VOOZH about

URL: https://nl.wikipedia.org/wiki/Valkhofburcht

⇱ Valkhofburcht - Wikipedia


Naar inhoud springen
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Dit artikel is voorgedragen als etalage­artikel. Aangemelde gebruikers kunnen gedurende één maand hun stem uitbrengen.
Valkhofburcht
👁 Gezicht op de Waal en de Valkhofburcht door Jan van Goyen, 1641 (collectie van het Valkhofmuseum)
Gezicht op de Waal en de Valkhofburcht door Jan van Goyen, 1641 (collectie van het Valkhofmuseum)
Locatie
Plaats Nijmegen, Benedenstad, 👁 Vlag van Nederland
Nederland
Coördinaten 51° 51 NB, 5° 52 OL
Status gesloopt👁 Bewerken op Wikidata
Vervangen door Valkhof
Status en tijdlijn
Gebouwd in 1155 (Juliaans)👁 Bewerken op Wikidata
Gesloopt in 1796-1797
Huidige functie(s) Valkhofpark

De Valkhofburcht in de Nederlandse stad Nijmegen was een middeleeuwse burcht die was gelegen op de Valkhofheuvel aan de zuidoever van de Waal. Het was een groot complex met zware muren, een ringmuur, veel zalen en een zeer markante donjon. De burcht was eeuwenlang vooral een adellijke residentie, en speelde daarnaast een zekere rol als verdedigingswerk voor de stad.

Wanneer de burcht precies is gebouwd en of dit in een relatief kort tijdsbestek gebeurde of in langere fasen, is niet duidelijk. Omstreeks 1155 moet de toen nieuw aangetreden Rooms-Duitse keizer Frederik Barbarossa opdracht hebben gegeven voor het bouwen dan wel herstellen ervan; de belangrijkste aanwijzing daarvoor is de bewaard gebleven gedenktekst waarin dit jaartal wordt genoemd. Wanneer de burcht precies af was, is ook niet helemaal duidelijk; dit lijkt rond het begin van de 13e eeuw te zijn geweest. Vaak wordt aangenomen dat de burcht feitelijk een herbouwing was van de drie eeuwen oudere palts van Karel de Grote op dezelfde plek, die in 1047 was verwoest door de opstandige hertog Godfried II van Lotharingen.

Gedurende de eerste paar eeuwen van zijn bestaan vervulde de burcht een belangrijke functie als keizerlijk en koninklijk verblijf. Ook werden er in die tijd veel bestuurlijke kwesties afgehandeld. Barbarossa zelf verbleef er vermoedelijk viermaal. De burcht stond in eerste instantie nog los van de stad, en is later binnen de stadsmuren komen te liggen. In de loop van de 16e eeuw nam het belang ervan als bestuurlijk centrum gaandeweg steeds meer af. Vanaf die tijd verbleven er eerst overwegend nog graven, hertogen en stadhouders. De burcht werd in deze tijd eigendom van de Staten van Gelre. Vanaf de 17e eeuw verloor het bouwwerk nog meer aan betekenis en raakte het verder in verval. Aan het eind van de 18e eeuw – na het beleg, waarbij Nijmegen in Franse handen viel – is de burcht ten slotte bijna helemaal afgebroken. Enkel twee restanten zijn tot op heden behouden: de Sint-Nicolaaskapel en een deel van de Sint-Maartenskapel, nu bekend als de "Barbarossa-ruïne". Deze bouwwerken hebben tegenwoordig de status van rijksmonument.

Op de plek waar de burcht had gestaan is enkele jaren na de sloop ervan, aan het begin van de 19e eeuw, het huidige Valkhofpark aangelegd. Dit was destijds een van de eerste Nederlandse stadsparken. Bezoekers kunnen hier heden ten dage onder meer de twee voornoemde kapellen bezichtigen.

Uiterlijk en architectuur

[bewerken | brontekst bewerken]
Artistieke impressie uit 1854 van de op dat moment al gesloopte burcht
Plattegrond van de burcht.[1] 1: Sint-Nicolaaskapel 2: Sint-Maartenskapel 3: Put 4: Poort 5: Hoofdtoren 6: Eerste binnenplein 7: Tweede binnenplein 8: Derde binnenplein

Hoe de burcht er op het moment van de oorspronkelijke voltooiing uitzag, valt niet meer na te gaan; de eerste bewaard gebleven afbeeldingen van het bouwwerk dateren pas van vier eeuwen later. De burcht moet in de tussentijd al herhaaldelijk vrij grondig zijn verbouwd.[2]:30-31

Het was een omvangrijk complex van allerlei torens en meerdere vleugels. Duidelijk het meest gezichtsbepalend was de donjon, ofwel "Reuzentoren", met een geschatte hoogte van zo'n 50 meter. Deze Reuzentoren en de 13e-eeuwse Stevenskerk in het stadscentrum waren samen tot ver in de omgeving zichtbaar en zouden eeuwenlang zeer beeldbepalend blijven in de skyline van Nijmegen. De Reuzentoren moest gedurende de eerste eeuwen vooral zorgen voor veel keizerlijke uitstraling. Vermoedelijk werd de toren niet voor militaire doeleinden gebruikt, althans niet in belangrijke mate.[3]:43

Tot de markantste delen van de burcht behoorden verder de Grote Zaal (wellicht hetzelfde vertrek als de in de 14e eeuw vermelde aula imperialis) noordoostelijk van de Reuzentoren, en diverse bijgebouwen. Ten noorden daarvan bevonden zich de Roede Camer, de Coningscamer en de Blauwe Camer. Het complex als geheel omvatte twee grote woonvleugels, die haaks op elkaar stonden. De noord-zuidvleugel liep door tot aan de omwalling, bij de Jonker Janstoren. In het midden daarvan was de Sint-Maartenskapel uitgebouwd. Verder waren hier de verblijven van de burggraaf, een van de keukens en nog een andere Rode Kamer.[4]:108 Veel vertrekken, inclusief de Grote Zaal, waren voorzien van spitsboogvensters en trapgevels in gotische stijl.

De burcht had zeven of acht verdedigingstorens en er was een hoge poort.[2]:30 Er was een poortgebouw en over de droge gracht liep een brug. Aan de uiteinden van de Waalkade stonden nog twee andere grote torens die bij de burcht hoorden: de St. Hubertus- of Rode Toren stond aan de westzijde, en aan de oostzijde werd in 1463 de Melaten- of Lappentoren er nog bij gebouwd.[5]

De burcht zelf en de directe omgeving daarvan werden omgeven door stevige muren, inclusief de Burchtpoort die de verbinding vormde tussen het Valkhofterrein en het eigenlijke stadscentrum. Hierdoor werd het hele terrein van de burcht afgescheiden van de rest van de stad. Aan de buitenzijde van het Valkhofterrein stond ook nog een ringmuur met bogen, die aansloot op de stadsmuur. Onduidelijk is of deze muur eveneens (gedeeltelijk) het werk van Barbarossa zelf is geweest, of pas later werd toegevoegd; in ieder geval een deel ervan dateerde uit de late middeleeuwen.[3]:43-44[6][7][8][9]:135-136

De benamingen Valkhof en het daarvan afgeleide "Valkhofburcht" dateren, volgens de meest waarschijnlijke inzichten, waarschijnlijk op z'n vroegst uit de 14e eeuw. "Valkhof" verwees waarschijnlijk in eerste instantie in letterlijke zin naar het terrein ten westen en zuiden van de burcht, het hof. Degenen die op de burcht verbleven deden daar dan aan valkerij, wat destijds een populaire sport was onder veel edellieden.[10][11] De burcht zelf stond in deze tijd algemeen bekend als de Furstendomsburcht. Pas vanaf eind 15e eeuw werden de namen Valkhof en Valkhofburcht voor zover bekend ook gebruikt om de burcht als zodanig mee aan te duiden.[2]:33[12]:91-92

Met terugwerkende kracht is men de benaming Valkhof ook nog gaan gebruiken voor de 8e-eeuwse Karolingische palts. Na de afbraak van de burcht eind 18e eeuw is de term Valkhof "meegenomen" en weer overgegaan op het tegenwoordige park en de directe omgeving daarvan, vooral de heuvel. Zodoende kan "het Valkhof in Nijmegen" nu vier of zelfs vijf mogelijke betekenissen hebben.

Echte optekeningen van deze namen door cartografen zijn pas bekend vanaf de 17e eeuw; in 1639 wordt de plek door Isaac van Geelkercken vermeld als Het Valckhoff, en tien jaar later door Joan Blaeu als Valckhof.[13]

Voorgeschiedenis

[bewerken | brontekst bewerken]
👁 Image
Modelweergave (tentoongesteld in Museum Het Valkhof) van het Romeinse castrum aan het Valkhof in de buurt van Ulpia Noviomagus Batavorum, op de plek waar later de burcht zou verrijzen

De plek waar de bucht stond, de Valkhofheuvel en directe omgeving daarvan aan de Waal, kende in ieder geval in de oudheid ook al menselijke bewoning. Het is echter onzeker wanneer er zich hier voor het eerst permanent mensen hebben gevestigd. Kort voor het begin van de jaartelling lijkt hier in ieder geval een Romeins legerkamp, een castrum, te zijn gestationeerd. In de nabijheid daarvan moet op ongeveer hetzelfde moment[noten 1] de Bataafse nederzetting Oppidum Batavorum zijn gesticht. Omstreeks het jaar 70 vestigde Legio X Gemina zich aan het Valkhof, na de Bataafse Opstand. Omstreeks het jaar 100 verrees Ulpia Noviomagus Batavorum, de stad die algemeen als Romeins Nijmegen wordt gezien. Daar waar nu het Kelfkensbos is verrees in de 3e eeuw weer een nieuw Romeins fort, een castellum.[14]

Ook na het definitieve vertrek van de Romeinen, begin 5e eeuw, lijkt de heuvel van strategisch belang te zijn gebleven. Het werd een noordelijke uithoek van het Frankische rijk. Naar men aanneemt liet Karel de Grote hier omstreeks 770 een van zijn paltsen bouwen: de Valkhofpalts. Deze palts diende hierna ruim twee eeuwen lang als keizerlijke residentie en bestuurscentrum, tot aan de verwoesting ervan in 1047 tijdens de opstand tegen keizer Hendrik III. Over de gebeurtenissen in de eerste ongeveer 90 jaar daarna aan het Valkhof is maar heel weinig bekend. Vaak is verondersteld dat de palts toen slechts gedeeltelijk was beschadigd en (deels) in gebruik bleef als keizerlijke residentie. De zieke keizer Hendrik V, de laatste van de Salische dynastie, lijkt in ieder geval in het voorjaar van 1125 het Valkhof te hebben aangedaan, toen hij op doorreis was van Aken naar Utrecht. Vervolgens moeten hier in 1145 en 1151 de eerste Staufische bezoeken zijn geweest, van Koenraad III.[15] [16]:85

Tot en met 1157 wordt het bouwwerk nog aangeduid als palatium, een benaming die toen voor paltsen uit de Karolingische periode vanaf de 9e eeuw al grotendeels was vervangen door palatium regium ("koningspalts"). Dit is een mogelijke aanwijzing dat de palts aan het Valkhof toen nog relatief veel werd bezocht. De plek werd daarbij speciaal van koningspaltsen onderscheiden omdat de Rooms-Duitse koningen bij voorkeur naar de bisschopssteden gingen; Nijmegen is dit nooit geweest.[17]:102

Geschiedenis van de burcht (12e-18e eeuw)

[bewerken | brontekst bewerken]

Op 17 mei 1151 onderhandelde Barbarossa (op dat moment nog hertog van Zwaben) over het ambt van de bisschop van Utrecht. Als getuigen worden zeventien bisschoppen, abten, graven en hoge heren genoemd. In de akte zelf staat dat deze is opgemaakt door Barbarossa's oom, Koenraad III, en werd uitgegeven in het palatio Noviomagi.[18][3]:43 Dit lijken zodoende belangrijke aanwijzingen dat er aan het Valkhof op dat moment (weer) een geschikte accommodatie was om zo'n illuster gezelschap te ontvangen en om rijkszaken te behandelen en af te wikkelen.[19] :96-99

Bouw en voltooiing (1155 - 1200)

[bewerken | brontekst bewerken]

In 1155 werd Barbarossa zelf de nieuwe keizer van het Heilige Roomse Rijk, waar Nijmegen en omgeving op dat moment nog bij hoorden. In dezelfde tijd liet hij de Valkhofburcht bouwen dan wel heropbouwen,[14] als onderdeel van een serie burchten die de Staufische dynastie in de 12e eeuw liet neerzetten.[2]:30-31

👁 Image
De gedenksteen van Barbarossa

De volgende Latijnse gedenktekst vermeldt het begin van de (her)bouw van de burcht:

Anno milleno, postquam salus est data seclo, Centeno juncto, quinquageno quoque quinto, Caesar in orbe situs Fredericus pacis amicus, Lapsum, confractum, vetus, in nihil ante redactum, Arte, nitore pari, reparavit opus Novimagi, Iulius in primo tamen extitit ejus origo, Impar pacifico reparatori Frederico.

De Nederlandse vertaling hiervan is als volgt:

Duizend jaar nadat het Heil de wereld werd geschonken, plus nog 155 jaar, heeft Frederik, als keizer van zijn rijk, vriend van de vrede, het vervallen, ingestorte, oude, bijna in het niets verzonken bolwerk van Neomagus in gelijkwaardige schoonheid en luister herbouwd. Julius moge dan de schepper zijn, niet gelijkwaardig was hij met de vredebrengende herbouwer Frederik.

