Volgens de overlevering stond de Valkhofpalts, een van de paltsen die Karel de Grote verspreid over zijn rijk liet bouwen, vanaf ca. 770 gedurende bijna drie eeuwen op de plek die later bekend is geworden als het Valkhof bij Nijmegen. Destijds was dit een van de noordelijke uithoeken van het Frankische Rijk.
De palts werd in 1047 verwoest, volgens vermeldingen hierover in de annalen.
Voorgeschiedenis
[bewerken | brontekst bewerken]Hier in de buurt moeten in de Romeinse tijd eerst Oppidum Batavorum hebben gelegen en vanaf ca. 100 n.Chr. Ulpia Noviomagus Batavorum, dat als Romeins Nijmegen wordt gezien.[1]
Op de plek van de palts bevond zich vanaf de 3e eeuw een nieuw Romeins fort, een castellum.[2] Uit latere opgravingen op de Lindenberg en het Kelfkensbos is geconcludeerd dat de palts werd gebouwd binnen de restanten van dit oudere castellum, waarvan de verdedigingsmuren toen nog deels overeind moeten hebben gestaan.[3]:66 De overgebleven Romeinse ruïnes zouden (deels) als fundament voor de nieuwe palts kunnen hebben gediend.[4]:13 Voor het nieuwe bouwwerk werd de grond mogelijk geëgaliseerd en twee nog aanwezige binnengrachten werden gedempt.[5]
Bouw
[bewerken | brontekst bewerken]Het precieze jaar waarin de bouw van de palts begon is onbekend. Vaak wordt dit gedateerd omstreeks 770 (twee jaar na Karel de Grotes koningskroning te Noyon). De overgeleverde documenten vermelden hierover dat in dezelfde periode ook de Akense koningspalts en de keizerpalts Ingelheim verrezen.[6]: 236-237 De bouw van deze laatste palts is nooit voltooid.[7]:84
Locatie
[bewerken | brontekst bewerken]Het is niet helemaal duidelijk waarom Karel de Grote uitgerekend deze locatie uitkoos om een van zijn paltsen te bouwen.
De gunstige geografische ligging aan een van de buitengrenzen van zijn rijk, op een heuvel en tegelijkertijd in een rivierbocht, speelde vermoedelijk mee; dit maakte de plek namelijk strategisch handig om de controle te houden over de nabijgelegen vijandelijke territoria, waar met name de Friezen en Saksen leefden. Enkele jaren daarvoor was Karel de Grote de Saksenoorlogen begonnen, waarbij onder meer het heiligdom Irminsul was vernietigd (volgens een passage uit de Annales Regni Francorum). Nu vielen er van Saksische zijde vermoedelijk wraakacties te verwachten.[8]:9-10 Er was vanaf de Valkhofheuvel goed uitzicht over de Betuwe tot aan de zuidrand van de Veluwe.
