliaan”(2022), The House of Books,ISBN 9789044363340
- ↑ 👁 Bronlink geraadpleegd op 25 maart 2023
Weblink bronLambert Teuwissen“Trump tijdens de aanval op Syrië, het verhaal achter de foto”(Zaterdag 8 april 2017, 11:47), NOS - ↑ Ronald Giphart e.a.“Een familie en een Griekse god”(2023), The House of Books,ISBN 9789044366471
- ↑ 👁 Bronlink geraadpleegd op 20 april 2021
Weblink bronArjen van Veelen“Een middelvinger naar de prestatiemaatschappij”(11 mei 2015)op nrc.nl 👁 op Wikipedia - ↑ Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)“1968, De grote eeuw deel 7”(2017), Uitgeverij Prometheus 👁 op Wikipedia
,ISBN 9789044633535 - ↑ Danielle Teller (vert. Marja Borg)“Er was eens iets anders”(2018), Ambo/Anthos uitgevers 👁 op Wikipedia
,ISBN 9789026346477 - ↑ 👁 Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
- IPA: /toŋ/
tong
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| tong | la tong | tongs | les tongs |
tong v
tong g
- tong
| vorm met lidwoord | |
|---|---|
| enk | tonghu |
| mv | — |
tong
Overgenomen van "https://nl.wiktionary.org/w/index.php?title=tong&oldid=5484451"
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 4
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 1 lettergreep in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Erfwoord in het Nederlands
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Anatomie in het Nederlands
- Voeding in het Nederlands
- Figuurlijk in het Nederlands
- Straalvinnigen in het Nederlands
- Vissen in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %
- Woorden in het Afrikaans
- Woorden in het Afrikaans met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Afrikaans
- Anatomie in het Afrikaans
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 4
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Frans
- Schoeisel in het Frans
- Woorden in het Fries
- Zelfstandig naamwoord in het Fries
- Visserij in het Fries
- Woorden in het Tyap
- Woorden in het Tyap met audioweergave
- Woorden in het Tyap met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Tyap
- Dierkunde in het Tyap
- Voeding in het Tyap