Dit tekst is gebeiteld in een marmeren reliëf. Uit de gebruikte lettervormen valt op te maken dat de gedenktekst omstreeks het begin van de 13e eeuw moet zijn opgesteld, in opdracht van de keizerlijke hofhouding. Vermoedelijk was de burcht op dat moment helemaal voltooid. Het jaartal 1155 verwijst daarbij naar het moment dat er met de (her)bouw van de burcht werd begonnen.[20]:176-177

Het laten plaatsen van dergelijke, voor die tijd nogal profane teksten was een keizerlijk voorrecht en een voortzetting van een uit de Romeinse tijd stammende traditie, die werd aangehouden door onder meer het geslacht Hohenstaufen waar Barbarossa zelf ook toe behoorde.[21]:51-63 Barbarossa wilde zichzelf vermoedelijk hiermee op gelijke voet plaatsen met Julius Caesar. Hij deed dat dus door diens naam in de gedenktekst te noemen en hem tegelijk te vermelden als de oorspronkelijke bouwer, terwijl hij zichzelf tegelijkertijd duidelijk trachtte te profileren als de echte vredestichter (in welk opzicht hij zichzelf dus zelfs boven Caesar verhief).[10] De tekst lijkt tevens een duidelijke aanwijzing dat Barbarossa hechtte aan translatio imperii, de continuering van het keizerschap vanaf de Romeinse tijd.[3]:46[22]:42

De gedenksteen met de tekst is eerst eeuwenlang ingemetseld geweest in de muur van het Sint-Stevenskerkhof nabij de sacristie van de Stevenskerk, waar hij in 1670 is teruggevonden.[23] Het witte Carrara-marmer is afkomstig van een hergebruikte Romeinse zuil; de cannelures aan de achterkant zijn daarvoor de belangrijkste aanwijzing.[24]

Eerste jaren na 1155

[bewerken | brontekst bewerken]

Omstreeks 1166 moet de Valkhofburcht in ieder geval deels voltooid zijn geweest.[3]:43 Zelf schijnt Barbarossa de burcht tussen 1157 en 1174 zeker viermaal te hebben bezocht, volgens de vermeldingen hierover. In 1161 hield hij er een Rijksdag.[22]:45 Hij was er ook bij de geboorte van zijn zoon, de latere keizer Hendrik VI,[25]:11 in oktober of november 1165.[noten 2][26]:11[25]:13 In 1189, kort voor zijn overlijden, schreef Barbarossa nog een brief aan zijn zoon Hendrik, waarin hij hem aanspoorde om vooral goed voor de paleizen in Nijmegen en Düsseldorf-Kaiserswerth te blijven zorgen.[27]:22 Uit deze brief valt ook op te maken dat de bouwwerkzaamheden toen nog steeds aan de gang waren.[20]:177

Gedurende de eerste tijd daarna vestigden er zich iets westelijker, nabij de Waalkade, steeds meer bewoners. Vanaf het eind van de 12e eeuw won de nederzetting duidelijk sterk aan economisch belang, en vanaf die tijd werden hier ook munten geslagen.[2]:30 De Valkhofburcht kreeg pas later een rechtstreekse verbinding met de eigenlijke stad, en was voor gewone burgers in de regel niet toegankelijk.[10][28]

Het bouwen dan wel herstellen van de burcht door Barbarossa lijkt niet tot een significante toename van de keizerlijke bezoeken te hebben geleid ten opzichte van de periode daarvoor. De politiek van de Staufische dynastie in deze streek (het Rijnland en de Nederlanden) was vooral gericht op indirecte controle middels het leenrecht, niet zozeer op rechtstreekse machtuitoefening.[16]:85 De burcht zou gedurende de eerste paar eeuwen daarna wel een belangrijke rol blijven spelen bij zowel de verdediging van de stad als het besturen ervan.

👁 Image
De verpanding van de stad, voornamelijk op fantasie berustend schilderij uit 1665 van Palamedes Palamedesz. (III). Op de achtergrond rechts is hier ook een deel van de burcht te zien.

Op 31 augustus 1230 werd Nijmegen, na een verzoek hiertoe, door de Rooms-koning Hendrik VII (achterkleinzoon van Barbarossa) verheven tot rijksstad binnen het Heilige Roomse Rijk. De plaats genoot daarmee nu dezelfde stadsprivileges als Aken.[29] Deze situatie heeft echter maar zeventien jaar geduurd. In 1247 verpandde Willem II van Holland het hele Rijk van Nijmegen aan zijn neef, de graaf Otto II van Gelre. Het aldus verpande gebied omvatte de burcht, de stad Nijmegen zelf en alles in de naaste omgeving, dus kleinere plaatsen zoals Groesbeek, de akkers en de bossen (toen nog deel van het grotere Ketelwald). Zodoende viel het hele Rijk van Nijmegen voortaan onder het graafschap Gelre[noten 3]. Als tegenprestatie verleende Otto II financiële steun aan Willem II bij diens vernieuwde koningschap. Willem II had niet lang daarna nog meer geld nodig, onder meer vanwege de kosten die de belegering van Aken met zich meebracht. Hij verhoogde de pandsom dus verder van 10.000 naar 16.000 mark. De burcht moet in ieder geval vóór 13 december 1247 door Otto II zijn ingenomen. Dit schijnt met enig geweld gepaard te zijn gegaan en ook de overige stadsbewoners lijken zich hiertegen te hebben verzet; zij verkozen kennelijk het gezag van de Duitse keizer boven dat van de graaf van Gelre.

In 1249 liet Otto II een nieuwe vestinggracht graven, op de plek waar ongeveer anderhalve eeuw later de Voerweg en de weg Lindenberg (destijds een voetpad) zouden worden aangelegd. Op de plek van de Lindenberg-weg lag in deze tijd een droge gracht, die een beschermende functie had en onderdeel vormde van de begrenzing tussen het burchtterrein en het eigenlijke stadscentrum.[30] Waarschijnlijk net iets later is, samen met de rest van de eerste omwalling, de Burchtpoort gebouwd; via deze poort en de Lange Burchtstraat stonden de Valkhofburcht en omgeving vanaf dat moment rechtstreeks in verbinding met het stadscentrum. De tweede omwalling rond de burcht sloot aan op de oostelijke stadsmuur.[12]:91-93 Otto II zou in deze tijd tevens toestemming hebben gegeven om de 7e-eeuwse Gertrudiskerk af te breken, mede omdat er aan het Valkhof extra ruimte nodig was voor het verder uitbouwen en versterken van de burcht.[31][27]:27-28

Nijmegen behield na de verpanding voorlopig nog wel bepaalde rechten van een rijksstad, en ook de burcht bleef in eerste instantie een belangrijke adellijke residentie.[32] Willem II was er nog meerdere malen zelf te gast, bijvoorbeeld tijdens de kerstdagen van 1248. Hij was er opnieuw in 1254, toen hij de Hundisberg schonk aan het kapittel van de Keulse Apostelenkerk, zodat de nieuwe Stevenskerk hier kon worden gebouwd.[27]:27-28 In ongeveer dezelfde tijd breidden de graven van Gelre de versterking van de Valkhofburcht verder uit. Diverse Rooms-Duitse vorsten hebben de eerste tijd hierna nog geprobeerd om alle door Willem II verpande rijksgoederen weer terug bij hun eigen rijk te krijgen, onder wie Rudolf I. Uiteindelijk is deze kwestie uitgedoofd.[9]:132-134

Vanaf 1265 zijn er meldingen bekend van het overdragen van onroerend goed via de rijkshof (curia imperii) in Nijmegen. In 1292 was er een cijnsbetaling in de Rijksaula (in curia imperialis aula Novimagensis). Het staat echter niet vast dat het hier een vertrek binnen de Valkhofburcht betreft; het zou ook kunnen gaan om de Hanckhoeve (nabij het huidige Koningsplein).[17]:96

👁 Image
Hertogin Eleonora samen met haar gezin in de Valkhofburcht, terwijl ze zich tegenover alle aanwezigen "blootgeeft" (boekenprent door Johannes Christiaan Bendorp)

In 1300 bracht Alrecht I een bezoek aan Nijmegen in verband met de kwestie wie Jan I moest opvolgen als graaf van Holland. Hij verbleef daarbij in de burcht (volgens een vermelding bij Melis Stoke).[9]:133

Vanwege haar aanstaande huwelijk met graaf Reinoud II van Gelre (de kleinzoon van Otto II) arriveerde Eleonora van Engeland (de zus van koning Eduard III van Engeland) op 17 mei 1332[noten 4] in Nijmegen, waar ze haar intrek nam in de burcht. Vijf dagen later werd hun huwelijk voltrokken in de Stevenskerk. Eleonora bracht (volgens een verhaal dat is opgetekend door Hendrik van Herford) in 1343 een nieuw bezoek aan de stad. Onder andere haar verblijfplek in de burcht werd voor deze gelegenheid verbouwd en vernieuwd, evenals de trap naar de Grote Zaal. Het echtpaar was in de tijd daarvoor weinig meer in elkaars nabijheid te zien geweest; ze zou door haar man zijn verstoten vanwege geruchten dat ze melaats was (in werkelijkheid lijken ze vooral een slecht huwelijk te hebben gehad). Volgens een overgeleverde legende heeft Eleonora zich toen op eigen houtje en onuitgenodigd naar de burchtzaal begeven waar haar man net met zijn hofraad aan het vergaderen was. Daar liet ze aan alle aanwezigen haar ontblote bovenlichaam zien waar niets aan mankeerde, teneinde alle geruchten over haar vermeende melaatsheid te ontkrachten..[9]:135[6]

De oudste bewaard gebleven vermelding van onderhoudswerkzaamheden aan de burcht dateert uit de periode 1346-1347. Vanaf deze tijd lijkt er bij de diverse verbouwingen voornamelijk baksteen te zijn gebruikt.

In de periode 1380-1390 werden er intensievere bouwwerkzaamheden verricht onder leiding van onder meer Johan Vijgh, Hendrik van Steenbergen en Hendrik Herwen. De burcht moet in deze tijd ook aanzienlijk zijn vergroot; dit valt af te leiden uit bewaard gebleven rekeningen. De proost van Utrecht stuurde hiervoor 100.00 extra bakstenen naar Nijmegen.[27]:33-34[2]:33

Uit documenten blijkt dat er omstreeks 1393 in het poortgebouw archieven bewaard werden. In deze tijd woonden er in de nabijheid van de burcht diverse belangrijke functionarissen. Een van hen was Johan Moliart, Reinoud II's belangrijkste raadsheer, die een huis in de Burchtstraat vlak bij de Burchtpoort had. De Reuzentoren deed in deze tijd dienst als gevangenis. Een bekende gevangene is Arnt van Heumen, die hier in 1386 werd opgesloten (later kreeg hij gratie). Ook werden hier krijgsgevangenen ondergebracht na de Slag bij Niftrik van 1388. Een deel van hen werd te werk gesteld bij het bouwen aan de zuidelijke ommuring van de burcht, destijds de buitenste ringmuur.[9]:135-136

Behalve valken werden er in de stallen bij de burcht ook andere dieren gehouden. Op de plek van de latere Hoogstraat en de Sociëteit Burgerlust bevonden zich tot en met de 15e eeuw de grafelijke stallen. Hier verbleven allerlei soorten dieren, inclusief leeuwen (het landelijke wapendier[12]:93). In 1405 werd er nog een kameel gehouden.[noten 5][33]:45

Omstreeks het begin van de 15e eeuw kwam er een nieuwe stadsuitleg. Het Valkhofterrein en de burcht werden daarbij nu meer onderdeel gemaakt van de eigenlijke stad. Om de transportverbinding tussen de Waalkade en de binnenstad te verbeteren werd er een nieuw dal gegraven; het Kelfkensbos wordt daardoor sindsdien van de rest van het aan de Waal gelegen plateau gescheiden. In dezelfde tijd is ook de Voerweg aangelegd, die voortaan de rechtstreekse verbinding vormde tussen de burcht en de Hunnerpoort. Vanwege al deze aanpassingen is de burcht zelf in deze tijd deels herbouwd en vermoedelijk ook enigszins verkleind. De drie op de donjon aansluitende vleugels werden grotendeels opnieuw gebouwd, nu in baksteen. De donjon zelf, de kapellen en de binnenste omwalling behielden anderzijds hun romaanse bouwstijl.[34]:31[12]:93

Hertog Reinoud IV lijkt maar weinig op de Valkhofburcht te hebben verbleven, een mogelijke aanwijzing dat de betekenis van de burcht als landsheerlijk centrum toen al aan het afnemen was. Op 13 november 1416 bracht de Rooms-Duitse koning Sigisund van Luxemburg wel een bezoek aan de burcht, waar hij tien dagen bleef en afgevaardigden uit Friesland en Mainz ontving. Ook bisschop Frederik van Blankenheim werd door Sigismund op de burcht ontvangen. Hiermee had Nijmegen dus weer heel even de functie van bestuurlijke plaats voor het Duitse rijk.[9]:140-141

Onder het slechte bestuur van Arnold van Egmont raakte het hertogdom Gelre aan het begin van de 15e eeuw in grote financiële problemen.[noten 6] Ook de Valkhofburcht werd in deze tijd verwaarloosd en raakte in verval. Een opknapbeurt van betekenis in deze tijd was het herstel van de gevangenistoren in 1435; mogelijk werd dit gedaan om te voorkomen dat de gevangenen zouden uitbreken.[27]:36 De ringmuren zijn in deze tijd ook grondig hersteld.[2]:33

👁 Image
Karel van Gelre wordt in 1473 op 8-jarige leeftijd te Nijmegen ingehuldigd als de nieuwe hertog (historische prent uit de 19e eeuw)

Arnolds echtgenote Katharina van Kleef liet hierna de burcht, samen met andere delen van de stad, wel weer grondiger herstellen.[35] Ze hield zich in ieder geval vanaf 1452 al bezig met het herstellen van de burcht. In september 1457 verliet ze het Tolhuis, een andere burcht in Lobith, en betrok met een uit 26 personen bestaande hofhouding de Valkhofburcht. Enkele dagen later trok haar zoon Adolf van Egmond, die later zelf een van de heren van de burcht zou worden, bij haar in. In de periode 1457-1459 liet ze de hertogelijke vertrekken opknappen en van nieuw meubilair voorzien.[9]:142-143 Vanaf 1460 vond er gedurende zeven jaar een laatste grote verbouwing plaats. De burcht heeft naar alle waarschijnlijkheid toen zijn definitieve uiterlijk hebben gekregen, zoals dat bekend is van de latere afbeeldingen.[7] De burcht is in deze tijd ook geheel binnen de stadsmuren komen te liggen, door de nieuwe stadsomwalling.

Catharina van Bourbon (degene die van de Stevenskerk – waarin ze ook is begraven – een kapittelkerk maakte) overleed in 1469 tijdens een verblijf aan het Valkhof.