Nog een andere factor van belang was mogelijk de waardigheid en allure die de plek in zekere mate moet hebben uitgestraald, ook dankzij de toen nog duidelijk aanwezige restanten van het castellum. Ten slotte kunnen er economische belangen hebben meegespeeld.[4]:21/32
In dezelfde tijd, of één à twee eeuwen later, moeten er in deze omgeving meer burchten zijn gebouwd: Mergelp op de Duivelsberg, de burcht in Elten, de burcht in Kleef en de Monterberg bij Kalkar.[7]:79
Oudste vermeldingen
[bewerken | brontekst bewerken]Oorkonde
[bewerken | brontekst bewerken]Het oudste bekende document waaruit men het bestaan van de Valkhofpalts afleidt is een oorkonde in de vorm van een giftbrief. Deze oorkonde is gedateerd op 7 of 8 juni 777 en werd opgesteld door Karel de Grote zelf in een "villa te N[i]umaga", uitgelegd als Nijmegen.[9] Hierin schenkt hij onder meer enkele landgoederen aan de kerk van Utrecht (Traiectum). Inhoudelijk gaat de oorkonde over de gouw Flethite met daarin Villa Lisiduna (kennelijk Leusden, of het landgoed daarvan), en vier "foreesten", ofwel bossen waar het jachtrecht gold. Ook wordt er een rivier Hemus genoemd, die doorgaans wordt gelijkgesteld aan de Eem.[10][11]
In de oorkonde staat voorts dat deze is opgemaakt in Niumago palacio publico. Over de precieze betekenis van publico in deze specifieke context is niet iedereen het eens; volgens de Duitse historicus Walter Schlesinger moet dit hier eerder worden vertaald als "koninklijk" dan als "openbaar" (in de zin van "van de overheid"). Het koningsambt zou zelf niet openbaar van karakter zijn geweest, en zich daarin onderscheiden van de "echte" overheid uit de Karolingische tijd.[7]:83-84
In latere schriftelijke bronnen wordt afwisselend een palacium of villa vermeld, waarmee hetzelfde bouwwerk moet zijn bedoeld.[12]:23
Onder andere de architect Jan Jacob Weve, die in 1910-1911 gedetailleerd archeologisch onderzoek op het Valkhofterrein verrichtte, meende dat het palacium publicum in de oorkonde uit 777 niet de toen nieuwe palts van Karel de Grote zou zijn bedoeld, maar een nog ouder paleis uit de Merovingische tijd.[12]:24
Latere vermeldingen
[bewerken | brontekst bewerken]Een andere vroege vermelding van de palts is afkomstig van Karel de Grotes persoonlijke biograaf, Einhard. Hij schrijft in zijn Vita Karoli Magni:
[...] Inchoavit et palatia operis egregii, unum haud longe a Mogontiaco civitate, iuxta villam cui vocabulum Ingilenheim, alterum Noviomagi super Vahalem fluvium, qui Batavorum insulam a parte meridiana praeterfluit [...] (vertaling: "Hij bouwde ook twee prachtige paltsen, één die weliswaar niet zo groot is als die in de stad Mainz, maar wel net zoals in Ingelheim en de andere te Noviomagus [Nijmegen] aan de rivier de Vahalis [Waal], die aan de zuidelijke kant langs het eiland der Bataven stroomt [...]")[13][14][12]:24-25
De palts wordt ruim een eeuw later beschreven en geroemd door onder meer Regino van Prüm ("een geweldig groot en uitzonderlijk gebouw"), in diens kroniek uit 908. In 1080 wordt de palts opnieuw genoemd door Lambert van Hersfeld ("uitzonderlijk, zonder weerga").
Precieze dateringen
[bewerken | brontekst bewerken]Het precieze bouwjaar is onbekend, noch bestaat er enige duidelijkheid over hoelang de bouw duurde. Het wordt voor goed mogelijk gehouden dat de palts nog niet helemaal was voltooid ten tijde van Karel de Grotes eigen overlijden, in 814. Als belangrijke aanwijzing voor dit laatste geldt een vermelding dat Gerward van Gendt in 823 of 828 op deze plek was, terwijl hij in diezelfde tijd bouwprojecten voor paleizen leidde.[15]:22
8e-9e eeuw
[bewerken | brontekst bewerken]Gebruik