Tijdens het beleg van de stad in 1473 verbleven Katharina van Kleef vermoedelijk nog steeds in de burcht samen met de kinderen van haar man Adolf (die twee jaar daarvoor was gevangengenomen), de tweeling Filippa en de latere hertog Karel van Gelre (ook bekend als Karel van Egmond). Karel de Stoute heeft naar verluidt vanwege de aanwezigheid van deze twee kinderen (hun moeder Catharina van Bourbon was zijn schoonzus) opdracht gegeven om de burcht bij de beschietingen te ontzien. Nadat de gevechten waren afgelopen werden de twee kinderen overgebracht naar het graafschap Vlaanderen waar ze verder zouden worden opgevoed. Karel de Stoute nam daarna zelf tijdelijk zijn intrek in de burcht. De door hem aangestelde gouverneur heeft er mogelijk ook nog verbleven, evenals het gerechtshof van het Kwartier van Nijmegen. In 1477 of 1478 werden de broers Frederik en Willem van Egmont in de burcht gevangengezet. Keizer Maximiliaan I bevrijdde hen hier enkele jaren later, nadat hij na de Gelderse Onafhankelijkheidsoorlog de stad in handen had gekregen. In 1492 werd Karel van Gelre uiteindelijk vrijgelaten door het Franse hof, waarna hij zelf de nieuwe hertog van Gelre werd. Hij verbleef hierna enkele weken op de burcht, maar daarna is hij er nog maar weinig geweest. De burcht was in die tijd vooral een militair steunpunt, naast een verblijfplek voor de landsheer. Het onderhoud en de bezoldigingen van degenen die het het beheer over de burcht hadden werden inmiddels uitbetaald door een tollenaar van de Lobithse tol.[9]:144-145

In deze tijd is de burcht verder versterkt met mergel, zand en kalk, materialen die werden verscheept.[2]:33

👁 Image
Tapijtkleed waarop het Zwaanridder-verhaal wordt uitgebeeld

In vooral de laatmiddeleeuwse literatuur duikt de Valkhofburcht ook een paar keer op. Bekend is in dit verband vooral de middeleeuwse sage chanson du Chevalier au cygne et de Godefroid de Bouillon, in het Nederlands bekend als het verhaal van de Zwaanridder.[36] Het gaat over een bezoek dat 60 ridders aan het kasteel van Nimaie brengen in het kader van een aldaar te houden rechtszaak, die plaatsvond in opdracht van een keizer genaamd Otto; het kan dan enkel gaan om Otto IV. Beschreven wordt hoe de ridders een rijkelijk versierde zaal betreden, met zeer kleurrijke en vergulde muurschilderingen van onder meer planten en dieren. Ook zijn er allerlei historische gebeurtenissen uit de klassieke oudheid uitgebeeld, zoals de Trojaanse Oorlog en de veldtochten van Alexander de Grote tot in India waar hij de strijd aanging met koning Poros. De passage in kwestie eindigt met het begin van de rechtszitting in deze zaal. De wandschilderingen in deze ruimte worden als volgt beschreven: de goede steden worden uitgebeeld op de rechtermuur, de slechte steden – die ten prooi vielen aan verwoesting – op de linkermuur. Dit gaf mogelijk de scherpe tweedeling weer die de Rooms-Duitse keizers zoals Barbarossa maakten tussen "goede/trouwe" en "slechte/ontrouwe" steden; alleen die laatste categorie steden werd verwoest. Otto van Freising, Barbarossa's oom, droeg een van zijn hoofdwerken met als titel Chronica sive Historia de duabus civitatis op aan Barbarossa.[noten 7]

Het verhaal van de Zwaanridder kent echter meerdere overgeleverde versies waarin het op uiteenlopende plekken wordt gesitueerd; zo zijn er ook versies die zich afspelen in Kleef en Antwerpen. Mogelijk is het verhaal dus bewerkt, zodat het zich specifiek in Nijmegen en de burcht afspeelde. Het is zodoende niet zeker dat de voorgaande beschrijving een echt waarheidsgetrouw beeld van het inwendige van de burcht geeft. Mocht de passage wel echt over een bepaalde zaalruimte binnen de Valkhofburcht gaan, dan wordt de Rode Kamer in de noord-zuidvleugel genoemd als meest kansrijke kandidaat. [4]:124-127

In maart 1519 bracht de nieuwe echtgenote Karel van Gelre, hertogin Elisabeth van Brunswijk-Lüneburg, met haar gevolg drie dagen door in de burcht als onderdeel van een rondreis om Gelre te leren kennen. De stadsraad zwoer haar de Eed van Trouw en zelf bevestigde ze hier de stedelijke privileges.[35] In dezelfde tijd is de derde omwalling van de stad voltooid. De burcht – die tot dan toe buiten de jurisdictie van Nijmegen was gevallen – stond voortaan gewoon onder de controle van het stadsbestuur. Het bouwwerk boette mede hierdoor verder aan strategisch belang in.[37]:151-152

👁 Image
Het bezoek van keizer Karel V aan Nijmegen (prent uit 1837)

Vanaf 1520-1530 liet Karel van Gelre de burcht verder versterken. Hij begon met een van de burchttorens. Dit gebeurde echter zeer tegen de zin van veel Nijmegenaren; zij moesten de bouwmaterialen namelijk eigenhandig en bovendien nog op hun eigen kosten aanvoeren vanaf de Waaloever. In deze tijd zijn er waarschijnlijk ook al bouwmaterialen uit de burcht verwijderd, die elders in de stad nieuwe bestemmingen kregen; zo ging een stuk wapensteen bijvoorbeeld naar de Windmolenpoort, en ook werd er veel mergelsteen en blauwe hardsteen weggehaald.[27]:38-39 Veel Nijmegenaren hadden inmiddels een hartgrondige hekel aan de burcht, ook al omdat deze de hertogelijke macht vertegenwoordigde, terwijl men voor de stad liever wat meer autonomie wilde. Uiteindelijk kwam de Nijmeegse bevolking in opstand tegen Karel van Gelre, waarbij de burcht in totaal zeker driemaal is bestormd. Begin januari 1524 toog het stadsbestuur in gezelschap van gilden en broederschappen naar de burcht, waar ze de poorten uit hun hengsels lichtten. In 1529 kwam Karel van Gelre zelf naar de stad, maar de toegang tot de burcht werd hem geweigerd. In februari 1530 kwam het tot een tijdelijke verzoening, en de hertog werd nu op de burcht juist feestelijk onthaald. In de jaren daarna ging het toch weer mis tussen de hertog en de Nijmeegse bevolking. Bij een derde bestorming, in 1537, bezetten de opstandige burgers van Nijmegen zelf de burcht, namens de hele stad. Karel van Gelre ging uiteindelijk overstag en hij liet de sinds 1530 aan de burcht aangebrachte versterkingen weer weghalen, wel op kosten van de stad. Deze werkzaamheden waarbij de burcht weer in een eerdere staat terugkwam gebeurden in de periode 1538-1543, onder toezicht van burgemeester Ponitaan Gruenwalt. Bij wijze van tegenprestatie lieten de Nijmegenaren de begin 15e eeuw gebouwde Egmondstoren afbreken, die oorspronkelijk als verdedigingstoren deel had uitgemaakt van de stadsmuur maar inmiddels de toegang tot de burcht versperde. Ook verdween een deel van de aarden wallen en muren op het binnenplein en werd de houten toegangsbrug weggehaald. Waarschijnlijk is ook de droge gracht, die de burcht verbond met de eigenlijke stad, toen met grond gevuld. [9]:146-148[26]:14

Karel van Gelres opvolger, Willem V van Kleef (Willem van Gulik), bezocht voor zijn inhuldiging als hertog Nijmegen en de burcht op 3 februari 1538. Keizer Karel V volgde in 1546 en de latere koning Filips II van Spanje — die op dat moment regent was — in 1549.[6] Na de Gelderse Oorlogen was het hele hertogdom Gelre in 1543 bij de Habsburgse Nederlanden ingelijfd, en stond nu onder het bestuur van Karel V. Die bracht in februari 1546 voor zijn inhuldiging als de nieuwe hertog van Gelre een bezoek van een week aan de stad (waarvan hij toen ook de privileges als rijksstad herbevestigde) en verbleef daarbij in de burcht.[38]:71-72 Hij kwam vanuit het oosten de stad binnen en moet zich via de Veerpoort omhoog naar de burcht hebben begeven. Dit bezoek van Karel V zou de laatste keer ooit zijn dat een keizer op de Valkhofburcht verbleef.

Vanaf ca. 1556 vond er opnieuw grondig onderhoud aan de burcht plaats. Karel V besloot – mede om zijn wankele positie in Nijmegen te versterken en met het oog op de geplande bezoeken van de Habsburgers aan de burcht – onder meer om de oude woonvertrekken in hun vroegere glorieuze staat terug te brengen. Ook liet hij de verdedigingswerken herbouwen. Onder meer het gehele dak van de keuken aan de oostzijde van de zaalbouw is hierbij vervangen. De Grote Zaal kreeg andere haarden en de hertogelijke verblijven werden van nieuw meubilair voorzien. De ringmuur aan de noordkant van de burcht werd voorzien van een extra steunbeer, vanwege grondverschuivingen die het gevolg waren van onder meer de vele graafwerkzaamheden.[12]:93 Het keldergewelf werd ook vernieuwd vanwege de dreigende grondverschuivingen aan de noordkant. In 1564 onderging ook de Nicolaaskapel opnieuw grondig onderhoud; de kapel werd opnieuw bepleisterd en de plavuizen vloer in de bovengalerij werd vervangen.[27]:40[37]:152-153

Tachtigjarige Oorlog

[bewerken | brontekst bewerken]
👁 Image
Spotprent uit 1572, uit de serie Alva's opdracht in de Nederlanden en de gevolgen van zijn tirannie

De oudste bewaard gebleven afbeelding van de Valkhofburcht dateert uit 1570, de Tachtigjarige Oorlog was inmiddels aan de gang.[3]:43 In augustus van datzelfde jaar verbleef Anna van Oostenrijk (de dochter van keizer Maximiliaan en de aanstaande echtgenote van Filips II van Spanje) gedurende drie dagen op de burcht, terwijl ze op doorreis was van Wenen naar Madrid. De hertog van Alva verbleef in dezelfde tijd als landvoogd in Nijmegen, en ontving haar op de burcht. Hij gaf opdracht tot allerlei reparaties aan onder meer de keukens, muren, daken en vensters, voor het destijds kolossale bedrag van 900 Hollandse pond. Alva verbleef nogmaals aan het Valkhof van november 1572 tot juli 1573. Hij gebruikte het bouwwerk toen als hoofdkwartier om het land te besturen en het opstandige graafschap Holland aan te vallen. Alva liet opnieuw kleine verbouwingen aan de nu als vesting gebruikte burcht doen en herstelde zwakke plekken in de muren (voor in totaal 930 pond), om de soldaten goed te kunnen huisvesten en te voorkomen dat het de geuzen zou lukken om de burcht in te nemen. In totaal werden er zo'n 600 piekeniers door Alva in de burcht ondergebracht. Filips II probeerde in feite via Alva de Valkhofburcht tot een dwangburcht te maken, wat uiteindelijk mislukte.[39] Na het definitieve vertrek van Alva en diens mannen bleken er opnieuw veel herstelwerkzaamheden aan de Valkhofburcht nodig. In deze tijd werd er voor het eerst op grote schaal tufsteen gestolen, die als metselspecie werd doorverkocht.[40][33] :37[27]:43[37]:154-155

In 1577 beraadslaagde het kwartier van Gelre in de burcht over hoe de Spaanse Nederlanden het beste van Spanje konden loskomen. Jan van Nassau werd bij deze gelegenheid aangesteld als de nieuwe Gelderse stadhouder. In 1578 werd hij tevens op de burcht ingehuldigd. Jan van Nassau was ook degene die een verbod instelde op de uitoefening van het katholieke geloof in Nijmegen.[3]:41-42/48-49 De nu nog altijd bestaande Nicolaaskapel en Sint-Maartenskapel verloren hiermee hun religieuze functie, en raakten voor lange tijd in verval. De magistraat van het nu protestantse stadsbestuur stelde voor om de Valkhofburcht helemaal te slopen, teneinde te voorkomen dat de Spanjaarden de burcht opnieuw zouden kunnen gebruiken als vesting. Jan van Nassau vond dit echter onnodig, hij zei dat de burcht gewoon rechtstreeks door het Nijmeegse stadsgeschut kon worden vernield als dit nodig zou blijken. Wel liet hij de burchtpoorten uit de haken halen. Ook anderszins lijkt Jan van Nassau weinig tot niets om het bouwwerk te hebben gegeven. Zo liet hij voor 700 pond aan tufsteen verwijderen; de opbrengst daarvan ging naar de reparatie van het stadhouderlijk hof in Arnhem.[37]:155

In 1581 werd Filips II afgezet als Heer der Nederlanden. De burcht werd hierna eigendom van de Gelderse Staten (ongeveer het provinciaal bestuur van die tijd), die vanaf dat moment ook alle kosten voor het onderhoud ervan voor hun rekening namen. Bij het stadsbeleg van 1585 viel Nijmegen opnieuw in Spaanse handen, en de Spaanse soldaten namen hun intrek in de burcht. Het bouwwerk werd opnieuw gebruikt als hoofdkwartier voor de Spanjaarden en er werden ook veel vernielingen aangericht. Bij het beleg van 1591 door Maurits van Oranje (de "Reductie van Nijmegen") raakte de burcht verder beschadigd. Het lukte de Staatsen bij dit beleg om de stad weer terug te veroveren op de Spanjaarden. Hun garnizoenen brachten echter nog meer schade toe aan de burcht; zo werd er lood uit de daken en goten gestolen en allerlei brandbare materialen werden opgestookt.[37]:155-157 Onder leiding van Cornelis van der Wardt werden er wat ambachtelijke herstelwerkzaamheden verricht.

Vanaf deze tijd begon ook de eenheid binnen de burcht steeds meer verloren te gaan. Het complex werd nu opgedeeld in drie woningen die voor de ambtenaren van het Rijk van Nijmegen waren. De burggraaf verbleef vermoedelijk in het oostelijke deel en de noord-zuidvleugel.[2]:33 Het gedeelte ten westen van de Reuzentoren en tot aan de Nicolaaskapel heette ook wel de voorburcht, "huis Holland" of "Conciergerie"; waarschijnlijk was dit het woongedeelte van de kastelein (die in rang net onder de burggraaf stond). In het noordelijke gedeelte van de vier verdiepingen tellende noord-zuidvleugel (de Blauwe en Rode Kamer) bevonden zich de hertogelijke vertrekken, en Karel V had hier verbleven tijdens zijn bezoek aan Nijmegen.[27]:42-43[37]:152 In deze tijd werden er al oude gedeeltes (zoals stallen en muren) afgebroken omdat men de tufsteen hiervan opnieuw wilde gebruiken.[2]:34

Vanaf de 17e eeuw verloor de burcht duidelijk steeds meer aan belang en betekenis als bestuurlijk centrum, en er verbleven steeds minder hoogwaardigheidsbekleders. In 1614 gaf de latere prins Maurits van Oranje nog opdracht om de burcht te laten renoveren "tot beter geryff". De kelder onder de Grote Zaal werd opnieuw gestut, en een bakkerij in de noordoostelijke muurtoren kreeg tienduizend nieuwe klinkers. Maurits was aanvankelijk van plan om met zijn hele gezin een tijdlang in de burcht te verblijven, maar uiteindelijk is dit nooit doorgaan. Wel is Maurits er nog een paar keer zelf geweest, evenals zijn opvolger Frederik Hendrik. Vele muren en steunberen werden in die tijd hersteld, voor ruim 239 gulden. De Gelderse Rekenkamer, die inmiddels het beheer over de burcht had, besloot om de voortoren voor de ingangspoort helemaal af te breken vanwege de slechte staat.[37]:157[27]:43 De stad Nijmegen betaalde zelf niet mee aan het blijven onderhouden van de Valkhofburcht; de burcht stond nu immers geheel onder het beheer van de Staten van Gelre en Zutphen.

De banden die Nijmegen als vroegere rijksstad officieel nog altijd had met het Duitse Rijk werden definitief verbroken middels de Vrede van Münster (1648). Een gevolg was dat de Valkhofburcht hierna nog verder aan geopolitieke betekenis verloor.[41][42]

Al in deze tijd is men begonnen met het overbrengen van waardevolle hergebruikte Romeinse bouwmaterialen vanuit de burcht naar het stadhuis, waar ze werden ingemetseld of tentoongesteld. Het ging daarbij veelal om graf- en altaarstenen en bouwornamenten.[20]:177 Aan het eind van de 17e eeuw is het binnenplein van de burcht uitgegraven, omdat men op zoek was naar fundamenten van de oudste bebouwing. Hierdoor werd uiteindelijk 1262 ton tufsteen gevonden.[2]:34

Na het beleg van Nijmegen (1672) verslechterde de algehele staat van de Valkhofburcht verder, zelfs in dien mate dat tijdens de onderhandelingen die zouden leiden tot de Vrede van Nijmegen (1679) geen enkele ambassadeur of gezant in Nijmegen er wilde verblijven. Het lukte de Gelderse Rekenkamer daarnaast nauwelijks om delen van de burcht te verhuren en zo wat extra inkomsten binnen te halen; een schuur werd verpacht als paardenstal.[37]:160-161

Tijdens de eerste decennia van de 18e eeuw ging de toestand van de burcht nog verder achteruit. Het was nu vooral nog een verzameling woningen van diverse ambtenaren, die hun woonruimtes elk naar eigen goeddunken inrichtten. Andere delen van de burcht deden nu dienst als voorraadschuur. Burggraaf Adriaan van Lynden verhuisde van de vervallen Conciërgerie naar de stadhouderlijke vertrekken; hij kreeg hiervoor toestemming van de Staten, op voorwaarde dat hij zelf meebetaalde aan de restauratie van de Grote Zaal. De Conciërgerie-vleugel is in deze tijd al voor een deel afgebroken, een ander deel werd gehuurd door Jacob Derk van Lynden. Na Adriaan van Lynden heeft ook diens zoon Frans Godard in de burcht verbleven.[37]:161-162

Een reiziger uit Emmerik omschreef de Valkhofburcht in 1721 als "zijnde vanouts geweest een seer aanzienlijk slot of casteel, maar nu zeer defect en vervallen."[37]:173

In 1726 is het eerste tot in detail uitgewerkt bouwplan van de burcht gemaakt dat tot op heden bewaard is gebleven: het Historisch Dakenplan, voorzien van een legenda. Dit schema was onderdeel van het werkmeestersrapport van 26 juni van dat jaar. Bij latere pogingen tot reconstructie van de burcht is er vooral gebruikgemaakt van dit dakenplan. Eerder had ook Thomas Singendonck al een overzichtskaart van het Valkhof gemaakt, maar het is onbekend waar die is gebleven.[2]:17 [43]

Prins Willem V achtte de burcht in 1766 en opnieuw in 1769 ongeschikt voor bewoning. De Staten van Gelre besloten (na een reprimande door het Hof van Gelre) om een commissie aan te stellen die de kosten van noodzakelijke reparaties moest uitzoeken. De Gelderse Rekenkamer diende ten slotte een plan in waarin onder de bouw van een nieuwe eetzaal was voorzien samen met een antichambre en drie nieuwe slaapkamers, voor een bedrag van in totaal 7890 gulden. Het Gelderse bestuur vond dit te hoog en stelde uiteindelijk 6000 gulden ter beschikking. Dit alles kon geenszins verhinderen dat de burcht steeds meer te maken had met verzakking, onder meer doordat er door particulieren voortdurend tufsteen werd weggehaald. Bij de muren aan de noordzijde bestond instortingsgevaar. Uiteindelijk kwam er in de stad een verbod op het kopen van tufsteen in bepaalde gevallen.[37]:162-163

Door alle bouwvalligheid is de Lappentoren in 1784 compleet ingestort, toen de Waal buiten haar oevers was getreden.[5]

Verblijf van stadhouder Willem V (1786-1787)

[bewerken | brontekst bewerken]
👁 Image
Prent op basis van een schilderij uit 1788. Hierop zijn onder andere prins Willem Frederik (later koning Willem I) en diens broer Willem George Frederik van Oranje-Nassau, hier samen in de manege van het Valkhof.

De allerlaatste hooggeplaatste functionaris die op de Valkhofburcht heeft verbleven was de reeds genoemde Willem V (nu stadhouder), in de periode 1786-1787. Vanwege de burgertwisten eind 18e eeuw tussen prinsgezinden en patriotten achtte hij het omstreeks september 1786 raadzaam om enige tijd buiten Den Haag te verblijven. Hij ging eerst naar Breda, Friesland, Groningen en Overijssel.[44] Na Leeuwarden en Het Loo (Apeldoorn) te hebben aangedaan, koos hij uiteindelijk voor het Valkhof in Nijmegen, waar de burggraaf het stadhouderlijk huis welgezind was. In het najaar van 1786 vestigde hij zijn stadhouderlijk hof op het Valkhof, samen met zijn vrouw Wilhelmina van Pruisen en zijn kinderen (onder wie de latere koning Willem I).[45] Van daaruit zou hij in geval van nood snel kunnen vertrekken naar Pruisen. Vanwege de komst van Willem V werden de talrijke dienstvertrekken en keukens opgeknapt en opnieuw ingericht. Nog in 1769 waren er, met het oog op een mogelijk verblijf van de prins-stadhouder, op de tweede verdieping nieuwe vertrekken aangebouwd. Heel veel herstelwerkzaamheden werden er echter niet gedaan, waarbij ook meespeelde dat het de Staten van Gelre waren die voor alle kosten opdraaiden.

In totaal kwamen er ca. 190 leden van het stadhouderlijk hof naar de burcht. Willem V en zijn gezin vestigden zich in de noord-oostvleugel, Wilhelmina van Pruisen betrok een gedeelte bij de Rode Kamer. Hiernaast was de Blauwe Kamer met de prinselijke vertrekken, terwijl de Grote Zaal werd gereserveerd voor de twee jonge prinsen. Voor deze gelegenheid werden veel van de vervallen keukens nog snel even opgeknapt. Ook kwamen er allelrei geïmproviseerde kamertjes, en de buitenkant van de Reuzentoren kreeg een overdekte houten gang. Er kwamen ook nog een nieuwe ingang, compleet met bordes, en een buitentrap aan de zuidzijde van het gedeelte van de burcht dat nu als onderkomen voor de stadhouderlijke familie diende.[2]:34 [37]:163-164

Wilhelmina van Pruisen reisde in juni 1787 in haar eentje vanuit Nijmegen weer naar Den Haag met het verzoek om terug te mogen keren, maar zij werd door patriotten aangehouden bij Goejanverwellesluis. Zij schreef haar broer, koning Frederik Willem II van Pruisen, over de vernedering die haar ten deel was gevallen. Daarop besloot de Pruisische koning om militair in te grijpen en op 11 september viel hij via Nijmegen de Republiek binnen. Op diezelfde dag arriveerde er een groot Pruisisch leger onder leiding van de hertog van Brunswijk op de Valkhofburcht. De volgende dag trok dit leger vanuit deze plek samen met de in Ooij, Persingen en Nijmegen gelegerde troepen verder op naar Holland. Het doel van deze hele militaire operatie was om de rest van de Republiek te heroveren op de patriotten en de Oranjerestauratie door te voeren. Duizenden patriotten vluchtten hierna naar Frankrijk, waar twee jaar later de Franse Revolutie uitbrak.

Beleg van Nijmegen (1794)

[bewerken | brontekst bewerken]
👁 Image
Zie Beleg van Nijmegen (1794) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Tijdens het beleg van Nijmegen in oktober-november 1794 is de stad na hevige gevechten uiteindelijk door de Fransen ingenomen. De burcht moet beschadigd zijn geraakt als gevolg van de beschietingen, vooral het bombardement van 6-7 november. De precieze omvang van de schade is echter nooit duidelijk geworden, bij gebrek aan bewaarde rechtstreekse vermeldingen.[46] Vermoedelijk was de burcht hierna nog te herstellen geweest, wat echter niet is gebeurd.

Sloop (1796-1797)

[bewerken | brontekst bewerken]

Na alles tegen elkaar te hebben afgewogen, besloot de Gelderse Landdag op 6 augustus 1795 om een voorstel om het gebouwencomplex volledig te slopen, in te willigen. Tijdens een vergadering van het Kwartier van Nijmegen op die dag kwamen de eerste plannen hiervoor ter sprake. De gemeenten Tiel en Zaltbommel (beide leden van het Kwartier van Nijmegen) en Arnhem waren unaniem voorstander. Ook het kwartier van Zutphen stemde in met de voorgenomen sloop. Alleen vanuit Nijmegen kwam veel protest hiertegen.[3]:106 Afgevaardigden namens de stad Nijmegen en het Kwartier van Nijmegen drongen er bij de Landdag op aan om ten minste de Reuzentoren, de Hofpoort en de ringmuren te behouden, met als extra argument dat hieraan toch geen verdere reparatiekosten besteed hoefden te worden. De Nijmegenaren zelf uitten veel bezwaren tegen de voorgenomen sloop, maar het verzet bleek al met al tevergeefs. Johannes in de Betouw wist na veel inpraten op het Gelderse bestuur uiteindelijk toch te regelen dat de Nicolaaskapel (in deze tijd beter bekend als de "Karolingische kapel", vanwege de veronderstelde nauwe band met Karel de Grote) en Maartenskapel gespaard bleven, door nog eens te wijzen op de – nadien volledig onjuist gebleken – Romeinse en Bataafse oorsprong van deze bouwwerken. Vooral de vermeende Bataafse oorsprong overtuigde veel mensen om het behoud van althans de twee kapellen te steunen; "Bataven" gold in deze tijd voor veel Nederlanders als een geuzennaam. In de Betouw had daarnaast heel graag ook nog de donjon voor de sloop willen behoeden, maar hij moest op dit punt uiteindelijk bakzeil halen.[3]:128-131

Dat het afbreken van de rest van de burcht – behalve in de stad Nijmegen zelf – zo breed werd gesteund, had meerdere redenen. Ten eerste zou een nieuwe restauratie van het bouwwerk erg duur zijn geweest, juist in een tijd dat het in de Nederlanden economisch minder goed ging (vooral als gevolg van de oorlog met Frankrijk). Als zodanig vormde het bouwwerk bovendien voor velen inmiddels een onprettige herinnering aan het feodalisme en het inmiddels gehate ancien régime: de verafschuwde prins-stadhouder in combinatie met de eeuwenoude vorstelijke grootheid in wat toen de nieuwe democratische tijd was.[38]:94 De Valkhofburcht werd in deze zelfde context als "tirannenburcht" ook wel vergeleken met de enkele jaren eerder eveneens afgebroken Bastille Saint-Antoine in Parijs (vooral bekend van de bestorming op 14 juli 1789, waarmee de Franse Revolutie werd ingeluid); net als in de Bastille was er in de Valkhofburcht een gevangenis geweest, ook was het voorplein van de Valkhofburcht daadwerkelijk gebruikt als executieplek.[3]:114-118 Ook handelsgerelateerde motieven moeten veel gewicht in de schaal hebben gelegd; veel van de materialen waaruit de burcht was opgebouwd waren nog goed herbruikbaar. Ten slotte speelde zeer waarschijnlijk de afgunst mee die men in sommige andere Nederlandse steden (en dan speciaal binnen het Kwartier van Gelre) koesterde jegens Nijmegen wegens diens status als vroegere rijksstad – tevens vermoedelijk oudste stad van de Republiek – ook al waren vrijwel alle Nijmeegse privileges als rijksstad in die tijd allang beëindigd.[37]:168-169[47][28] De burcht als zodanig was formeel eigendom van de provincie, niet van de stad Nijmegen zelf. Zodoende lag ook de uiteindelijke beslissing over het bouwwerk bij het provinciaal bestuur.[48]:14

Een half jaar later, op 9 februari 1796, werd de burcht in acht kavels geveild voor een totaalbedrag van 90.400 gulden.[49] De Staten van Gerle sloten een contract met een consortium van vier slopers.[noten 8][37]:170 Het provinciaal bestuur besloot het verkoopproces verder te bespoedigen vanwege onenigheid over wie het burchtterrein nu precies in bezit had.[2]:34 Op 21 februari kocht de gemeente Nijmegen het terrein van de Valkhofburcht ten slotte van de provincie, samen met de twee geredde "Heydensche" kapellen. De stad kreeg hierdoor een schuld van 10.00 gulden bij de Rekenkamer. Half maart werd het sloopcontract getekend, ter waarde van 80.400 gulden. Op 30 mei werd de verkoop goedgekeurd aan de stad Nijmegen van de twee kapellen en het terrein dat na de sloop braak zou komen te liggen. Dit terrein kon hierdoor een nieuwe, door het Nijmeegse stadsbestuur toegewezen bestemming krijgen.[27]:50-51 Voor het overkopen van de grond en de twee kapellen moest Nijmegen vanwege een te krappe stadskas een extra lening afsluiten tegen een rente van drie procent.[37]:172

De burcht werd in het jaar daarna volledig gesloopt, op de twee nog altijd bestaande kapellen na. Het bouwwerk werd stukje bij beetje met buskruit opgeblazen. Er waren voortdurend 100 tot 150 slopers aan het werk om de enorme klus te klaren. De inkomsten die al deze sloopwerkzaamheden opbrachten werden in de eerste plaats gebruikt om de door de Franse bezetters opgelegde belastingen te kunnen voldoen. Daarnaast leende de kostbare gemalen tufsteen (tras), waaruit een flink deel van de burcht bestond, zich prima als basis voor nieuw cement. De met de sloop gewonnen tufsteen werd in pakschuiten over de Waal naar trasmolen De Rietvink in Wormer gebracht, in totaal ging het hier om meer dan 50.000 ton. Er werd vanaf het sloopterrein ook veel van het tufsteen gestolen, wat vermoedelijk ervoor heeft gezorgd dat het slopersconsortium uiteindelijk met verlies de sloopwerkzaamheden heeft afgesloten.[37]:171-172 In totaal werd 50.000 ton tufsteen op deze manier omgewerkt tot nieuw cement.[3]:137-140 Handelaren konden dit hergebruiken voor de nieuwbouw in de in die tijd opkomende grote steden, vooral in het gewest Holland. De gewonnen tras is aldus gebruikt voor bijvoorbeeld het ophogen van de straten in Dordrecht en Haarlem.[46] De opbrengst daarvan vloeide rechtstreeks naar de provinciale kas van Gelre; de gemeente Nijmegen ontving hiervan geen cent.[28]

Vanwege instortingsgevaar bleek het niet mogelijk om de Sint-Maartenskapel in haar geheel te behouden; hiervan is zodoende alleen de apsis blijven staan, de zogenoemde "Barbarossa-ruïne". In een raadsbesluit van 24 augustus 1796 wordt ook nog de "Hertogskapel" genoemd, die tegelijk met het terrein werd aangekocht. Op 7 september werd deze Hertogskapel voor 2000 gulden weer verkocht aan een koper in Haarlem, maar de kapel is alsnog samen met de rest gesloopt.[19]:104 In september 1797 was de sloop na anderhalf jaar helemaal voltooid.[33]:41

👁 Image
Romanesque Ruins at Nijmegen, door David Roberts

Het vrijgekomen terrein werd opgehoogd, waardoor de resterende archeologische bodemschatten sindsdien redelijk goed bewaard zijn gebleven.[49] Op de vrijgekomen heuvel werd begin 19e eeuw het eerste openbare stadspark van Nederland aangelegd: het nog altijd bestaande Valkhofpark, dat begon als een initiatief van Johannes in de Betouw en Hendrik Hoogers (die ook veel tekeningen van de burcht had gemaakt, zowel voor als na de sloop).[50]:191 Het eerste ontwerp voor het nieuwe park werd gemaakt door Johan David Zocher sr. Later is het park nog vrij verregaand aangepast.