[bewerken | brontekst bewerken]De palts diende voornamelijk als adellijke residentie en tot op zekere hoogte als bestuurscentrum (villa regia). Er moeten aparte bijgebouwen zijn geweest voor het hofpersoneel en hier gelegerde militairen. Er zou plaats moeten zijn geweest voor enkele honderden personen.[16] Uit beschrijvingen van Godfried van Viterbo blijkt dat er een gaanderij (aula columpnata) was (net als in het paleis in Aken).[15]:23
Karel de Grote moet hier in ieder geval zelf zijn geweest in het voorjaar van 777, tijdens de viering van Pasen.[17] In de Frankische annalen wordt dit bezoek vermeld meteen na dat van Kerstmis 776; het registreren van de bezoeken lijkt dus erg selectief te zijn gedaan.[7]:81 Vanaf 804 zou hij (inmiddels keizer) de palts wat vaker hebben bezocht, voornamelijk rond de Paastijd.[12]:25 Hij was er driemaal tijdens de laatste tien jaar van zijn leven en er – volgens de vermeldingen – daarvoor alleen in 777. Dit wordt gezien als een aanwijzing dat de palts aan het Valkhof pas vanaf 804 min of meer voltooid was.[7]:84 In 806 liet Karel de Grote er de verdeling van zijn rijk tussen zijn drie zonen Karel, Lodewijk en Pepijn bezweren. In 808 zou hij nog een keer aan het Valkhof zijn geweest.[17] De palts in Nijmegen was volgens sommige historici hoe dan ook "Karel de Grotes meest geliefkoosde verblijfplaats, na Aken".[18] :6 Er is ook nog een verband gesuggereerd tussen Karel de Grotes bezoeken aan het Valkhof en de kerstening van de Friezen.[15]:21-22.[5]
Lodewijk de Vrome zou hier in 815 de Vastentijd hebben doorgebracht.[19] Enkele bronnen vermelden dat een houten zuilengang van de palts het begaf op een Witte Donderdag terwijl Lodewijk de Vrome aanwezig was.[12]:24-25 Ook zou hij er in totaal zes keer een landdag gehad hebben. In 827 voerde hij hier bovendien vredesbesprekingen met de Deense koning Horik I; blijkbaar met weinig succes, want elf jaar later volgde een aanval door Deense Vikingen.[18]:7 De Annales Bertiniani melden dat er in de herfst van 830 een grootschalig beraad werd gehouden, bijeengeroepen door Lodewijk de Vrome, om te proberen een revolutie tegen de keizer en diens vrouw te bezweren.[1][7]:91
De Annales Xantenses maken reeds melding van een Noviomagum-Castrum in 846. Deze versterking valt echter niet logisch in verband te brengen met de plunderingen door de Noormannen, die enkele decennia later zijn begonnen.[15]:24
Eerste verwoesting (881)
[bewerken | brontekst bewerken]In 870 sloot keizer Karel de Kale nog een verdrag met Rorik. De Vikingen namen echter rond 880 – of misschien al iets eerder – de palts in, nadat ze eerst een plundertocht langs de Rijn hadden gehouden.[20] Vermoedelijk stonden ze toen onder leiding van Rorik en/of Godfried Haraldson junior.[21][16] Ze gebruikten de palts hierna zelf als winterverblijfplaats tijdens een belegering door Lodewijk de Jongere, waarbij ze zelf een extra wal aanlegden en misschien ook een of meer grachten van het Romeinse castellum opnieuw uitgroeven en het terrein met houten palissades afschermden. Bij hun vertrek het jaar daarop (waarvoor ze losgeld betaalden) staken de Noormannen de palts in brand. De schade aan het bouwwerk lijkt toen beperkt te zijn gebleven en de palts moet niet lang daarna zijn herbouwd, nu veel meer als een echte vesting.[15]:25[22][19]
Aan de oostelijke Waalkade, ten noorden van de laat-Romeinse keermuur, zijn brandsporen teruggevonden. Deze sporen zijn (echter zonder volledige zekerheid) toegeschreven aan de hiervoor genoemde gebeurtenissen. Het hier in de nabijheid gevonden aardewerk lijkt eveneens laat-Karolingisch.