In 1804 schreef de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde in Leiden een prijsvraag uit voor wie de precieze en volledige voorgeschiedenis van de burcht, wat toen al sinds eeuwen een onderwerp van veel discussie was, zou kunnen uitvinden.[20]:175 Het idee hiervoor kwam wellicht van Gijsbert Cornelis in de Betouw, de zoon van Johannes in de Betouw.[37]:187

Omdat men bij de sloopwerkzaamheden verzuimde om een grondplan van het gebouwencomplex te maken, kan het uiterlijk van de burcht sindsdien alleen op basis van de bewaard gebleven aantekeningen en afbeeldingen (vooral de vanaf de 16e eeuw gemaakte schilderijen, naast de diverse schema's en tekeningen) worden gereconstrueerd. Dit komt ten eerste doordat bijna al het bouwmateriaal na de sloop is afgevoerd. De vrijgekomen grond waarop de burcht had gestaan is daarnaast grondig omgewerkt en ontdaan van alle achtergebleven fragmenten, zodat deze grond geschikt was als teelaarde voor het nieuwe park. Enkele stenen bouwfragmenten van de burcht die na de sloop niet werden afgevoerd en zijn verdwenen, bleven eerst bij wijze van attractie een tijdlang in het nieuw aangelegde park liggen. Later is het meeste hiervan overgebracht naar het museum in de Commanderie van Sint Jan of naar het Museum Kam (tegenwoordig het Valkhof Museum). Overigens staat niet van al het op deze manier verzamelde en tentoongestelde materiaal met zekerheid vast dat het van de Valkhofburcht afkomstig is; voor een deel is men wat dit betreft dan ook vooral aangewezen op de vermeldingen bij Johannes Smetius en diens achter-achterkleinzoon Johannes in de Betouw (die echter niet voor de volle 100% betrouwbaar worden geacht).[2]:83/107

Overblijfselen en archeologisch onderzoek

[bewerken | brontekst bewerken]

De archeoloog en ingenieur Jan Jacob Weve (1852-1942) was in de periode 1910-1911 een van de eersten die zeer gedetailleerd onderzoek in de bodem van het Valkhofterrein verrichtte. Hij schatte de hoogte van de Reuzentoren op 37 meter. Later is dit verder naar boven bijgesteld, tot 46 à 50 meter.

Uit bewaard gebleven pentekeningen van Cornelis Pronk en Pieter van Liender is ook nog geconcludeerd dat de rondboog van de Reuzentoren opvallende overeenkomsten vertoonde met zowel de Akense koningspalts als de kapel van Maria en Donatius te Brugge en de Sint-Laurentiuskerk van Ename. Dit wordt wel gezien als mogelijke aanwijzing dat de toren misschien zeer fasegewijs werd gebouwd, waarbij de oudste delen wellicht al uit de vroege middeleeuwen dateerden.[51]:71

Sint-Nicolaaskapel

[bewerken | brontekst bewerken]

De Sint-Nicolaaskapel is als enige bouwwerk aan het Valkhof min of meer geheel gespaard gebleven bij de sloop in 1796-1797. Uit nieuw, gedetailleerd onderzoek in de zomer van 2007 (in samenwerking met de Technische Universiteit Berlijn en de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht) is geconcludeerd dat 1030-1040 veruit de meest waarschijnlijke bouwperiode is voor de Nicolaaskapel. Er bestaat overigens geen volledige zekerheid in hoeverre de Nicolaaskapel bouwkundig onderdeel was van de burcht als geheel, temeer daar de kapel volgens de huidige inzichten dus ongeveer een eeuw ouder is dan de eigenlijke burcht. Daarnaast lijkt de Nicolaaskapel in latere eeuwen nog vrij grondig te zijn verbouwd, waarbij onder meer het dak geheel is vervangen.[52] Desondanks wordt de Nicolaaskapel meestal gewoon als een onderdeel van de 12e-eeuwse burcht gezien.

Sint-Maartenskapel

[bewerken | brontekst bewerken]

Het grootste deel van de ruïne van de Sint-Maartenskapel (de "Barbarossa-ruïne") dateert, naar men nu aanneemt, van ongeveer een eeuw later dan de Sint-Nicolaaskapel, en lijkt dus wèl tegelijk met de rest van de burcht te zijn gebouwd. Een ander deel hiervan lijkt van Romeins of mogelijk Karolingisch bouwmateriaal te zijn. Het leek de hiervoor genoemde Weve een waarschijnlijke optie dat de funderingsmuur van de Sint-Maartenskapel al uit de Merovingische tijd dateerde, dus dat deze muur zou hebben toebehoord aan een bouwwerk dat hier vóór de Karolingische palts had gestaan.[51]:71

Andere overblijfselen

[bewerken | brontekst bewerken]

Weve stuitte tijdens zijn onderzoek ook op een laag witte kalk; mogelijk waren dit resten van de fundering. Hij probeerde ook allerlei onbekend gebleven vertrekken van de burcht te reconstrueren, maar dit bleek uiterst moeilijk. Ook Hendrik Brunsting vond, op de plek van de uitgebroken noord-zuidvleugel, op ongeveer drie meter diepte de restanten van een fundering van natuursteen, die toe leken te behoren aan een bouwwerk van 8,5 meter breedte dat hier eveneens al vóór de burcht zou hebben gestaan.[51]:71 Aan de Voerweg, tussen het Valkhof zelf en Kelfkensbos, zijn nog enkele overblijfselen van de in de 15e eeuw toegevoegde buitenste ringmuur (inclusief steunberen en twee halfronde torentjes) te vinden.[53]

Over de precieze Romeinse voorgeschiedenis aan het Valkhof is in de loop van de 20e eeuw nog meer duidelijk geworden, aangezien er op het vrijgekomen terrein waar de burcht had gestaan nu veel beter archeologisch onderzoek kon worden gedaan. De in 1980 opgegraven Godenpijler bleek op slechts enkele meters afstand van de plek waar de Burchtpoort had gestaan in de grond verborgen te zitten. Ook zijn hier in de nabijheid restanten aangetroffen van een versterking die is gedateerd in de tijd van Constantijn de Grote (306-337 n.Chr.) Men meende daar weer onder bovendien het Oppidum Batavorum eindelijk gevonden te hebben.[20]:189

Nieuw onderzoek vanaf 1992

[bewerken | brontekst bewerken]

In 1992 werd er voor het eerst geofysisch onderzoek verricht in de bodem van het Valkhofterrein, om te kijken of er iets van de overgebleven fundamenten van de burcht teruggevonden kon worden. Deze eerste poging had echter weinig succes, onder meer door de aanwezigheid van elektriciteitsleidingen en metalen voorwerpen. Een jaar later werd er opnieuw onderzoek gedaan, nu met een grondradar. Dit leverde iets meer resultaat op; men stuitte op wat mogelijk de overblijfselen waren van een waterput, het vicarishuisje en fundamenten van de Reuzentoren.[2]:82

Onbewezen opvattingen en opgevoerde mythes over de oorsprong

[bewerken | brontekst bewerken]

Romeinse oorsprong?

[bewerken | brontekst bewerken]

Gedurende meerdere eeuwen heeft de eclatante misvatting bestaan dat de Valkhofburcht al had bestaan sinds de Romeinse tijd of zelfs nòg eerder, en dat Julius Caesar de originele bouwer ervan was geweest. Bij uitbreiding werd Caesar bovendien aangewezen als de stichter van heel Nijmegen, een idee dat gedurende meerdere eeuwen heeft standgehouden. Dit had meerdere oorzaken, die deels met elkaar samenhingen.

Ten eerste zorgde het oudere Romeinse castellum, dat (ongeveer) op dezelfde plek moet zijn geweest waar later de burcht van Barbarossa werd gebouwd, voor verwarring tussen deze twee bouwwerken. Dit castellum was waarschijnlijk gemaakt van tufsteen, materiaal dat door de Romeinen vanuit de meer zuidelijke gebieden van hun rijk hierheen was gebracht. Bij de bouw/herbouw van de Valkhofburcht moet een deel van dit Romeinse bouwmateriaal daadwerkelijk zijn hergebruikt, waaronder het tras. Tot de bij de bouw van de Valkhofburcht hergebruikte Romeinse materialen behoorden ook nog de overgebleven graf- en altaarstenen op deze plek en in de nabijheid, evenals allerlei bouwornamenten met daarop inscripties.[20]:176 Dergelijke Romeinse overblijfselen werden in die tijd in Noordwest-Europa vaker gebruikt als fundament voor nieuwe forten.[3]:32

In het geval van de Valkhofburcht leek het beeld van een volledige continuïteit met het oudere Romeinse fort op dezelfde plek eens te meer te worden bevestigd door de expliciete verwijzing naar Caesar die er in Barbarossa's gedenktekst wordt gemaakt ("J."). In Barbarossa's eigen tijd bestond inmiddels in West-Europa de traditie om deze Romeinse veldheer en dictator te bestempelen als de oorspronkelijke stichter van allerlei steden en bekende bouwwerken die in werkelijkheid vaak gewoon middeleeuws waren (onder meer Leuven, Antwerpen, Gent, Mainz, Maagdenburg, Remagen, Jülich en Kleef). De geschiedschrijvers van die tijd gingen hier volop in mee; allerlei historiografische teksten werden in deze tijd volgens dit patroon opgesteld, zoals ook Barbarossa's hiervoor besproken gedenktekst.[20]:177 Een van de eersten hierin was Godfried van Viterbo, Barbarossa's kapelaan en secretaris. In zijn boek Pantheon (dat omstreeks 1185 is voltooid) laat Viterbo zich in 15 dichtregels hierover uit: "Een mooiere aanblik is, naar men gelooft, op aarde niet te vinden". Hij wijst Caesar daarbij aan als de stichter van zowel de stad Nijmegen als de "hal met zuilen" (aula columpnata) op een hoge plek. Ook beschrijft Viterbo hoe Karel de Grote de burcht als eerste liet herstellen, terwijl Attila de Hun volgens hem degene was die de meeste verwoestingen had aangericht.[21][20]:176-178

Eind 13e eeuw deed de Vlaamse dichter en historicus Jacob van Maerlant in zijn Spiegel Historiael een poging om de gelegde link tussen Caesar en de stichting van Nijmegen inclusief de Valkhofburcht beter te verklaren. Hij probeerde deze stichtingslegende te verenigen met de Commentarii de bello Gallico, het grotendeels door Caesar zelf geschreven verslag over de Gallische Oorlog (58-51 v. Chr.). Van Maerlant beredeneerde dat Caesar in de omgeving van Nijmegen was aangekomen nadat hij de eerste brug over de Rijn had laten bouwen bij de verovering van Germanië, en nog voordat hij Het Kanaal was overgestoken richting Britannia. Deze verklaring van Maerlant is tevens verwerkt in Die jeeste van Julius Caesar, een Middelnederlands verhaal over Caesars veldtocht dat omstreeks 1487 is geschreven. Het sluit echter in nagenoeg geen enkel opzicht aan op Caesars eigen verslag van de Gallische Oorlog; de naam Noviomagus komt daar bijvoorbeeld helemaal niet in voor, noch maakt Caesar zelf ergens melding van steden of legerkampen die hij in de omgeving rond de Nederrijn gesticht zou hebben.[20]:178 De 15e-eeuwse kanunnik en geschiedschrijver Willem van Berchen nam het verhaal waarin Caesar werd aangewezen als de oorspronkelijke stichter van zowel de stad Nijmegen zelf als de Valkhofburcht niettemin klakkeloos over. Hij borduurde hierop verder voort, en stelde omstreeks 1465 dat er binnen de burcht een aparte tempel ingebouwd moest zijn geweest voor vier gesneuvelde consuls.[54][38]:47

Ook met betrekking tot de Nicolaaskapel[noten 9] heerste zeker tot en met de 18e eeuw de algemene opvatting dat deze al in de Romeinse tijd was gebouwd. Van Berchen stelde dat deze kapel van oorsprong een heidens bouwwerk geweest was, waarna de uit Rome gevluchte paus Leo III de kapel omstreeks het jaar 800 op verzoek van Karel de Grote had laten kerstenen.[3]:34[20]:179 Johannes in de Betouw herinnerde omstreeks 1795 weer aan de veronderstelde bouw hiervan in de Romeinse/Bataafse tijd, als belangrijk argument om deze kapel samen met de Sint-Maartenskapel bij de sloop te ontzien. Het entreeportaal van de Nicolaaskapel bevatte oorspronkelijk ook nog een grafsteen uit de Romeinse tijd. Deze grafsteen hoorde oorspronkelijk waarschijnlijk bij een nabijgelegen groter Romeins grafmonument en is op een onbekend moment in de Nicolaaskapel ingemetseld (wellicht al bij de bouw van de kapel).[55] In 1670 is de grafsteen overgebracht naar het stadhuis en daar opnieuw ingemetseld.[51]:68 Deze grafinscriptie was tegelijk nog een extra factor die voor de verkeerde aannames omtrent de ouderdom van de kapel zorgde. Men hield de grafsteen toen abusievelijk voor een gedenksteen die hier op initiatief van Caesar zelf zou zijn geplaatst; de afkorting HFC staat voor heres faciendum curavit ("zijn/haar erfgenaam heeft [deze grafsteen] laten maken"), maar werd door Van Berchen abusievelijk uitgelegd als Caesars persoonlijke zegel.[21]:63-64[56]

Stichting door de Bataven?

[bewerken | brontekst bewerken]
👁 Image
Het verbond tussen Bataven en Romeinen , schilderij uit 1665 door Nicolaes de Helt Stockade, met rechts op de achtergrond de Valkhofburcht uitgebeeld

Na de aanvankelijke misinterpretatie door Van Berchen wisten Gerardus Geldenhouwer en Johannes Smetius enige tijd later de inscriptie op de Romeinse grafsteen alsnog goed te ontcijferen, waarmee de veronderstelling dat Caesar de stichter van de burcht en bij uitbreiding van de stad Nijmegen was geweest kon worden losgelaten. Ze bleven echter tegelijkertijd onvoorwaardelijk vasthouden aan het idee dat de Valkhofburcht ook al in de Romeinse tijd had bestaan. Hun vervolgconclusie was dat de Bataven – tijdgenoten van de Romeinen – de echte stichters van de burcht geweest moesten zijn. In zijn verhandeling Historia Batavica (1530) kwam Geldenhouwer op basis daarvan met een nieuw verhaal omtrent het ontstaan van Nijmegen (deels overgenomen van Cornelius Aurelius). Geldenhouwer situeerde het leefgebied van de Bataven in Nijmegen en omgeving, in tegenstelling tot de toen meer gangbare opvatting dat de Bataven in het latere gewest Holland hadden geleefd. Geldenhouwers verhaal was als volgt: de Bataafse aanvoerder Bato trof, tijdens zijn zoektocht naar een nieuwe geschikte habitat voor zijn volk dat vanuit het huidige Midden-Duitsland hierheen was gekomen, een vervallen paleisachtige burcht aan die hij Noviomagum ("nieuw-Magus") noemde. Het betrof de restanten van een nòg oudere burcht, die oorspronkelijk was gebouwd door de Gallische koning Magum of Magus (Batenburg en Katwijk zouden op dezelfde manier door Bato zijn gesticht).[20]:181-182 Bato's zoon Hessus werd later zelf koning van de Bataven, en hij liet woningen bouwen op de naar hemzelf vernoemde Hessenberg. Aldus was volgens Geldenhouwer de huidige stad Nijmegen ontstaan, destijds als de nieuwgebouwde hoofdstad van de Bataven. Hoewel Julius Caesar volgens deze verklaring dus niet de stichter van de burcht was geweest, was hij er volgens Geldenhouwer later wel zelf geweest.[57]:54[58] Door Annius van Viterbo (een later gebleken geschiedvervalser) was koning Magus al eerder in verband gebracht met de Bijbelse figuur Jafet, een van de zoons van Noach. Op die manier kregen de veronderstelde oorsprong en geschiedenis van Nijmegen dus zelfs een connectie met de Hebreeuwse Bijbel.[noten 10][37]:184

Smetius was minstens net zo enthousiast als Geldenhouwer over het idee van Nijmegen als een door de Bataven gestichte stad, al ging hij niet mee in de mythe over Bato en Hessus. Smetius meende anderzijds wel archeologisch bewijs te hebben ontdekt in de teruggevonden beelden en munten uit de Romeinse tijd, die volgens hem Germanen voorstelden. De burcht zou volgens Smetius zelfs de plek kunnen zijn geweest waar de Bataven het allereerst hadden gewoond, nog vóórdat ze zich op de Hessenberg vestigden. De burcht omschreef hij in een passage van Oppidum Batavorum, seu Noviomagum als "een allereerbiedwaardigst gedenteken van de vroegste geschiedenis van heel dit gebied". Smetius was behalve geschiedkundige ook een groot verzamelaar van antieke en archeologische voorwerpen, en hij probeerde zijn theorie omtrent de hoge ouderdom van de burcht geloofwaardiger te maken aan de hand van de voorwerpen uit zijn collectie.[57]:87 Een in 1622 niet ver van de burcht gevonden aardewerken beker met munten die vooral leken te dateren uit de tijd van keizer Tiberius, werd door Smetius bijvoorbeeld uitgelegd als extra bewijs dat de Valkhofburcht al enige tijd had bestaan ten tijde van de Bataafse Opstand. Hij beredeneerde dat als de burcht pas in later tijden zou zijn gebouwd, de munten ongetwijfeld al veel eerder gevonden hadden moeten zijn, namelijk tijdens de bouw. Zijn eindconclusie was dat iemand in de Romeinse tijd de op dat moment al bestaande burchtwal als verstopplek voor de munten had gebruikt (in werkelijkheid zijn deze munten verder uit de buurt van de burcht aangetroffen dan waar Smetius zelf van uitging, waarmee zijn redenering dus geheel onhoudbaar wordt).[57]:78-82

Op grond van het voorgaande is men vanaf Smetius' tijd gedurende meerdere eeuwen een sterke associatie gaan leggen tussen enerzijds de oorsprong en hele geschiedenis vanaf de Romeinse tijd van Nijmegen inclusief de Valkhofburcht, en anderzijds de Bataven die vanaf dan werden gezien als de rechtstreekse voorouders van het Nederlandse volk. Uit deze tijd dateren veel schilderijen waarin de veronderstelde relatie wordt uitgebeeld. In de raadszaal van het stadhuis hing vanaf 1665 een grote wanddecoratie van de hand van Nicolaes de Helt Stockade, waarop de Valkhofburcht en de Engelenburcht (het grafmonument van keizer Hadrianus, aan wie Nijmegen omstreeks het jaar 100 zijn Romeinse stadsrechten te danken gehad zou hebben) naast elkaar zijn uitgebeeld. Het stelt de verzoening tussen de Bataven en de Romeinen na afloop van de Bataafse Opstand voor. In 1669 voltooide Hendrik Feltman nog een ander schilderij voor het stadhuis, waarin ook de burcht een zeer prominente plek kreeg.[3]:35-37[37]:159-160

Mogelijke relatie met de Karolingische palts

[bewerken | brontekst bewerken]
👁 Image
Het Valkhof met de palts van Karel de Grote, zoals deze plek er omstreeks 800 uit zou kunnen hebben gezien (tekening van Cornelis Springer, 1862). Deze voorstelling is geheel hypothetisch en gaat uit van het tot en met de 19e eeuw algemeen aanvaarde idee dat de burcht van Barbarossa enkel een herbouwde versie van de in 1047 verwoeste palts was. Op de achtergrond is ook de Nicolaaskapel uitgebeeld, waarvan de bouw inmiddels echter is gedateerd in de 11e eeuw.

Tot en met de 19e eeuw is de burcht van Barbarossa over het algemeen geheel vereenzelvigd met de 8e-eeuwse Karolingische palts, waarvan de oudst bekende vermelding een overgeleverde oorkonde uit het jaar 777 is.[59][60][2]:32 Ook J.J. Weve ging hier omstreeks 1911 nog zonder meer van uit.[2]:26 Nadat als eerste het idee was losgelaten dat de Nicolaaskapel uit de oudheid dateerde, hield nog lange tijd de opvatting stand dat deze wèl Karolingisch was; ook tegenwoordig wordt de naam "Karolingische kapel" soms nog gebruikt voor de voornoemde kapel.[61]

Deze volledige continuïteit van de burcht van Barbarossa met de palts van Karel de Grote wordt ook al tijdens het gereedkomen van de 12e-eeuwse burcht vermeld in de hierover handelende overgeleverde geschriften (net iets eerder dan de oudst bekende vermeldingen van de aan de burcht gekoppelde Romeinse voorgeschiedenis).[20]:176-177 Barbarossa's oom Otto van Freising legt dit verband in de in 1157/58 door hemzelf begonnen kroniek over het leven van zijn neef, Gesta Friderici Imperatoris. Rahewin, die het werk na de dood van Otto voltooide. Otto van Freising beschrijft hier het bouwwerk van zijn neef zeer lovend:

[...] De zeer fraaie paleizen, eens door Karel de Grote in prachtige vorm opgebouwd als koninklijke residenties, bij Nijmegen en bij de villa Ingelheim [..] herstelde hij op passende wijze, en toonde hierbij zijn aangeboren grootsheid van geest.[21][3]:42

Geldenhouwer en een tijdgenoot van hem, Walter Ruys, voegden hieraan toe dat Karel de Grote ook een gerechtsplaats op het Valkhofterrein moest hebben gehad, die zich had bevonden onder een grote en in hun eigen tijd al dichtgemetselde boog in de zuidgevel van de Reuzentoren. Begin 17e eeuw ging ook Paulus Merula mee in dit idee, hij meende tevens dat hier rijksdagen waren gehouden.[37]:182-183

Ook in bijvoorbeeld het Magnum Chronicon Belgicum (onderdeel van de 15e-eeuwse Florarium temporum van Nicolaas Clopper jr.) wordt uitgegaan van een rechtstreekse continuïteit met de eerdere Karolingische palts.[55] Het mogelijk allerbekendste schilderij van de burcht is gemaakt door Jan van Goyen. Hier wordt vanaf de Waal tegen de burcht aangekeken. Het schilderij heeft als titel "Gezicht op de Keizer Karelburcht vanaf de Waal".[33]:107[noten 11]

In aanvulling daarop was het zeker tot en met de 18e eeuw de gangbare opvatting dat Karel de Grote als eerste het Romeinse castellum op deze plek had gerestaureerd en tot een van de paltsen in zijn rijk had gemaakt. Vervolgens liet Barbarossa het inmiddels deels beschadigde bouwwerk in de 12e eeuw opnieuw volledig restaureren.[57]:78 Gaandeweg zijn echter ook daarover steeds meer twijfels gerezen.[62]:13 In ditzelfde verband wordt het soms ook als opmerkelijk gezien dat in Barbarossa's gedenktekst de naam van Karel de Grote ontbreekt, terwijl Barbarossa anderzijds bekendstond als een van diens grootste bewonderaars (Barbarossa was zelfs degene die in 1165 Karel de Grotes heiligverklaring regelde[63]). Barbarossa zou dus in principe alle reden hebben gehad om ook Karel de Grotes naam te laten noemen, naast die van Julius Caesar. Als een van de alternatieve mogelijkheden is opgevoerd dat de Valkhofburcht in de basis níet Karolingisch was, maar de beschadigde en kennelijk na 1047 afgebroken palts op dezelfde plek verving.[64] De ongeveer een eeuw oudere Nicolaaskapel zou in dat geval in de rest van de nieuwgebouwde burcht zijn ingekapseld.[65]:20[66] De kapel zou in dit geval aanvankelijk nog even onderdeel zijn geweest van de 8e-eeuwse palts, en de verwoesting door Godfried II van Lotharingen in 1047 zonder al te veel schade hebben doorstaan (alleen de bovenbouw zou daarbij zijn beschadigd[67]). Keizer Hendrik III (1017-1056) is ook nog aangewezen als degene die de Sint-Maartenskapel zou hebben laten bouwen; dit zou dan weer passen in het scenario dat de palts na de verwoesting in 1047 al snel weer werd hersteld.[22]:43

Architecturaal bewijs

[bewerken | brontekst bewerken]

Bij de sloop van de burcht zijn enkele marmeren kapitelen aangetroffen, onder meer in de apsis van de Barbarossa-ruïne, waar ze de eveneens marmeren zuilen bekroonden. Een van deze teruggevonden kapitelen (tegenwoordig te zien in het Valkhof Museum) is met zekerheid gedateerd in de Karolingische periode, meer specifiek het tijdvak 775-800.[68] Bij twee andere kapitelen die tijdens de sloop van de burcht zijn aangetroffen en bewaard, bestaat het vermoeden dat ze eveneens Karolingisch zijn.[4]:109 Dit is vooralsnog het belangrijkste architecturale bewijs voor de veronderstelde continuïteit van de Valkhofburcht met de ca. drie eeuwen oudere palts.[3]:39-41

Andere bouwmaterialen die mogelijk oorspronkelijk ook bij de burcht hebben gehoord (en al eerder van het Valkhofterrein af moeten zijn gehaald) zijn elders in de stad teruggevonden, onder meer in een woning aan de Steenstraat die later is afgebroken.[4]:123-124

Plannen voor herbouw

[bewerken | brontekst bewerken]
👁 Image
Schaalmodel in Museum Het Valkhof

In de loop van de 20e eeuw kwam steeds vaker het idee op tafel om de burcht te herbouwen, of in ieder geval de meest markante delen, met name de donjon. De architect Charles Estourgie hield zich hier als een van de eersten intensief mee bezig; hij stelde voor om minimaal de Reuzentoren, de noord-zuidvleugel en een deel van de Rijkszaal te herbouwen. De nieuwe Reuzentoren zou onder meer een eigen folterkamer krijgen en moest verder multifunctioneel worden ingericht, met voorzieningen als een café, een ruimte voor cabaret en een dansvloer. In 1935 had Estourgie zijn ontwerp klaar. Hij was tevens van mening dat de herbouwde Reuzentoren straks de aandacht zou afleiden van de wat Estourgie betreft erg ontsierende Waalbrug, die in dezelfde tijd is voltooid.[48]:15-16 Zijn plannen gingen echter al snel weer van tafel.

In de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog kwam korte tijd het idee ter sprake om in de straks gedeeltelijk herbouwde burcht het nieuwe hoofdgebouw van de Katholieke Universiteit Nijmegen te vestigen. Hier wilde – afgezien van de universiteitsmedewerkers – vrijwel niemand aan. Een andere zwaarwegende factor die in die tijd een herbouw van de burcht in de weg stond, was dat de verwijzing naar de middeleeuwse geopolitieke banden van het Valkhof met het Heilige Roomse Rijk (een voorloper van het moderne Duitsland) bij menigeen toen zeer gevoelig lag.

Charles Estourgies zoon, Hubert, maakte in 1972 een nieuwe gedetailleerde reconstructietekening waarin ook het interieur van de burcht was meegenomen. In 1979 werd de Valkhofvereniging opgericht die als ultieme doelstelling had de burcht te herbouwen, of anders op zijn minst meer publieke aandacht voor de historische plek als zodanig te genereren.[2]:53-57

Omstreeks 1988 kwamen er opnieuw serieuze plannen voor een (gedeeltelijke) wederopbouw ter sprake, maar vanuit de Erfgoedvereniging Bond Heemschut kwam hier toen veel bezwaar tegen. Een nauwkeurige reconstructie van het interieur dat de burcht had gehad bleek hoe dan ook geheel onrealistisch, aangezien hiervan zo goed als geen gegevens bewaard zijn gebleven. Bovendien zou het huidige karakter van de stad volgens leden van de Heemschut-bond door een reconstructie van de burcht worden geschaad. Herbouw van de echte, oorspronkelijke burcht was per definitie onmogelijk aangezien al het materiaal daarvan bij de sloop is afgevoerd en verdwenen, veruit het meeste hiervan bevindt zich niet meer in Nijmegen. Nog een ander zwaarwegend argument was dat het Valkhofpark – zelf een Rijksmonument – als gevolg van de herbouw onvermijdelijk schade zou lijden.[2]:68-70

In 1995 werden er nieuwe ambitieuze plannen gepresenteerd door de Projectgroep Valkhofburcht, die bestond uit de Valkhofvereniging en ICE, een ontwikkelingsmaatschappij. Er zou een complex moeten komen met een vloeroppervlak van in totaal ca. 10.000 m² dat de herbouwde burcht moest voorstellen, inclusief allerlei moderne voorzieningen. Deze plannen stuitten echter al vrijwel meteen op protest van degenen die vreesden voor aantasting van het park.[2]:88 Bij een enquête die in deze tijd onder Nijmegenaren werd gehouden verklaarde 45% van de ondervraagden voorstander te zijn van een al dan niet gedeeltelijke herbouwing van de burcht. De reden was voornamelijk het beter doen herleven van de stadsgeschiedenis. Een even groot percentage ondervraagden was daarentegen voorstander van het optimaal conserveren van het park. Uiteindelijk weigerde minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Aad Nuis een bouwvergunning te verstrekken; het monumentale karakter van het park woog volgens hem te zwaar.[2]:90[48]:16-17

Een zeer belangrijk bezwaar dat een – al dan niet gedeeltelijke – herbouw van de burcht in de weg stond was de schade die de nog aanwezige archeologische resten in de Valkhofbodem hierdoor zouden lijden (de archeologische sporen gaan hier niet slechts terug tot de Romeinse tijd, maar zeker ook tot in de bronstijd). Vanaf de jaren 90 was duidelijk dat de van nature stabiele Valkhofheuvel (onderdeel van een grotere glaciale stuwwal) inmiddels vooral aan de noordzijde te kampen had met erosie en verzakkingen. Dit leverde mogelijk gevaar op; als de burcht hier compleet zou worden herbouwd, zouden daar dusdanig veel afgravingen voor nodig zijn dat de heuvel de facto bijna zou verdwijnen.[2]:88-89 Nog een ander grote complicatie was dat het Valkhofpark al geruime tijd aan een opknapbeurt toe was, wat steeds maar werd belemmerd doordat tegelijkertijd de plannen voor de herbouw op tafel lagen.