10e - 11e eeuw
[bewerken | brontekst bewerken]De herbouwde palts speelde gedurende de 10e een deel van de 11e eeuw nog een belangrijke rol, tijdens de Ottoonse en de Salische tijd. De keizers die daarna over het Duitse rijk regeerden – zoals Otto I, Otto III, Hendrik II, Koenraad II en Hendrik III – verbleven hier regelmatig voor hun regeringsdaden. Koninklijke en keizerlijke hofdagen vonden dan ook vaak hier plaats.[23] De strategische ligging van de plek vanaf de tweede helft van de 9e eeuw, als grensplaats ten opzichte van andere delen van het rijk, was hierbij mogelijk een meespelende factor.[24]:239-240 Over de bestuurlijke zaken die er in deze tijd werden geregeld zijn weinig precieze details bekend; van de bewaard gebleven oorkonden was ongeveer de helft bedoeld voor ontvangende partijen (personen of instellingen) in het hertogdom Lotharingen of andere gebieden.[6]:238
Keizer Otto III werd naar verluidt (hier is geen enkel rechtstreeks bewijs voor) geboren in het Ketelwoud, het latere Nederrijkswald in Nederland nabij Groesbeek. Zijn moeder, keizerin Theophanu – van oorsprong een Byzantijnse prinses – was op dat moment onderweg vanuit Aken naar de palts aan het Valkhof.[25] Otto II was er een van een tweeling, de andere pasgeborene overleefde het niet.[26] Als belangrijkste aanwijzing hiervoor geldt een aantekening van de kronikeur Thietmar van Merseburg over silva, quae Ketil vocatur ("het bos dat het Ketelwoud wordt genoemd").[27][17]
Op 8 mei 997 was Otto III zelf aanwezig in de palts. Hij bemiddelde met succes in een geschil tussen de abt van het klooster Elten en graaf Balderik van Kleef over door graaf Wichman aan het klooster geschonken bezittingen.[18]:9
Keizer Koenraad II moet gedurende het grootste deel van 1026 in de palts hebben verbleven.[18]:10 De latere keizer Hendrik III, de zoon van Koenraad II, trad volgens de overlevering in 1036 te Nijmegen – hoogstwaarschijnlijk dus in de palts aan het Valkhof – op 19-jarige leeftijd in het huwelijk met de 17-jarige Gunhilde van Denemarken.[28][29]:114 Zij werd hier gekroond op 29 juni, tijdens het Hoogfeest van Petrus en Paulus. In 1039 vierde Koenraad II hier ook Pasen en Hemelvaart. Hendrik vierde er in 1040 Hemelvaart en in 1044 Pasen.[7]:89
Bouw van de Sint-Nicolaaskapel
[bewerken | brontekst bewerken]In of nabij de palts is vermoedelijk omstreeks 1030 de Sint-Nicolaaskapel gebouwd. De Karolingische paltskerk in Aken lijkt hier duidelijk als voorbeeld te zijn genomen.[30][31][32][33]
Lange tijd is als vanzelfsprekend aangenomen dat deze kapel ongeveer tegelijk met de rest van de palts was gebouwd en hiervan in eerste instantie onderdeel had uitgemaakt; vandaar de benaming Karolingische kapel.[34][35] Volgens de bijgestelde inzichten vertoont de kern van de Nicolaaskapel echter geen duidelijke Karolingische kenmerken. Omstreeks 1910 stelde J.J. Weve vast dat de kapel zeer waarschijnlijk op z'n vroegst uit het midden van de 10e eeuw dateerde.[36]:43 De kapel is later meermaals opnieuw onderzocht, en wordt nu nòg ongeveer een eeuw jonger geschat.
Nieuwe verwoesting (1047) en eerste tijd daarna
[bewerken | brontekst bewerken]In 1047 is de palts opnieuw verwoest, tijdens een grote opstand tegen keizer Hendrik III onder leiding van Godfried II van Opper-Lotharingen.[24]: 237-239 De schade moet hierbij groter zijn geweest dan in 881. Van de toen pas gebouwde Nicolaaskapel zou alleen de bovenbouw zijn beschadigd.[37]
Over de eerste tijd hierna is zeer weinig duidelijk. Vaak is uitgegaan van het idee dat de palts alleen gedeeltelijk was beschadigd, en mogelijk (deels) zelfs in gebruik bleef voor koninklijke en keizerlijke bezoeken. Keizer Hendrik IV zou in 1075 nog aan het Valkhof zijn geweest.[18]:10
12e eeuw
[bewerken | brontekst bewerken]In 1125 deed de zieke keizer Hendrik V, de laatste Salische keizer, volgens de vermeldingen op doorreis naar Utrecht het Valkhof aan. In 1145 en 1151 volgden hier de eerste Staufische bezoeken, van Koenraad III.[6]:238-239.[38][7]:85
Bouw van de burcht
[bewerken | brontekst bewerken]Zie Valkhofburcht voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Omstreeks 1155 verrees aan het Valkhof de burcht van keizer Frederik I Barbarossa, die doorgaans geheel met de 8e-eeuwse palts wordt vereenzelvigd als herbouwing daarvan.[39][18]:10-11[40][16][41][29]:96-99[noten 1] Een passage uit de Gesta Friderici Imperatoris, die ten tijde van, of net na de voltooiing van de Valkhofburcht moet zijn geschreven door Rahewin (leerling van Otto van Freising, de oom van keizer Barbarossa), is hierover zeer duidelijk:
[...] De zeer fraaie paleizen, eens door Karel de Grote in prachtige vorm opgebouwd als koninklijke residenties, bij Nijmegen en bij de villa Ingelheim [..] herstelde hij op passende wijze, en toonde hierbij zijn aangeboren grootsheid van geest.[42][4]:42
Architectuur en overblijfselen
[bewerken | brontekst bewerken]Van de Valkhofpalts zijn tot op heden maar heel weinig duidelijke archeologische sporen teruggevonden. Van het schaarse materiaal dat is overgeleverd, staat de herkomst bovendien niet met volledige zekerheid vast.
Als het belangrijkste en meest concrete architecturale bewijs gelden drie kapitelen, gemaakt van Carrara-marmer en uitgevoerd in Korintische stijl. Twee daarvan bevinden zich nog altijd in de apsis van de Barbarossa-ruïne. De meeste delen van deze kapelruïne zijn met vrij grote zekerheid te dateren in de 12e — misschien ook al de 11e – eeuw, maar er lijken ook oudere, hergebruikte bouwmaterialen in te zijn verwerkt. Aangenomen wordt dan ook dat deze kapitelen als zodanig dateren uit de Karolingische tijd (men houdt ze althans niet voor Romeins) en dus oorspronkelijk bij de palts moeten hebben gehoord, om bij de bouw van de 12e-eeuwse burcht te worden hergebruikt.[4]:39-40 Een van de kapitelen bevindt zich tegenwoordig in het Valkhof Museum, en dateert naar schatting uit de periode 775-800 n.Chr.[43]
Vermoed wordt dat de in 1981 hier in de buurt gevonden Romeinse Godenpijler ook bij de architectuur van de palts hoorde.[3]:66-68
Visuele reconstructies
[bewerken | brontekst bewerken]Hoewel het op basis van het beschikbare materiaal zeer moeilijk is, zijn er met name sinds de 18e eeuw toch diverse pogingen gedaan om visuele reconstructie van de palts te maken, met behulp van eigen fantasie. Dit is onder meer gedaan door de schilders Jacobus Buys en Cornelis Springer. De palts wordt hier veelal in een romaanse bouwstijl uitgebeeld.[44]
Vernoemingen
[bewerken | brontekst bewerken]Vanwege dit deel van zijn geschiedenis heeft Nijmegen later "Keizerstad [aan de Waal]" als een van zijn bijnamen gekregen.[45]
Ook andere benamingen, zoals die van het Keizer Karelplein, herinneren tot op de dag van vandaag aan de Karolingische tijd. Voor de Radboud Universiteit had de oprichter aanvankelijk de naam Keizer Karel Universiteit in gedachten.[46] De universiteit is een tijdlang officieus ook zo genoemd.[47] De oudste nog bestaande studentenvereniging in Nijmegen draagt de naam Carolus Magnus.