👁 Image
De nagebouwde donjon in 2005

Het idee om de donjon al dan niet tijdelijk te herbouwen werd nieuw leven ingeblazen omstreeks 2000, toen Jeroen de Groot met succes een voorstel hiervoor indiende bij de Stichting Nijmegen. Het zou, zo dacht men, zowel economisch als toeristisch een enorme opsteker voor de stad betekenen. Daarbij woog ook de reputatie van Nijmegen als oudste stad in het huidige Nederland zwaar mee; men vond dat de stad nog veel meer zou moeten doen om die reputatie goed tot haar recht te laten komen.[48]:107

Fimpje van N1 over de mogelijke herbouw van de donjon

Ter gelegenheid van 'tweeduizend jaar Nijmegen' werd gedurende het hele jaar 2005 een replica van de Reuzentoren opgebouwd uit steigerbuizen en -doeken. Er kwamen veel bezoekers op af, in eerste instantie voor het uitzicht vanaf dit strategische punt. Tijdens de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2006 sprak de bevolking van Nijmegen zich via een adviserend referendum uit voor de herbouw van althans de donjon, met een meerderheid van 60,19%. In augustus van dat jaar besloot het bestuurscollege dat aan deze uitslag gevolg moest worden gegeven. De betrokken staatssecretaris, Medy van der Laan, had een week vóór het referendum in een brief aan het gemeentebestuur echter herinnerd aan het risico op aantasting van de cultuurhistorische waarde van het park als de plannen voor de herbouw inderdaad doorgang zouden vinden.[48]:41-43 Van hun kant wezen de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek en de Rijksdienst voor de Monumentenzorg er verder weer op dat er over het oorspronkelijke, 12e-eeuwse uiterlijk van de donjon vrijwel niets bekend is. De 17e- en 18e-eeuwse schilderijen, het enige beeldmateriaal dat bij de reconstructie van de burcht een zekere mate van houvast biedt, geven in feite slechts een globale indruk van de uitgebreide vesting van de graven van Gelre, zoals die in die tijd inmiddels was geworden na eerdere herbouwingen. De burgemeester van Nijmegen, Thom de Graaf, steunde niettemin het herbouwplan. De verantwoordelijk minister Maria van der Hoeven van Cultuur nam de geuite bezwaren echter over en stelde strenge eisen bij de uitwerking van de ideeën.

De in 2008 door de gemeente hiervoor uitgekozen Stichting Donjon Nijmegen, die zich ook bezighield met het opknappen van het park, presenteerde op 15 juni 2011 een plan waarin de herbouw van de donjon was opgenomen in combinatie met het restaureren van het park.[69] Een van de randvoorwaarden (waarvan Hans van Hooft jr. de geestelijk vader was) was dat de gemeente enerzijds met een eenmalige subsidie zou bijdragen aan de bouwplankosten, maar anderzijds geen geld in de daadwerkelijke bouw zou steken. Dit riep weer nieuwe discussie op; Pepijn Boekhorst, raadslid namens GroenLinks, was van mening dat al dit geld veel beter naar het onderhoud van de Stevenskerk kon gaan.[48]:66-67 Op 25 juni 2013 ondertekende burgemeester Bruls namens het college van burgemeester en wethouders de Ontwikkel- en realisatieovereenkomst met de Stichting Donjon. De Stichting Donjon kreeg daarmee van de gemeente de opdracht om de bouw van de donjon te realiseren in combinatie met het weer in betere staat brengen van het Valkhofpark.[48]:84 Nadat er ook nog bezwaren kwamen van GroenLinks en Gewoon Nijmegen stemde de gemeenteraad op 11 juni 2015 alsnog in met het ingediende bestemmingsplan, hoewel de stichting inmiddels te kampen had met twijfelende investeerders. Vanuit de Radboud Universiteit had men al interesse getoond om in de straks herbouwde donjon een verdieping te huren als educatieve ruimte, maar de universiteit haakte ook weer af van het hele project.[48]:77-78 De Raad van State wees in 2016 alle bezwaren tegen het ingediende bestemmingsplan die er nog waren af; daarmee leek even niets de herbouw van de donjon meer in de weg te staan. Met name vanuit GroenLinks bleef er echter veel bezwaar komen, gezien de schade die het monumentale Valkhofpark zou lijden. Op 7 mei 2016 (exact tien jaar na het voornoemde referendum) organiseerde GroenLinks in het park een protestactie met als motto "Red het park, stop het Luchtkasteel".[48]:80-81/88

De eisen die de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed aan de geplande herbouw van de donjon stelde gingen intussen zo ver dat de voorziene kosten erg hoog opliepen. De herbouw werd door dit alles steeds minder realistisch, ondanks de juridische goedkeuring.[70] De gemeente Nijmegen nam begin 2018 opnieuw de verantwoordelijkheid op zich om het Valkhofpark nu eindelijk te gaan renoveren, nadat de Stichting Donjon niet goed in staat was gebleken om dit te combineren met hun eigen plan voor de donjonherbouw.

Op 5 december 2018 werd uiteindelijk bekend dat de herbouw van de donjon definitief niet doorging. De archeologische kosten, uitblijven van de omgevingsvergunning en onzekere exploitatie alsmede het groeiende verzet werden als voornaamste redenen gegeven.[48]:91[71][72]

Vanuit Gewoon Nijmegen was er in mei 2012 een motie ingediend om, als alternatief voor de herbouw, een donjon-hologram in het Valkhofpark te maken met behulp van laser. De gemeenteraad zag hier toen echter niets in. De lokale politicus Paul Eigenhuijsen (Stadspartij Nijmegen) diende acht jaar later een voorstel in om nog eens naar dit idee te kijken. Zijn initiatiefvoorstel voor een referendum hierover werd door de raad aangenomen, maar daarna is er niets meer mee gebeurd.[48]:114

  • De Burchtstraat dankt haar huidige naam aan de Valkhofburcht, maar dateert van zichzelf al uit de Romeinse tijd. De straat wordt in 1639 door Isaac van Geelkercken vermeld als Borchstraet.[73]
  • Evert Schonck, rector van de Nijmeegse Latijnse School en dichter, was eveneens zeer verdrietig en kwaad over de sloop van de Valkhofburcht, en schreef meerdere gedichten over de burcht, onder meer in de Lotgevallen van Nijmeegens burgt, gezegd het Valkhof.[33] :38 Ook schreef hij acht jaar na de sloop een rouwdicht van honderd verzen dat hij opdroeg aan Johannes in de Betouw, met wie hij persoonlijk bevriend was.[74]
  • In de kronieken van Van Berchen is ook een gedicht opgenomen dat vermoedelijk in een van de muren van de burcht was aangebracht. Hierin wordt onder meer verwezen naar Adolf van Egmond in diens tijd als heer van de burcht, en het herstel dat zijn moeder Catharina aan de burcht had laten doen.[noten 12] [9]:143
  • De Duitse historicus Alfons Zettler heeft in twijfel getrokken of er met "J." in de gedenktekst wel echt naar Julius Caesar als zijnde de oorspronkelijke bouwer van de burcht wordt verwezen. Zo vond hij het onder meer merkwaardig dat de tekst niet, zoals gebruikelijk is bij dit soort teksten, op een latei was aangebracht, maar op marmer. Hij legde in plaats daarvan een verband met de naam Julius op de Romeinse grafsteen die eerder was ingemetseld geweest in de Nicolaaskapel. Hij nam bovendien niet als vanzelfsprekend aan dat de tekst oorspronkelijk van het Valkhof kwam, voordat deze zou worden ingemetseld bij de sacristie van de Stevenskerk. De gedenktekst heeft het weliswaar letterlijk over "Caesar", maar daar is in dit verband Barbarossa mee bedoeld. Zettlers afwijkende visie heeft echter weinig bijval gekregen.[21]:61-66
  • Niet ver van waar de Valkhofburcht had gestaan liet de magnaat Franciscus Johannes Hallo in 1859 Bat-Ouwe-Zate bouwen. Dit kasteelachtige complex lag aan de straat Lindenberg en de Strikstraat en moest wellicht een imitatie van, of parodie op de verdwenen burcht voorstellen. In 1954-1955 is het weer afgebroken.[75]

Externe links

[bewerken | brontekst bewerken]

Bronnen en referenties

[brontekst bewerken]