Zie ook
[bewerken | brontekst bewerken]- Dit artikel of een eerdere versie ervan is (gedeeltelijk) afgesplitst vanaf een ander artikel op de Nederlandstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie deze pagina voor de bewerkingsgeschiedenis.
- 1 2 Geschiedenis van het Valkhof, valkhof.nl
- ↑ Nijmegen - Valkhof, romeinen.nl
- 1 2 Hendriks, J.,Den Braven, A. & Van Enckevort, H. & Thijssen, J.(2014).Het Valkhof: 2000 jaar geschiedenis. Vantilt, Nijmegen,"Een noordelijk steunpunt".ISBN 9789460041853.
- 1 2 3 4 Langereis, S.(2010).Breken met het verleden. Uitgeverij Vantilt.ISBN 9789460040368.
- 1 2 Karolingisch Nijmegen: de palts en zijn omgeving - Jaarboek Numaga 2014, A.den Braven, p.23-24
- 1 2 3 Nijmegen. Geschiedenis van de oudste stad van Nederland (deel 2). Inmerc, Wormer,"Middeleeuwen en Nieuwe Tijd".ISBN 90 6611 2301.
- 1 2 3 4 5 6 7 8 Thissen, B.(2014).Het Valkhof: 2000 jaar geschiedenis. Vantilt, Nijmegen,"Centrum en symbool van koninklijk gezag".ISBN 9789460041853.
- ↑ Thijssen, J.,Peterse, H.(2014).Karel de Grote in Nijmegen: keizers op het Valkhof. WBOOKS, Zwolle.ISBN 9789462580312.
- ↑ Nijmeegs oudste vermelding, noviomagus,.nl
- ↑ Nijmegen vroeger en nu. Fibula-Van Dishoeck(1971),p. 18.ISBN 9789022831106.
- ↑ Oorkonde van 777, Archief Eeemland
- 1 2 3 4 5 Riehl, A.R.(1997).Het Valkhof en herbouw: het verleden voorbij?. Deltech, Delft.ISBN 9075095376.
- ↑ The Latin Library
- ↑ Zie bijv. Een noordelijk steunpunt. Vroegmiddeleeuws Nijmegen vanuit archeologisch perspectief, J. Hendriks, A. den Braven, J.R. Thijssen, 2014, p. 65
- 1 2 3 4 5 Weve, J.J.,J. M. T. Nooy(1993).De Valkhofburcht te Nijmegen een alsnog-uitgave van het manuscript uit 1925.ISBN 9071509052.
- 1 2 3 Canon van Nijmegen: Karel de Grote, en zijn verblijfplaats op het Valkhof.Into Nijmegen(30 mei 2021).Geraadpleegd op 23 februari 2025.
- 1 2 3 Calendarium Noviomagus 50 v Chr. - 1500, noviomagus.nl
- 1 2 3 4 5 6 Klappert, J.H.(1870).De stad Nijmegen en hare omstreken, geschiedkundig en plaatselijk beschreven.
- 1 2 (fr) Oltmans, A.(1847).Description de la chapelle carlovingienne et de la chapelle romane,p. 12-13.
- ↑ Klep, Paul,Bert Thissen; Jan Kuys.Nijmegen. Geschiedenis van de oudste stad van Nederland (deel 2). Inmerc, Wormer,"De economisch en sociale ontwikkeling in de Middeleeuwen",54 en 230.ISBN 90 6611 230 1.
- ↑ De Noormannen, Mijn Gelderland
- ↑ Vondsten uit de bunker in het Valkhofpark[dode link], p. 38
- ↑ Zie (de) Ludwig, Uwe,Thomas Schilp(2004).Mittelalter an Rhein und Maas. Waxmann, Münster,88 en 93.ISBN 978-3830913801.
- 1 2 Kuys, Jan(2004).Nijmegen. Geschiedenis van de oudste stad van Nederland (deel 2). Inmerc, Wormer,"Politiek en bestuur".ISBN 90 6611 230 1.
- ↑ Het Ketelwoud, Canon van Nederland
- ↑ 996: Anna en Theophanu, Roze Geschiedenis Nijmegen
- ↑ Bosch, A,S. Schmiermann, B. Thissen, J.H.C.M. Biemans(1991).Van Gronspech tot Groesbeek Fragmenten uit een lokaal verleden 1040-1940. Vereniging Heemkundekring Groesbeek,"Van villa naar dorpsgemeenschap",p. 46.ISBN 9090047263.
- ↑ (2003).De Angelsaksische prinses Gunild te Brugge. Biekorf 103:270
- 1 2 Plath, C.(1898).Het valkhof te Nijmegen en de nieuwste opgravingen. C.L van Langenhuysen.
- ↑ (de) Perlich, Barbara,http://baugeschichte.a.tu-berlin.de/bg/forschung/projekte/mittelalter/nimwegen.htm.Gearchiveerd op 31 januari 2009.Geraadpleegd op 3 november 2019.“Im Ergebnis zeigt sich ein um 1030 in der Nachfolge der Aachener Pfalzkapelle mit hohem Anspruch und von prominentem Bauherrn errichteter Bau, der leider bald nach seiner Fertigstellung stark beschädigt wurde.”
- ↑ Monumenten in Nederland. Gelderland(2000),p. 20.ISBN 9789040094064.
- ↑ 'St.-Nicolaaskapel Valkhof vóór 1047 gebouwd'.De Gelderlander(29 november 2007).Geraadpleegd op 8 februari 2025.
- ↑ Zie Verhoeven, Dolly,Peterse, Hetty(2014).Het Valkhof. Vantilt, Nijmegen.ISBN 978 94 6004 1853.
- ↑ L.H.C. Schutjes Geschiedenis van het Bisdom 's-Hertogenbosch, 5e deel, 1876, p.243
- ↑ St Nicolaaskapel, Open Monumentendag
- ↑ Brinkhoff, Jan(1966).Rondom de Stevenstoren Nijmegen. Europese Bibliotheek, Zaltbommel.
- ↑ De Valkhofkapel – De Sint-Nicolaaskapel in Nijmegen.Historiek(7 september 2021).Geraadpleegd op 18 januari 2025.
- ↑ Valkhofnieuws 1993-2, valkhof.nl
- ↑ De oudste stad van Nederland: de Barbarossa-ruïne.Algemeen Nijmeegs Studentenblad(17 januari 2016).Geraadpleegd op 16 februari 2025.
- ↑ De Valkhofburcht, Mijn Gelderland
- ↑ (fr) Oltmans, A.(1847).Description de la chapelle carlovingienne et de la chapelle romane,p. 14.
- ↑ Den Hartog, E.(2025).Anno Domini Nederlandse bouwinscripties van de 10e eeuw tot circa 1600. Uitgeverij Verloren,p. 51-63.ISBN 9789464551549.
- ↑ Karolingisch kapiteel afkomstig van het Valkhof, valkhofmuseum.nl
- ↑ Palts van Karel de Grote, Mijn Gelderland
- ↑ Keizerstad Nijmegen, AbsoluteFacts.nl
- ↑ Radboud Rewind: de stichting.Algemeen Nijmeegs Studentenblad(24 februari 2016).Geraadpleegd op 30 oktober 2025.
- ↑ Delpher
Noten
[brontekst bewerken]- ↑ De bekende gedenktekst van Barbarossa bevat niettemin alleen maar een verwijzing naar Julius Caesar.