  1. Van Lennep, J.,Hofdijk, W.J.(1854).Merkwaardige kasteelen in Nederland, deel 4,p. 256-257.
  2. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 Riehl, A.R.(1997).Het Valkhof en herbouw: het verleden voorbij?. Deltech, Delft.ISBN 9075095376.
  3. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 Langereis, S.(2010).Breken met het verleden: Herinneren en vergeten op het Valkhof in de Bataafse revolutiejaren. Uitgeverij Vantilt.ISBN 9789460040368.
  4. 1 2 3 4 Den Hartog, E.(2014).Het Valkhof: 2000 jaar geschiedenis. Vantilt, Nijmegen,"Buitengewoon en onvergelijkbaar".ISBN 9789460041853.
  5. 1 2 Lappentoren, MijnGelderland
  6. 1 2 3 Hendriks, B.,Kasteelruïne Het Valkhof in Nijmegen.AbsoluteFacts.nl.Geraadpleegd op 23 februari 2025.
  7. 1 2 Valkhof, Het, visucom.de
  8. Reuzentoren, MijnGelderland
  9. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Kuys, J.(2014).Het Valkhof: 2000 jaar geschiedenis. Vantilt, Nijmegen,"Onder Gelders landsheerlijk gezag".ISBN 9789460041853.
  10. 1 2 3 Verhoeven, D. (red.)(2009).De Canon van Nijmegen. Uitgeverij Vantilt, Nijmegen,p. 39-41.ISBN 9789460040351.
  11. Nijmegen – Valkhof, Spannende Geschiedenis
  12. 1 2 3 4 5 Uitterhoeve, W.,Lemmens, G.(2005).Nijmegen binnen en buiten de singels - Een rondgang door stad en buitengebied. SUN, Amsterdam,"De stad doorkruist langs de stadsassen".ISBN 9058751597.
  13. Stratenlijst gemeente Nijmegen, V
  14. 1 2 Geschiedenis van het Valkhof, valkhof.nl
  15. Valkhofnieuws 1993-2, valkhof.nl
  16. 1 2 Thissen, B.(2014).Het Valkhof: 2000 jaar geschiedenis. Vantilt, Nijmegen,"Centrum en symbool van koninklijk gezag".ISBN 9789460041853.
  17. 1 2 Thissen, B.(2014).Het Valkhof: 2000 jaar geschiedenis. Vantilt, Nijmegen,"Centrum en symbool van koninklijk gezag".ISBN 9789460041853.
  18. WIBALDI EPISTOLAE 328. 329. 459, Monasterium.net
  19. 1 2 Plath, C.(1898).Het valkhof te Nijmegen en de nieuwste opgravingen. C.L van Langenhuysen.
  20. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 Swinkels, L.(2014).Het Valkhof: 2000 jaar geschiedenis. Uitgeverij Vantilt, Nijmegen,"Wie was de bouwer van de eerste burcht?".ISBN 9789460041853.
  21. 1 2 3 4 5 Den Hartog, E.(2025).Anno Domini Nederlandse bouwinscripties van de 10e eeuw tot circa 1600. Uitgeverij Verloren.ISBN 9789464551549.
  22. 1 2 3 Thijssen, J.,Peterse, H.(2014).Karel de Grote in Nijmegen. WBOOKS, Zwolle.ISBN 9789462580312.
  23. Ter Gouw, J.,Van Lennep, J.(1868).De uithangteekens. In verband met geschiedenis en volksleven beschouwd:Tweede deel,"7",p. 348.
  24. Verhoeven, T.H.G.,Gubbels, M. & Wingens, M. & Bergh, S. van den(2016).Gelderland grensland 2000 jaar verdeeld en verbonden. Uitgeverij Vantilt,p. 29.ISBN 978946004300.
  25. 1 2 Kurtsjens, H.(2016).De Hohenstaufen en Nijmegen (ca. 1150-1250) / Die Staufer und Nimwegen (etwa 1150-1250).ISBN 9789080101104.
  26. 1 2 Klappert, J.H.(1870).De stad Nijmegen en hare omstreken, geschiedkundig en plaatselijk beschreven.
  27. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 Weve, J.J.,J. M. T. Nooy(1993).De Valkhofburcht te Nijmegen een alsnog-uitgave van het manuscript uit 1925.ISBN 9071509052.
  28. 1 2 3 (8 augustus 2021).Canon van Nijmegen: Sloop van de burcht, Nijmegen verliest zijn 'kroon en sieraad'. Historisch Nieuwsblad
  29. Calendarium Noviomagus 50 v Chr. - 1500, noviomagus.nl
  30. Bunge, J.W.F.,Peeters, C.(1989).Rondgezicht vanaf de Stevenstoren. SUN,p. 12-30/57.ISBN 90 6168 320 3.
  31. Gertrudiskapel, MijnGelderland
  32. Valkhofburcht, Centrum van de middeleeuwse macht, MijnGelderland
  33. 1 2 3 4 5 Brinkhoff, J.(1966).Rondom de Stevenstoren Nijmegen. Europese Bibliotheek, Zaltbommel.
  34. Van Enckevort, H.,Thijssen, J.(2000).Graven op Mariënburg: archeologisch onderzoek in het centrum van Nijmegen.. Janssen Print.
  35. 1 2 Nijmegen. Geschiedenis van de oudste stad van Nederland (deel 2). Inmerc, Wormer,"Middeleeuwen en Nieuwe Tijd",pp. 264.ISBN 90 6611 2301.
  36. Sage van de Zwanenridder, Huis van de Nijmeegse Geschiedenis
  37. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 Geurts, J.(2014).Het Valkhof: 2000 jaar geschiedenis. Vantilt, Nijmegen,"Het verval van een icoon".ISBN 9789460041853.
  38. 1 2 3 Brinkhoff, J.(1974).Nijmegen in vertellingen. Europese Bibliotheek, Zaltbommel.
  39. Nijmeegse vestingwerken in verleden en heden
  40. Geschiedenis van het Valkhof, valkhof.nl
  41. Nijmegen. Geschiedenis van de oudste stad van Nederland (deel 2). Inmerc, Wormer,"Middeleeuwen en Nieuwe Tijd",pp. 247.ISBN 90 6611 2301.
  42. Verpanding van Nijmegen, Huis van de Nijmeegse Geschiedenis
  43. Een tekening naar het Dakenplan van de Valkhofburcht, 1726. Inschrift boven: Valkhof te Nijmegen no. 1 Inschrift onder: Plattegrond (naar het werkmeesterplan van 1726) met daaronder alle gegevens. 1726, Europeana
  44. De Oranjes op het Valkhof, MijnGelderland
  45. van Cruyningen, A.(2017).Stadhouders in de Nederlanden, van Holland tot Vlaanderen (1448-1879). Omniboek, Utrecht,"Garantie en ondergang",blz 209.ISBN 978-94019092-35.
  46. 1 2 Brabers, J..Nijmegen. Geschiedenis van de oudste stad van Nederland (deel 3). Inmerc, Wormer,"Negentiende en twintigste eeuw",pp. 169.ISBN 90 6611 2301.
  47. www.valkhof.nl Afbraak van de burcht in 1796 en 1797. Citaat: "Toch werd in 1795 door het Provinciaal bestuur van Gelre besloten om de burcht te laten slopen, met als officiële reden het (te) kostbare onderhoud. Het zou echter zomaar kunnen dat ook jaloezie van andere steden heeft meegespeeld. Ook handelsmotieven hebben naar alle waarschijnlijkheid sterk meegespeeld: het tufsteen was een kostbare grondstof voor tras, een soort watervaste cement en het grootste deel van de gebouwen was uit tufsteen opgetrokken. Zo werd de burcht in twee jaar tijd in 1796 en 1797 gesloopt." Geraadpleegd op 11 november 2020.
  48. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 Cantrijn, V.(2022).De Donjon – (N)ooit weer gebouwd Nijmegen. DPN Rikken Print, Nijmegen.ISBN 9789082828030.
  49. 1 2 Sloop Valkhofburcht, Nijmegenaren in het verweer, MijnGelderland
  50. Peterse, H.(2014).Het Valkhof: 2000 jaar geschiedenis. Vantilt, Nijmegen,"Heimwee naar de burcht".ISBN 9789460041853.
  51. 1 2 3 4 Hendriks, J.,Den Braven, A. & Van Enckevort, H. & Thijssen, J.(2014).Het Valkhof: 2000 jaar geschiedenis. Vantilt, Nijmegen,"Een noordelijk steunpunt".ISBN 9789460041853.
  52. 'St.-Nicolaaskapel Valkhof vóór 1047 gebouwd'.De Gelderlander(29 november 2007).Geraadpleegd op 8 februari 2025.
  53. Voerweg, Stadsmuur met torensRingmuur met torens aan de Voerweg, noviomagus.nl
  54. Bataafs Nijmegen?, IsGeschiedenis
  55. 1 2 De Valkhofkapel – De Sint-Nicolaaskapel in Nijmegen.Historiek(7 september 2021).Geraadpleegd op 18 januari 2025.
  56. De handtekening van Julius Caesar?, MijnGelderland
  57. 1 2 3 4 Smetius, J.(1999).Nijmegen, Stad Der Bataven. SUN, Nijmegen.ISBN 90-6168-660-1.
  58. Mulier, E.H. (1996).De Bataafse mythe opnieuw bekeken. Bijdragen en Mededelingen betreffende de Geschiedenis der Nederlanden 111:349
  59. (fr) Oltmans, A.(1847).Description de la chapelle carlovingienne et de la chapelle romane,p. 14.
  60. De Valkhofburcht, MijnGelderland
  61. De Valkhofkapel – De Sint-Nicolaaskapel in Nijmegen.Historiek(7 september 2021).Geraadpleegd op 11 april 2025.
  62. Weve, J.J.(1895).De Valkhof-kapel te Nijmegen, naar aanleiding van de voorstellen tot restauratie van Dr. K. Plath.
  63. Karel de Grote, KRO-NCRV
  64. Mak, G.L.(2021).Verleden van Nederland, Een nieuwe geschiedenis.ISBN 9789045043722.
  65. Broekhoven, S.,C. Kolman, B.O. Meierink, R. Stenvert, M.V.T. Tenten(2000).Monumenten in Nederland. Gelderland.ISBN 9789040094064.
  66. Verbrugge, B.,Teunisse, M.(2018).Architectuur- en bouwgeschiedenis in perspectief. Van Haren Publishing,p. 68.ISBN 9789401803014.
  67. De Valkhofkapel – De Sint-Nicolaaskapel in Nijmegen.Historiek(7 september 2021).Geraadpleegd op 18 januari 2025.
  68. Karolingisch kapiteel afkomstig van het Valkhof, site van het Valkhof Museum
  69. Stichting Donjon Nijmegen presenteert plannen Donjon en Valkhofpark.Nieuw Nijmegen(14 juni 2011).Geraadpleegd op 27 maart 2026.
  70. Plan donjon brokkelt af, Soap wellicht ten einde.De Nijmeegse Stadskrant(3 maart 2018).Geraadpleegd op 23 februari 2026.
  71. Hermans, F.,Herbouw donjon in Nijmegen gaat definitief niet door.De Gelderlander(5 december 2018).Geraadpleegd op 20 februari 2026.
  72. Nijtmans, A.,Hoe politiek gekonkel de terugkeer van de donjon op het Valkhof nekte.De Gelderlander(20 december 2022).Geraadpleegd op 20 februari 2026.
  73. Burchtstraat op stratenlijst Nijmegen, Rob Essers
  74. Nijmegen. Geschiedenis van de oudste stad van Nederland (deel 3). Inmerc, Wormer,"Negentiende en twintigste eeuw",pp. 171.ISBN 90 6611 2301. Dit naslagwerk uit 2005 noemt overigens ten onrechte Spronck als naam van de rector; het betreft hier Everhard Jan Benjamin Schonck. Zie onder meer https://www.weyerman.nl/15057/life-is-a-carnaval-believe-it-or-not/ en https://www.weyerman.nl/14353/nijmeegsch-rondgezicht-1806/.
  75. Bat-Ouwe-Zate of kasteel Hallo aan de Lindenberg (Nijmegen), Stichting Tuinhistorisch Genootschap Cascade
  1. Onder meer in de Historiae van Tacitus is hierover meer te lezen.
  2. Een Keulse kroniekschrijver meldt hierover: Natus est imperator filius nomine Heinricus apud Noviomagum ("Bij Nijmegen is een zoon voor de keizer geboren, genaamd Hendrik").
  3. Vanaf 1339 een hertogdom
  4. Volgens Engelse archieven; in Engeland was in deze tijd een andere jaarstijl in gebruik dan in Gelre, waar dit in het jaar 1331 zou zijn geweest.
  5. Zie een aantekening hierover van Herman Diederik Joan van Schevichaven
  6. Zie onder meer Willem van Berchen
  7. Dit "goede/slechte steden"-onderscheid werd acht eeuwen eerder ook al gemaakt door de kerkvader Augustinus in diens hoofdwerk De civitate Dei.
  8. Jan Dekker uit Wormerveer, diens zoon Cornelis uit Westzaan, G. van der AA uit Haarlem en Roelof de Vries, woonplaats onbekend
  9. De naam Nicolaaskapel werd pas later echt gangbaar, toen men er primair een aan Sint-Nicolaas gewijde kapel in ging zien.
  10. Dit stichtingsverhaal van de hand van Geldenhouwer heeft mede de inspiratie gevormd voor Baeto, een toneelstuk uit 1617 van Pieter Corneliszoon Hooft.
  11. Dit werk heeft lange tijd in het stadhuis gehangen, tegenwoordig bevindt het zich in het Valkhofmuseum.
  12. De volledige tekst hiervan:

    Julius Caesar lei van dit kasteel het fundament
    Zestig jaar ongeveer vóór Jezus' komst op aard'.
    Nijmegen is nadien door keizer Karel, vóór het jaar
    Zevenhonderd plus zeventig, geheel vernieuwd.
    Hersteld is ook 't kasteel door d'eerste Frederik in 't jaar
    Des Heren elfhonderd plus vijftig en plusvijf.
    De vierde Otto, graaf van Gelre, is ook hier geweest,
    Van 't Rijk van Nijmegen zich noemend eigenaar.
    Dit rijk heeft keizer Willem aan zijn bloedverwant verpand,
    Toen 't jaar twaalfhonderdachtenveertig werd geteld.
    Van hertog Arnoud gemalin heeft Gelres hertogin,
    De schone Catharina, de bouwval hersteld.
    In 'r jaar veertienhondert en vijfenzestig heeft hertog
    Adolf het bouwwerk van zijn moeder in bezit.

Zie de categorie Castle Valkhof (destroyed), Nijmegen van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.

Aalst · Aardenburg · Acquoy · Aerdt · Agistaldaburg · Ahof · Aldenhaag · Aller · Ambe · Ammersoyen · Ampsen · Andelst · Angeroyen · Appelburg · Appelse walburg · Appeltern · Arler · Baak · Babberich · Baer · Baerle · Bakerbosch · Balgoij · Barlham · Batenburg · Beek · Beerenclaauw · Bemmel · Bevervoorde · Bergh · Biljoen · Bingerden · Blankenborg (Laren) · Blankenborg · Blauwe Huis · Blokhuis (Ravenswaaij) · Boelenham · Boetselaersborg · Borculo · Boswaai · Brakel · Den Brakel · Den Bramel · Bredevoort · Broekhuizen · Bronkhorst · Bruchem · Bruinhorst · Brunsberg · Bulkestein · Bunswaard · Burcht van Tiel · Buren · De Buurse · Byland · Byvanck · Caetshage · Camphuysen · De Cannenburch · de Cloese · Coldenhove · Culemborg · Dedinckweerd · Delwijnen · Didam · Diepenbroek · Hof te Dieren · Huis Dijck · Dikke Tinne · Doddendaal · Dodewaard · Doornenburg · Doornik · Doorwerth · Dooyenburg · Dorth · Doseburg · Drakenburg · Dreumel · Druten · Duivelshuis · Eerbeek · De Ehze · Elburg · Eldrik · Emmerik · Engelenburg · Groot Engelenburg · Engelrode · Enghuizen (Hummelo) · Enghuizen (Zevenaar) · Enspijk · De Essenburgh · Essenpas · Est · Fokkinck · Gameren · Geerestein · Geldermalsen · De Gelderse Toren · Geldersweerd · Gellicum · Gendt · Gennepestein · Glindhorst · Goudenstein · 's-Grevenhoef · Groot Hell · Groenlo · Groesbeek · Huis te Groesbeek · Grunsfoort · Gulden Spijker · Hackfort · Hackforts Veenhuis · Hagen · Hagevoort · Hamerden · Hanepol · Harreveld · Harslo · Hassink · Het Haveke · Hedel · Heeckeren · De Heegh · Hees · De Heest · Hellouw · Hemmen · Hernen · Motte van Hernen · Heumen · Heusden · Hoekelum · Hoekenburg · De Hoeve · De Hof · Hof d'Ooy · Hof van Arkel · Huis het Holt · Holthuis · Het Holtslag · Ter Horst · Houberg · St. Hubertus · Huissen · Hulhuizen · Hulkestein · Hulsen · Hunneschans bij De Duno · Hunneschans bij Uddel · Jonker Bloo · 't Joppe · De Kamp · Karssenberg · Kemnade · Keppel · Kermestein · Kernhem · Kervel · Kiefskamp · De Kinkelenburg · Klein Enghuizen · Kleverburg · Kortenhoeve · Laag Helbergen · Lakenburg · Landfort · Langen · Latenstein · De Lathmer · Lathum · Ter Lede · Leegpoel · Leemcuyl · Leeuwen · Leeuwenbergh · Lensenburg · Lent · Leur · Leuvenum · Leyenburg · Lichtenvoorde · Lievenstein · Loenen · Loevestein · Loil · Loowaard · Luynhorst · Hof te Maasbommel · Magerhorst · Malburgen · Malderburcht · Malsen · Manhorst · Marhulsen · De Marsch · Marveld · Mathena · Maurik · Medel · Medestein · 't Medler · Meinerswijk · De Mellard · Mensink · Mergelp · Meteren · 't Meyerink · Middachten · Millingen · Mussenberg · Nagelhorst · Nederhagen · Nederhemert · Neerijnen · Huis Neerijnen · De Nesch · Nettelhorst · Nieuwe Blokhuis · Nijburg · Nijenbeek · Old Putten · Notenstein · Nye Huis · Olde Spijker · Oldenaller · Oldenhof (Driel) · Oldenhof (Heteren) · De Ooij · Oolde · Oud Oolde · Oosterhout · Ophemert · Opijnen · Oud Ampsen · Oude Blokhuis · Het Oude Loo · Oude Voorst · Oudenborch · Oud-Wisch · Huis te Overasselt · Overeng · Overhagen · Overlaar · 't Oye · Palmestein · De Parck · Persingen · Plekenpol · Ploen · Pluimenburg · Poederoijen · Poelwijck · Poelwijk · De Pol (Dreumel) · Huis de Poll (Huis te Gietelo) · De Poll (Huissen) · Pollenbering · Pollenstein · Puttenstein · Het Raasink · Ravenhorst · De Rees · Ressen · Reuversweerd · Reygersfoort · Rhijnestein · Huis Rijswijk · Rode Toren · Roode Wald · Rosande · Rosendael · Rossum · Rumpt · Ruurlo · Rijsselt · Schadewijk · Schaffelaar · Scherpenzeel · Schoonbroek · Schoonderbeek · Schoonenburg · Schuilenburg · Schuilkerke · Hof te Seelbeek · Sevenaer I · Sevenaer II · Sinderen (Oude IJsselstreek) · Sinderen (Voorst) · Slangenburg · Sleeburg · Slimsijp · De Snor · Soelen · Spaansweerd · Spaldorp · Spijk · Staverden · Sterkenburg · Swanepol · Tarthorst · Teisterbant (Kerk-Avezaath) · Teisterbant (Kerkdriel) · Ter Dicke · Tolhuis · Tolhuis (Tiel) · Tollenburg · Tongerlo · Toren van Wely · Tuil · Ubbergen · Uilenburg (Ewijk) · Uilenburg (Heteren) · Ulenpas · Ulft · Upladen · Valburg · Valkhofburcht · Valkhofpalts · Vanenburg · Varik · Hof te Varsseveld · 't Velde · Velhorst · Verwolde · Vierakker · De Voorst · Voorstonden · Vorden · Vosbergen · Vredenburg · Vredestein (Driel) · Vredestein (Ravenswaaij) · Vuren · Waardenburg · Waddestein · Wadenoijen · Waede · Wageningen · Walfort · 't Waliën · De Wardt · Watergoor · Watermeerwijk · Wayenstein (Huis te Herwijnen) · Well (Huis van Malsen) · Weijenrade · Westenburg · Westerholt · Weurt · De Wiersse · Wijenburg (Echteld) · De Wildenborch · De Wildt · Wilp · Wilperhorst · Winssen · Wisch · Wychen · Wolfswaard · Woolbeek · Yrst · IJzendoorn · Zeeland · Zilveren Spijker · Zuilichem · Zwaluwenburg · Zwanenburg (Heerde) · Zwanenburg (Megchelen)